(Extreem)rechts beschuldigt de moslimgemeenschap en daarmee de vluchtelingen uit Syrië er vaak van dat zij antisemitisch zouden zijn. De 85-jarige Mireille Knol die in Parijs wegens antisemitische redenen vermoord werd, werd dan ook in verband getrokken met de Islam en vluchtelingen. Na onderzoek blijkt dat dit verband zeker niet altijd kan worden getrokken, schrijven historicus Leo Lucassen en Islamexpert Annemarike Stremmelaar in het NRC.

De conclusies uit het onderzoek zijn namelijk dat vluchtelingen uit Syrië zelden antisemitische overtuigingen hebben. Dat is opvallend als je meerekent dat Syrië formeel nog in oorlog is met Israël. ‘Hoewel een deel van de vluchtelingen is opgegroeid in landen met een dominant antisemitisch en anti-Israël-klimaat, zoals Syrië (dat formeel nog altijd in oorlog is met Israël), blijken ze die opvattingen nauwelijks in daden om te zetten,’ zeggen Lucassen en Stremmelaar.

Er kan niet ontkend worden dat er wel degelijk antisemitisme heerst in Europa. ‘De verklaring die in de Europese studie wordt gegeven (en dat geldt ook voor het Nederlandse deel van het onderzoek, waarvoor ondergetekenden verantwoordelijk zijn) is gelegen in de maatschappelijke marginalisatie van de tweede generatie.’ Dat zijn dus de kinderen van arbeidsmigranten. Dit gedrag lijkt in verband te staan met het conflict tussen Israël en Palestina.

De laatste conclusie die Stremmelaar en Lucassen delen is dat het maatschappelijke debat enorm verhard is, wat zorgt voor onverdraagzaamheid. Extreme groepen zoals Erkenbrand voelen zich gelegitimeerd om hun pijlen op minderheden te richten. Het bestrijden van discriminatie is dus nog steeds enorm belangrijk, in verschillende kringen.

Afbeelding: Pixabay