De jaren negentig bellen, ze willen hun rechtse dogma’s over milieubeleid terug.

Ik kijk al een tijdje met stijgende verbazing naar het debat over het klimaatakkoord. Als je de rechtse pers en politiek volgt, lijkt het soms net alsof de afgelopen twintig jaar helemaal nooit hebben plaatsgevonden. Dezelfde boodschap die De Telegraaf en Elsevier in de jaren negentig en het eerste decennium van deze eeuw uitdroegen, klinkt vandaag nog steeds door in het debat (tegenwoordig ook vanaf de opiniepagina van de Volkskrant ondersteund door Martin Sommer): “Windmolens draaien op subsidie!”, “Opwarming is helemaal niet zeker”, “Klimaatbeleid is geldverkwisting!”

Deze bezwaren werden ooit geboren uit een gezonde scepsis over ogenschijnlijk radicale beleidsvoorstellen. Gezond, omdat in een democratisch debat het belangrijk is de inhoud van voorstellen altijd te beoordelen op waarheidsgehalte en effectiviteit. Al helemaal als met die voorstellen forse bestedingen van belastinggelden gemoeid zijn. Maar uiteindelijk moeten de feiten wel leidend zijn. Als alles eenmaal is getoetst en de feiten bewijzen nut en noodzaak van bepaalde overheidsmaatregelen, dan hoort daarmee de kous af te zijn.

Zo is het bij velen op rechts helaas niet gegaan. Men claimt er bijvoorbeeld nog steeds dat windmolens geldverkwisting zijn. En gaat daarmee voorbij aan het feit dat technologische ontwikkelingen het afgelopen decennium zo snel zijn gegaan dat de nieuwe generatie windturbines zonder enige subsidie kunnen worden gebouwd. Men vergeet bovendien mee te wegen dat deze nieuwe windturbines zo efficient in gebruik zijn dat de stroom die ze opwekken vanaf 2020 goedkoper zal zijn dan die opgewekt met fossiele brandstoffen. Je hoeft geen ‘linkse wereldverbeteraar’ te zijn om dit te onderschrijven (niks mis met wereldverbeteraars overigens). De uitgesproken conservatieve Daily Telegraph commentator Ambrose Evans-Pritchard hamert bijvoorbeeld al jaren op het belang van windturbines voor een gezonde en kostefficiente energiemix. Forse investeringen in windenergie zouden Westerse landen op termijn volledig energieonafhankelijk kunnen maken, en ons daarmee bevrijden van de politieke last van de afhankelijkheid van olie- en gasleverende dictaturen als Rusland en Saudi-Arabie.

Dat het windenergiedebat nog steeds wordt beheerst door rechts clichedenken is tot daar aan toe. Maar dat het ook het debat over de opwarming van de aarde vervuilt, is tamelijk ernstig. Dat zou namelijk helemaal geen debat meer moeten zijn. Dat de aarde opwarmt is een feit, geen mening. Dat dit samengaat met extremere weerpatronen is eveneens een feit, geen mening. Dat CO2-uitstoot daarvoor verantwoordelijk is, is wetenschappelijk consensus. Dat wij op basis van deze best beschikbare informatie nu maatregelen moeten nemen om de CO2-uitstoot zoveel mogelijk terug te dringen, is eveneens een wereldwijd gedeelde consensus. Dit zijn geen zaken waarover nog verder debat hoeft plaats te vinden. Het mag wel – de Marcel Croks van deze wereld moeten immers ook leven. Maar hoewel lieden als Crok recht hebben om het op te schrijven en uit te spreken, hebben wij niet de plicht om er verder nog naar te luisteren. Sterker nog, onze plicht is om dat niet te doen. We hebben twintig jaar lang naar de ‘doe maar niets, het is allmaal niet nodig’ boodschap van de klimaatsceptici geluisterd, en de prijs is ernaar: de aarde blijft opwarmen, extremere weerpatronen zijn inmiddels van theorie werkelijkheid geworden, met alle gevolgen vandien. De rechtse boodschap tegen de Croks van deze wereld moet zijn: “Nu even niet. We moeten eerst even maatregelen nemen.” Dat die maatregelen bijdragen aan het terugdringen van opwarming is mooi, al moeten we erkennen dat we dat als land nooit in ons eentje kunnen doen. Minstens zo belangrijk is dat met die maatregelen de overgang naar een schonere, duurzamere en energie-onafhankelijkere toekomst onder handbereik wordt gebracht. Dat is wel een investering waard, en dat moeten we ook op rechts gewoon durven erkennen.

Het rechtse kamp waarin ik opgroeide, was voorvechter van de kernwaarden van de Verlichting. Feiten moesten leidend zijn, meningen moesten worden bijgesteld als die niet langer met de feiten in overeenstemming zijn. Het debat over klimaat en milieu hoort daarop geen uitzondering te zijn. Maar het is het wel. Het dreigt te worden vervuild door achterhaalde rechtse dogma’s en populistische waanideeen, Dat we in het verleden achter de technologiesceptici en klimaatpanglossianen zijn aangelopen, kan met een beroep op de onzekerheidsmarges van de oude metingen nog wel worden gerechtvaardigd. Dat velen op rechts dat nu nog steeds doen, terwijl de metingen allang niet meer onduidelijk zijn, is onvergeeflijk. Fool me once, shame on you. Fool me twice, shame on me.