Naar aanleiding van het bericht in het Algemeen Dagblad van afgelopen zondag, over een transgender die loog over discriminatie in de bus, sprak Ewout Klei uitgebreid met transvrouw Naomi Hoogeweij. ‘Ik werd als transgender regelmatig lastiggevallen op straat’ en ‘Transgenderbelangenorganisaties voeren linkse politiek die tegen belangen van transen ingaat’.

 

 

Transitie en discriminatie

Naomi Hoogeweij studeerde literatuurwetenschappen in Utrecht en woont nu al jaren in Schiedam. Ze werd, zoals dat heet, ‘geboren in een verkeerd lichaam’. Naomi was een vrouw in een mannenlichaam. Als jonge jongen zat ze op ballet en gebruikte make-up. Toen jongens in haar klas er echter achter kwamen dat ze op ballet zat, werd Naomi regelmatig gepest, voor ‘flikkertje’ uitgemaakt en soms ook in elkaar geslagen. Vandaar dat Naomi haar identiteit voor zich hield en jarenlang als man door het leven bleef gaan. Ze werd zelfs vader van een zoon, die inmiddels 18 is.

Pas toen haar zoon het ouderlijke nest verliet besloot ze weer voor haarzelf te kiezen. Ze kon nog wel de rest van haar leven liegen tegen haarzelf, maar daar zou ze alleen maar ongelukkig van worden. Ze ging, zogezegd, in ‘transitie’ en kreeg na een jaar van diagnostiek van het VU Medisch Centrum het groene licht voor geslachtsveranderende operaties en behandeling met hormonen.

Hoe was het leven als vrouw? Aanvankelijk was het vrouw-zijn nogal onwennig. ‘Ik werd als transgender regelmatig lastiggevallen op straat’, vertelt Naomi nuchter. ‘Het waren vooral laagopgeleide blanke tokkies en Marokkaanse jongens die mij lastigvielen en mij hardop uitlachten op straat.’ En: ‘Die Marokkaanse jongens waren best aardig als je ze alleen tegenkwam, maar in een groep konden ze heel vervelend zijn. Ze stoken elkaar op, ofzo.’ Ook Antillianen hadden soms moeite met Naomi. ‘In de tram kwam ik een Antilliaanse man tegen die erg schrok toen hij mij zag. Hij meldde dit meteen aan de tramconducteur en zei dat mensen als ik niet in de tram hoorden te zitten. Ergens vond ik dit wel grappig, maar eigenlijk is het heel triest.’

Schiedam is ook niet bepaald de meest verlichte stad van Nederland: ‘De blanken stemmen voornamelijk op de PVV, de allochtonen op DENK. Deze partijen zijn nou niet bepaald tolerant voor transgenders.’ De mensen in de stad kenden Naomi vroeger altijd als man, dus nu ze vrouw was leverde dat vreemde gezichten op. Wat ook meespeelde was dat ze aanvankelijk nogal houterig liep, omdat ze nooit geleerd had om ‘vrouwelijk’ over te komen. Technisch gezien was Naomi een vrouw en ze voelde zich ook een vrouw, maar was vanwege het vroege stadium van haar transitie nog niet “passabel”, overtuigde nog niet in de vrouwelijke rol. Daar moest een tijdje overheen gaan. ‘Mensen herkennen je als een transgender. Er is helaas niet een toverfee die je met een tikje van haar staf in een perfecte vrouw verandert. Was dat maar zo. Vrouwelijkheid is ook een socialiseringsproces. Ik moest het onder de knie krijgen. Ik deed nog veel ‘mannelijke’ dingen. Ik werd in het begin nog vaak voor ‘hoer’ uitgemaakt. In de buurt woonde ook een blanke tokkie die zijn hond op mij afstuurde. Gelukkig had ik toen ook mijn huidige vriend, die voor mij opkwam en die tokkie tegenhield. Ik hoorde die man nog heel hard ‘kankerhomo’ tegen mij schreeuwen.’

Op dit moment gaat het echter veel beter. ‘Ik voel mij zelfverzekerder. Gedraag me meer als een echte vrouw. Mensen nemen geen aanstoot meer aan mij. Sowieso werd ik in de begintijd van mijn transitie gesteund door de mensen die ik kende, mijn nabije omgeving natuurlijk, maar ook de mensen achter de kassa bij de winkels waar ik mijn boodschappen doen. Zij deden wel normaal tegen mij.’

 

Identity politics en subsidies

Naomi Hoogeweij vindt het kwalijk dat progressieve actievoerders de transgenderzaak hebben gekaapt. ‘Ik ben binair ingesteld. Er zijn mannen en vrouwen. Ik ben geboren in het verkeerde lichaam, maar voel mij 100% vrouw. Progressieve activisten maken er iets anders van. Zij menen te spreken voor onze groep, maar behartigen alleen hun eigen belang, voor subsidies en voor aandacht. Voor het fenomeen genderqueers, transgenders die zich iets tussen man en vrouw in voelen, is vooralsnog geen wetenschappelijke basis. Het komt op mij over als een pseudo-identiteit, die lekker progressief is en past bij het politiekcorrecte discours en de kraakpandensfeer. Ik heb de indruk dat linkse genderqueers de transgenderzaak hebben overgenomen, gekoloniseerd, en identity politics bedrijven die soms rechtstreeks tegen onze belangen ingaan.’

Als voorbeeld noemt Naomi aparte toiletten voor transgenders: ‘Ik hoef geen aparte toiletten, ik wil gewoon naar een vrouwentoilet. Aparte transgendertoiletten versterken het gettogevoel, het idee dat we zielig moeten zijn, terwijl ik mijzelf helemaal niet zielig vind. Het vrouwentoilet is ook een soort van safe space, even om linkse taal te gebruiken, waar wij vrouwen ons ding kunnen doen. Tutten voor spiegel, roddelen, enzovoort.’

Een ander voorbeeld is dat linkse transgenderactivisten genderdysforie, de aandoening onderliggend aan transseksualiteit, uit de DSM-5 willen halen. ‘Dat is echt heel fout, want dat betekent dat je geen geslachtsveranderende operatie meer vergoed krijgt. Zo’n operatie wordt nu vergoed, maar als de activisten hun zin krijgen straks niet meer.’

Transgenderactivisten weten volgens Naomi wel heel goed voor zichzelf te zorgen: ‘Bregtje Visser, penningmeester van Transgender Netwerk Nederland en de Stichting GenderTalent, heeft een dubbele pet op. Als penningmeester van het netwerk betaalt ze haar eigen stichting, die transgenders aan werk moet helpen, royaal aan subsidies. Maar haar bureautje heeft niemand aan het werk geholpen, behalve haarzelf natuurlijk. Bregtje Visser controleert zichzelf. Maar in het politiekcorrecte Amsterdam wil men dit dus niet zien en krijgt haar stichting straks weer een prijs. Eigenlijk best wel beschamend. En slecht voor onze zaak.’ (Overigens schreef Das Kapital ook een kritisch stuk over GenderTalent, EHK.)

En dan is er de politieke correctheid. Naomi: ‘Op een bijeenkomst van transgenders vertelde ik dat in minstens vijf keer door islamitische jongeren in het gezicht ben gespuugd omdat ik trans ben. Ik beschouw moslims daarom niet als ‘bondgenoot’ in onze emancipatiestrijd. Maar uiteraard mocht ik dit niet zeggen van de mensen in de zaal. Ik zou een ‘homonationalist’ zijn. Een scheldwoord voor homo’s en transgenders die kritisch zijn over islamitische homo- en transfobie.’

Een laatste vraag, is Naomi wel progressief, of voelt ze zich meer bij ‘rechts’ thuis? ‘In cultureel opzicht ben ik progressief hoor. Dat moet ook wel, omdat je als transgender door veel mensen niet geaccepteerd wordt. Maar ik ben tegen identity politics, het politiseren van je identiteit als vrouw, homo, zwarte enzovoort. Echte transseksuelen zijn vanwege de grote persoonlijke veranderingen die een transitie met zich meebrengt zo met zichzelf bezig, dat ze geen tijd voor politiek hebben. Linkse activisten hebben het transwereldje gekoloniseerd, zij komen vooral op voor hun eigen portemonnee en hun eigen narcisme.’

 

 

Met dit interview stellen we Naomi Hoogeweij ook aan u voor als gastschrijver bij Jalta. Zij zal straks schrijven over LGBT-thema’s.