Het Rotterdamse College van B&W is van plan 20.000 sociale huurwoningen af te breken. Boze burgers komen in verzet en willen een woonreferendum. Wie zitten er precies achter dit referendum? En zullen ze succes boeken?

Rotterdam is arm in vergelijking met Amsterdam, Den Haag en Utrecht. De Maasstad telt veel sociale huurwoningen. Om hun stad aantrekkelijker te maken voor rijkere mensen willen Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA, die samen de coalitie vormen, zo’n 20.000 sociale huurwoningen slopen, vooral in Rotterdam-Zuid. Voor deze goedkope woningen moeten duurdere in de plaats komen. De bewoners van de afgebroken woningen moeten elders geherhuisvest worden.

Omdat de woonvisie van het College inmiddels is goedgekeurd door een meerderheid in de gemeenteraad moet er volgens tegenstanders van de sloop een referendum komen. Rotterdam moet Rotterdam blijven. Mensen met lage inkomens mogen volgens hen niet het slachtoffer worden van de idealistische plannen van het College om Rotterdam in de vaart der volkeren op te nemen.

Toiletpapier

IMGP1604

© Anne-Sophie Klapwijk

Al bijna een jaar liggen de coalitie en de oppositie met elkaar overhoop. De dreiging van een woonreferendum heeft ervoor gezorgd dat de verhoudingen op scherp zijn komen te staan.

Op 23 maart dit jaar debatteerde de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte met wethouder Ronald Schneider over de woonvisie en het eventuele woonreferendum. Jeroen van der Lee, woordvoerder van de eenmansfractie van de Partij voor de Dieren, stal de show. Hij noemde de woonvisie van het College ‘toiletpapier’ – een knipoog naar de gesubsidieerde WC-rollen van GeenPeil? – en zei dat in deze onzekere tijden veel mensen gewoon geen huis konden kopen.  Hij noemde als voorbeeld de ZZP’ers.

Schneider reageerde zalvend. ‘Alle inwoners van Rotterdam tellen mee.’ Maar met alle inwoners bedoelde Schneider ook en in de eerste plaats de rijke inwoners. ‘Dit is een andere stad aan het worden.’ Er moesten meer duurderde huizen komen, zodat Rotterdam niet kampt met een kapitaalvlucht. 56% van de Rotterdamse woningen zit in het goedkope segment. Deze ‘overmaat’ moet volgens Schneider worden rechtgetrokken.

SP-initiatief

Wie een beetje doorvraagt komt er al gauw achter dat de Socialistische Partij, vertegenwoordigd in de Rotterdamse raad met vijf zetels, een cruciale rol speelt in het hele referendumgebeuren. Querien Velter, de charmante SP-politica die voor de fractie de actie rondom het woonreferendum organiseert, geeft dat ook een beetje toe. Het manifest op de website van woonreferendum is door haar geschreven. En het idee om een referendum te organiseren komt bij SP-fractieleider Leo de Kleijn vandaan, niet van de huurdersverenigingen. Velter nuanceert dit wel: ‘Wij hebben de huurdersverenigingen geholpen om de boel wat politieker te maken, dat hun bezwaren bij de juiste personen terecht kwamen. Wij zorgden ervoor dat er werd doorgepakt.’

Het feit dat PvdA, NIDA (de lokale islamitische partij), GroenLinks en de Partij voor de Dieren het SP-initiatief steunen is voor Velter een bewijs dat het de SP niet om electoraal eigenbelang te doen is, maar om het belang van de burgers in Rotterdam. Velter: ‘Wethouder Schneider van Leefbaar heeft gezegd dat niemand in Rotterdam gedwongen zal worden om uit de stad te verhuizen. Ik heb daar zo mijn twijfels over. In ieder geval zorgen de sloopplannen ervoor dat mensen binnen Rotterdam gedwongen worden om te verhuizen. En omdat deze mensen, de minima, straks opeens een veel hogere huur moeten gaan betalen voor hun nieuwe huis, in plaats van 400 euro 700 euro, zullen ze financieel in de problemen komen. Dat mag niet gebeuren.’

Toch valt er voor de SP bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen mogelijk iets te winnen. Velter: ‘Leefbaar is voor de afbraak van sociale huurwoningen. Veel autochtone Rotterdammers hebben op Leefbaar gestemd vanwege hun kritiek op de multiculturele samenleving. De Rotterdamse kiezer moet echter weten waar Leefbaar werkelijk voor staat: een rechts beleid ten aanzien van sociale woningbouw.’

© Anne-Sophie Klapwijk

© Anne-Sophie Klapwijk

Deze politieke bijbedoelingen maken het referendum wat minder oprecht. De SP, maar ook de andere Rotterdamse partijen, willen in 2018 profiteren van de te verwachten val van Leefbaar. Geert Wilders heeft immers aangekondigd dat de PVV in dat jaar ook mee zal doen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. De partij die het meeste heeft te duchten van de PVV is natuurlijk Leefbaar. De SP, die deels in dezelfde electorale vijver vist als de populisten, hoopt de chaos straks te kunnen verzilveren.

Slag om de arm

Het woonreferendum trekt ook nationale belangstelling. SP-Kamerlid Farshad Bashir stelde eerder dit jaar Kamervragen over de voorgenomen sloop van sociale huurwoningen aan minister Stef Blok. Ook Albert de Vries van de PvdA heeft hierover vragen gesteld.

Het woonreferendum wordt alleen georganiseerd als er voldoende handtekeningen worden verzameld. Er zijn er in totaal 10.000 nodig. De deadline is 22 juni. Op 14 mei hebben SP, PvdA en NIDA een grote actiedag georganiseerd in Rotterdam-Zuid, die 1102 handtekeningen opleverde. Hierdoor staat de teller nu op 5592.  Aan deze folderactie deden ook Bashir en SP-leider Emile Roemer mee.

Mocht het referendum gehouden worden dan is de uitslag alleen geldig als er meer dan 30% van de stemgerechtigde inwoners van Rotterdam daadwerkelijk heeft gestemd, net als bij het Okraïnereferendum. En net als het Oekraïnereferendum zal het eventuele woonreferendum een raadplegend correctief referendum zijn, wat betekent dat de raad het recht heeft om de uitslag naast zich neer te leggen.

D66 houdt een slag om de arm en wil niks beloven. D66-raadslid Nils Berndsen zei tijdens de commissievergadering van 23 maart bovendien dat zijn partij niets heeft tegen een echt burgerinitiatief, maar partijpolitieke bemoeienis met een referendum verkeerd vindt. Uiteraard willen ook Leefbaar en CDA zich nergens aan vastpinnen.

Voorlopige balans

Als je het woonreferendum vergelijkt met GeenPeil dan vallen allereerst de grote verschillen op. GeenPeil was nationaal, het woonreferendum is lokaal. En waar GeenPeil echt een initiatief van bezorgde burgers was, daar is het woonreferendum duidelijk het initiatief van de SP. Het belangrijkste verschil is echter dat GeenPeil letterlijk en figuurlijk ver van veel burgers afstond, de discussie over Oekraïne was erg ingewikkeld en ging over een land aan de andere kant van Europa, terwijl het woonreferendum dichtbij is en veel burgers zelfs direct aangaat.

Overeenkomsten zijn er uiteraard ook: beide referenda worden bestreden door de zittende machten en gesteund door een deel van de oppositie. En bij beide referenda zit het element van ‘volk’ versus ‘elite’. Volgens GeenPeil zorgden de hoge heren in Den Haag en Brussel ervoor dat Oekraïne tegen onze wil lid zou worden van de EU, volgens het woonreferendum denken de hoge heren aan de Coolsingel alleen aan geld en vergeten ze de echte Rotterdammers.

Het ligt in lijn van de verwachtingen dat het woonreferendum voor 22 juni de vereiste 10.000 handtekeningen haalt. En vermoedelijk zal de meerderheid van de Rotterdammers ook tegen de woonvisie van het College stemmen. Belangrijker is echter hoe hoog de opkomst zal zijn, en of de raad (de meerderheid in de raad) wat met de uitslag zal doen.

CDA Rotterdam nam alvast een voorschot op het te verwachten woonreferendum door in maart en april campagne te voeren. Op zijn door de stad verspreide posters stond in grote letters te lezen: ‘Minder sociale huur. Meer huizen met tuin. #wijkeninbalans’. En daaronder in kleine letters: ‘Het CDA is voor het samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne.’

Twee vliegen in één klap.