Professor doctor Paul Cliteur, hoogleraar  encyclopedie van de rechtswetenschap en directeur van de mr. dr. Thierry Baudet Stichting het Renaissance Instituut, beschuldigt op The Post Online tolerante mensen van collaboratie. 

 

Cliteur schrijft in zijn column op TPO:

Naoorlogse collaboratie is het cultiveren van nalatigheid verpakt als respect, dialoog, uitgestoken hand, etc. die met zich meebrengt dat de nazi’s (1933-1945), communisten (1917-1989) en tegenwoordig jihadisten (1989-) hun mars door de instituties kunnen maken.

Op 4 mei overheerst in de officiële vieringen heel veel naoorlogse collaboratie. Dat wil zeggen: heel veel uitgestoken hand-gepraat en heel weinig reflectie op hoe men kan voorkomen dat nieuwe nazi’s aan de macht komen.

Cliteur hekelt hiermee – impliciet – de aandacht die het Comité 4 en 5 mei besteedde aan de vluchtelingencrisis en het feit dat op de kinderherdenking in Madorudam een moslimmeisje sprak.

Hoe maken jihadi’s hun mars door de instituties? Is dat Syrische vluchtelingenmeisje volgens Cliteur stiekem een jihadi? Zijn de burgemeesters van Rotterdam en Arnhem dat anders? Weet Cliteur wel dat jihadi’s zich juist van onze samenleving afkeren en moslims die wel in de maatschappij meedraaien slechte gelovigen vinden?

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons

 

De hooggeleerde ironie van Paul Cliteur