Op 15 augustus schreef Ewout Klei in zijn column “Parodiekerk moeten we niet serieus nemen” dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster terecht niet dezelfde rechten heeft als echte religies, zoals het christendom en de islam. Chris Dorsman reageert.

De Kerk van het vliegend spaghettimonster is een internationale atheïstisch gemeenschap die actief maar vredelievend ageert tegen religieuze onverdraagzaamheid. In Nederland staat sinds januari 2016 een kerk in Emmen.

Met de inschrijving van de kerk zou je juist moeten stellen dat het pastafarisme een erkende religie is geworden. En dat de aanhangers ervan dezelfde rechten zou moeten hebben als andere gelovigen. Helaas dacht de Raad van State daar anders over.

De Raad van State heeft gisteren namelijk besloten dat leden van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen vergiet op hun hoofd mogen hebben voor een pasfoto voor op een identiteitsbewijs. Andere gelovigen (moslims) mogen wel met een hoofddoek op hun paspoort staan. De uitspraak van Raad van State laat zien dat op dit punt de overheid selectief omgaat met de vrijheid van religie (wat nota bene een grondwettelijke recht is). Dat is vreemd, want in andere landen zoals Oostenrijk mag een vergiet wel, zolang je maar niet veiligheidsregels schendt.

Volgens Klei moeten we het pastafarisme niet serieus nemen omdat het een parodiereligie is. ‘Gelovigen’ van deze religie worstelen niet met gewetensvragen. Dat mag misschien zo zijn, maar er bestaan geen officiële regels waaraan een religie moet voldoen om een religie te mogen heten. Dat voor christenen en moslims wel bepaalde privileges gelden maar voor pastafari niet is willekeurig. En dat is ook precies het punt waaroverheen de Raad van State is gestruikeld. Het is vreemd dat de Raad van State gaat bepalen over hoe een religie eruit moet zien voordat het erkend wordt.

Dit betekent dat er vraagtekens gezet moeten worden over het domein waarin de religieuze vrijheden bestaan. Waarom worden gelovigen, omdat ze een bepaalde religie aanhangen, uitgezonderd van bepaalde regels? Hier is toch sprake van een voorkeursbehandeling van gelovigen? De kwestie laat zien dat Raad van State zelf niet in staat is om daar een goed oordeel over te hebben, waar nu precies de grenzen liggen.

Volgens Raad van State is Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen geloofsgemeenschap. Dat is raar. De kerk kent namelijk zeker geloofsregels. Maar door het gebrek aan dogmatiek is het niet ingericht zoals een conventionele religie. Daarnaast heeft de kerk ook de potentie om gigantisch te groeien, gezien steeds meer mensen de waarden van deze kerk delen en ook deze kerk ontdekken.

De kerk is internationaal en heeft wereldwijd tienduizenden volgelingen. Bovendien worden er regelmatig bijeenkomsten georganiseerd door volgers. Het argument dat het geen geloofsgemeenschap zou kunnen zijn klopt dus niet.

Sommige critici merken op dat er bij het pastafarisme geen sprake is van het geloven in een opperwezen. Maar het al dan niet geloven in een god is niet relevant voor een religie. Het boeddhisme kent ook geen opperwezen,  maar toch zijn er meer dan 350 miljoen boeddhisten in de wereld. Die erkennen wij toch ook?

Kortom, Nederland gaat willekeurig om met religies en met godsdienstvrijheid. Dat is een slechte zaak. Ik ben geen lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, maar ook deze kerk heeft recht op dezelfde rechten en privileges als andere religies.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons