Het werkt zo goed dat zelfs Haagse NOS-correspondenten erin trappen.

De VVD voert zoals bekend al jaren beleid gericht op de privatisering van het aantal bestaande sociale huurwoningen omdat het ‘goed voor de dynamiek‘ zou zijn. Het bevorderen van de verkoop van sociale huurwoningen werd ook expliciet genoemd als reden voor de verhuurdersheffing: maak het aanhouden van sociale huurwoningen door woningcorporaties zo duur dat ze worden gedwongen om die te verkopen. Mede op aandringen van de VVD is het verkopen van sociale huurwoningen zelfs tot speerpunt van beleid gemaakt in opeenvolgende kabinetten Rutte.

Nu valt op deze doelstelling op zich al het een en ander aan te merken, maar dat is voor een andere keer. Voor nu is relevanter de vaststelling dat een verkrapping van het bestand van sociale huurwoningen evidente problemen oplevert voor degenen die van dergelijke woningen afhankelijk zijn. En dat die mensen uiteraard daarover gaan klagen. Wat dan weer voor vervelende publiciteit kan zorgen. Voor je het weet gaan mensen immers schrijven dat de krapte op de sociale huurwoningmarkt de schuld is van de VVD.

Nu wil het toeval dat onder degenen die afhankelijk zijn van sociale woningbouw voor hun huisvesting zich ook statushouders bevinden – mensen wiens beroep op asiel is toegekend en die dus dezelfde rechten hebben als het om toekennen van sociale huurwoningen als andere urgente gevallen. Ze hebben immers nog geen onderdak in ons land buiten het asielzoekerscentrum, en hebben ook geen eigen middelen omdat ze als asielzoekers niet mochten werken.

De optelsom was snel gemaakt. Waarom niet gewoon de statushouders de schuld geven van de krapte op de sociale huurmarkt? Door af te geven op vluchtelingen kon de partij de PVV/FvD-stemmer paaien, en tegelijkertijd de aandacht afleiden van het feit dat het probleem door eigen beleid is veroorzaakt. Een win-win scenario, zogezegd. Sinds enige tijd zien we dus overal in de media VVDers opduiken die met graagte de koppeling maken tussen krapte op de sociale huurwoningmarkt en het toekennen van sociale huurwoningen aan statushouders. De Castricumse VVD-wethouder Paul Slettenhaar weigerde bijvoorbeeld nog langer ‘asielzoekers’ [zijn het niet, ze hebben al asiel gekregen, JL] in zijn gemeente ‘voorrang te geven‘ [een leuk gevonden alternatieve omschrijving voor ‘woning toekennen vanwege acute noodsituatie’].

Het Kamerlid Daniel Koerhuis voert er zelfs campagne mee: statushouders moeten ‘gewoon op hun beurt wachten‘. Op hun beurt wachten? Hoe dan? Moeten ze nog jarenlang in een asielzoekerscentrum blijven wonen? Statushouders hebben dezelfde rechten en plichten als iedere andere reguliere inwoner van ons land. Met een urgentieverklaring in de hand moeten ze dus op dezelfde manier behandeld worden als andere kwetsbare groepen. Ze hoeven niet op hun beurt te wachten, hun beurt is *nu*. Hetzelfde Kamerlid probeerde overigens ook te demagogen met de claim dat ‘pak hem beet 100% van de nieuwgebouwde huurwoningen naar statushouders gaat‘ – een claim waarvan Robin Fransman en de factcheckers van AT5 vakkundig gehakt maakten.

In de politiek is, net als in oorlog en liefde, vrijwel alles toegestaan. Maar dat VVDers het recht moeten hebben om te proberen met evidente onzin en halve leugens de aandacht af te leiden van de negatieve bijwerkingen van het beleid van hun eigen partij wil niet zeggen dat wij de plicht hebben om erin te trappen. Sterker nog, dat moeten we gewoon niet doen. Al helemaal niet als we geacht worden op een objectieve manier verslag te doen van politieke zaken. Graag dus niet meer doen, Dominique.