Het beruchte Nashville-pamflet heeft veel stof doen opwaaien. Tegenstanders van dit pamflet noemen de inhoud intolerant en homofoob. Voorstanders klagen dat de vrijheid van meningsuiting door de kritiek in het geding is. Maar is dat wel zo?

Eigenlijk is het op zichzelf al wonderlijk dat het pamfletje zoveel bekijks heeft. Oorspronkelijk komt het Nashville-document uit Amerika, en in Nederland vindt het alleen steun bij SGP’ers. Die club is goed voor een piepkleine drie zetels. Zij vinden vooral steun in de zogeheten Biblebelt, de gereformeerde gordel van Nederland.

Desalniettemin was de ophef groots. Dat is niet vreemd, aan de andere kant: homofobie is vooral voor progressief Nederland, maar ook voor ‘normale’ Nederlanders een gevoelig onderwerp. Homohaat is het land zeker nog niet uit en vormt nog steeds een bedreiging voor de vrijheid van homo’s. Nog steeds worden homo’s lastiggevallen en in sommige gevallen is er zelfs sprake van geweld.

Niet iedereen denkt louter negatief over het pamflet. Voornamelijk rechts heeft het over het -naar hun zeggen- feit dat links alleen klaagt over homofobie als het van een christelijk iemand komt. Wanneer moslims homofobe uitspraken doen kijkt links weg, zeggen ze.

Die vergelijking gaat niet helemaal op, al zou het zo zijn. De grote Nederlandse verdediger van het pamflet, SGP-voorman Kees van der Staaij, is een volksvertegenwoordiger en heeft een deel van de wetgevende macht in handen. Als een volksvertegenwoordiger woorden als deze gebruikt, heeft dat vanzelfsprekend een geheel andere impact dan een willekeurige moslim.

Tot slot is de vrijheid van meningsuiting totaal niet in het geding, integendeel: wie iets stelt, kan kritiek verwachten. Dat geldt ook in dit geval. Kritiek op omstreden uitspraken als die van Van der Staaij en het Nashville-pamflet is geen inperking van de vrijheid van meningsuiting, maar slechts kritiek op een stelling. Zo werkt het publieke debat nu eenmaal.

Er is teveel aandacht besteed aan het pamflet, en Van der Staaij heeft nu zijn media-momentje gehad. Ook hij kent de trucjes van het politieke spel en geniet ongetwijfeld van de aandacht die hij krijgt. Een volgende keer moet dit niet zo ruig worden bestreden, maar worden genegeerd of weggehoond.