Vandaag verscheen een interview met Sylvana Simons in het AD. Simons, omschreven als boegbeeld van het zwart activisme door het AD, blikt terug op het afgelopen politieke jaar. Wat zeggen haar antwoorden over de partij en over haar denken?

De politica wordt lastig gevallen, uitgefoeterd en beveiligd. Zo opent het AD het interview. Dat gun je niemand toe en zou eigenlijk niet moeten kunnen in een vrije democratie. Iedereen moet zonder fysieke dreiging, binnen de perken van de rechtsstaat, zijn of haar mening kunnen verkondigen. Het feit dat Simons dit niet heeft kunnen doen is een dieptepunt van politiek Nederland, dat voorop gesteld.

Sylvana blikt terug naar de les van haar vader dat voor zwarte mensen andere regels gelden dan voor witte mensen. Deze les is nog altijd terug te vinden, stelt ze. Als voorbeeld noemt ze Martin Simek die het had over ‘zwartjes’ in plaats van over donkere mensen. Ongetwijfeld zijn er andere, verkeerde vooroordelen over zwarte mensen dan over witte mensen, maar ik vraag me sterk af wat het benadrukken van verschillen tijdens de opvoeding helpt. Of zou het op een beschouwende manier zijn gegaan? Het zij/wij denken, aan welke “kant” je dan ook staat, leidt tot niets dan polarisatie. Echter, met het aankaarten van racisme an sich is natuurlijk niets mis mee. Ervan uitgaan dat er andere regels bestaan voor zwarte mensen leidt mijn inziens tot een slachtofferhouding zonder goede oplossing.

Op de vraag waarom alles wat ze zegt verkeerd valt, legt Simons de schuld bij de media. Ze verdraaien haar woorden en extreemrechtse websites verspreiden nepnieuws over haar. “Men gelooft dat ik alle witte mensen racisten vind”, noemt Simons als voorbeeld. Tegelijkertijd postte Simons in een verwijderde Facebookpost dat er zoiets bestaat als witte schuld, de schuld van het slavernijverleden die nog steeds aan de witte mens kleeft. Dit is uiteraard niet controleerbaar, dus heeft het geen sterke waarde.

Wat wel waarde heeft, is dat de BIJ1-pagina op Facebook plaatst dat ze het vervelend vinden dat een VVD-bestuurslid van de afdeling Leeuwarden het heeft over “neger fascisten”. Daarvoor houdt ze de VVD als partij verantwoordelijk, ze gaat voorbij aan het individu. Tegelijkertijd is het niet onbekend dat BIJ1-jongerenbestuurslid Manju Reijmer zich meermaals over de witte mens als racist en onderdrukker heeft uitgelaten. Ook drogredenen zijn hem niet vreemd. Blijkbaar mag dit niet als deel van de partij worden gezien, maar de uitspraken van het VVD-bestuurslid wel als deel van zijn hele partij.

De Zwarte Piet-discussie is niet aan haar toe te schrijven volgens Simons. Dat klopt, maar het is natuurlijk niet vreemd als je als politieke partij je profileert op het thema, je ermee geassocieerd worden. Wil Simons iets doen aan Zwarte Piet of liever niet? Ze lijkt zich te willen profileren als meer dan een one-issue partij, maar tegelijkertijd heeft ze veel van haar stemmers juist verkregen door te ageren tegen Zwarte Piet.

Simons stelt terecht dat het belachelijk is dat mensen die haar bedreigen geen spijt betuigen. Hier heeft ze een goed punt, al zou het vreemd zijn als ze er anders over dacht. Ze verklaart deze reactie doordat de overheid tekort is geschoten om ons bewust te maken van het slavernijverleden. Dat kan kloppen, maar maakt het bewust zijn van het slavernijverleden ons minder racistisch? Anno 2017 lijkt het me niet dat zwarte mensen bijzonder behandeld hoeven te worden, of dat nou negatieve of positieve discriminatie zou zijn. Les over het slavernij moet vanuit historisch oogpunt gegeven worden, niet vanuit ideologisch perspectief. Een ideologische kijk staat een objectieve geschiedenis in de weg, namelijk.

De partijleider van BIJ1 kijkt terug op haar tijd bij DENK. Het is niet verlopen hoe ze wilde. Ze heeft nu haar eigen koers en wil haar eigen ding doen en radicale gelijkwaardigheid bereiken. De partij werkt samen met mensen van allerlei komaf, instituties moeten zich aanpassen aan de nieuwe realiteit. Dekolonisatie van onderwijs, bijvoorbeeld. Waarschijnlijk bedoelt ze daarmee het eerdergenoemde slavernijverleden-onderwijs mee.

Simons is nog niet tevreden met de geboekte resultaten. Er is een roegveegpiet, maar Zwarte Piet moet helemaal weg. BIJ1 wil Zwarte Piet in alle openbare ruimtes verbieden. “We zeggen toch ook niet: een beetje seksisme is ook goed?” De blijvende vraag is of Zwarte Piet racisme is. Verandering is naar mijn mening geen probleem, maar tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat in kleine kringen de traditionele cultuur behouden moet blijven.

Het Sinterklaasbestand van het AD is een gotspe volgens Simons. “Wanneer mag [discussiëren over Zwarte Piet] het dan wèl?” Als je alleen je eigen ideologie als oogpunt neemt, kan ik haar begrijpen, maar het is en blijft een kinderfeest. Het plezier van kinderen staat voorop. De redenering van het AD kan ik goed begrijpen, al valt een echt bestand natuurlijk niet te handhaven.

De AD-journalist vraagt of Simons zich nog welkom in Nederland voelt. De politica antwoordt dat de vraag zou impliceren dat ze hier op bezoek is. Dat is natuurlijk niet het geval: ze is belaagd en uitgescholden, dan is zo’n vraag niet vreemd. Simons relateert het aan haar huidskleur, wat de ongezonde focus die BIJ1 heeft blootlegt.

Nanninga is volgens Sylvana niet welkom in de Amsterdamse politiek. Haar uitspraken zijn respectloos, dus mag ze geen politica worden. Daar heeft ze het mis. Het idee van een vertegenwoordigend stelsel is dat Nanninga mensen met dezelfde mening vertegenwoordigt, ongeacht haar mening of hoe respectvol ze volgens Simons is. Zeggen dat iemand geen politicus zou mogen zijn is doet geen eer aan de democratie. Je kan stellen dat sommige meningen niet welkom zijn of niet gehoord mogen worden, maar gelukkig hebben we zoiets als de vrijheid van meningsuiting. De uiteindelijke vraag is hoe ver die moet strekken.

De politica rekent op twee zetels, maar wil er het liefst vier of vijf. Dat is ambitieus, maar niet onmogelijk in het relatief linkse Amsterdam. De tijd zal het leren.

Afbeelding: logo BIJ1