Onderwijsinspectie vindt bij nader inzien geen bewijs van salafistische invloeden in de onderwijsagenda van het Cornelius Haga Lyceum.

Zelfverrijking door de schoolleiding, het is een ernstig vergrijp. Het moge dus duidelijk zijn dat de school bepaald niet wordt vrijgepleit door het uitgelekte concept-rapport van de Inspectie van het Onderwijs, zoals dat gisteravond in NRC Handelsblad werd gepresenteerd. In totaal zou ruim 170.000 euro op onrechtmatige wijze zijn besteed – een fors bedrag. Tegen individuen die zich hieraan hebben schuldig gemaakt, moet dan ook passende maatregelen worden genomen.

Toch is het inspectierapport in werkelijkheid vooral pijnlijk voor de Haagse politieke klasse. Geen van de harde beschuldigingen over vermeende salafistische invloeden op het geboden onderwijs worden door de inspectie bewezen geacht. Maandenlang sprak men dus ten onrechte van een ‘salafistenschool’ en repte men van ‘mislukte integratie’. Van links tot rechts pleitte men voor sluiting van de school. PvdA-leider Asscher maakte het zelfs zo bont dat hij de vermeende misstanden op deze school aangreep om te pleiten voor een herziening van artikel 23 van de grondwet, het artikel dat de onderwijsvrijheid regelt.

Nu bij nader inzien blijkt dat er van al deze beschuldigingen helemaal niets klopt, zou het goed zijn als de Kamer eens een keer zichzelf aan een onderzoek onderwerpt. Op basis van enkel geruchten een school verdacht maken, claimen dat ‘de integratie’ zou zijn mislukt, ja zelfs bereid zijn de grondwet te herschrijven, het is allemaal te genant voor woorden. En vooral ook: levensgevaarlijk. Een hele bevolkingsgroep verdacht maken en grondwettelijke vrijheden willen schrappen is iets dat past bij fascistische dictaturen, niet bij een liberale democratie. Politici die dat niet tot in het diepst van hun wezen voelen, horen niet in de politiek thuis.

Slotvraag: gaat Lodewijk Asscher naar aanleiding van dit rapport zijn excuses aanbieden?