De coalitiepartijen liepen vandaag een ererondje over een dossier dat een week geleden nog als heet hangijzer gold.

Maandenlang bouwde in Den Haag de spanning op. Een reeks van lekken voedden de suggestie van interne spanningen binnen de coalitie, gebaseerd door angsten over mogelijke excessieve kosten. Als de doorrekening van het klimaatakkoord eenmaal was gepresenteerd, zo luidde de speculatie, zouden de tegenstellingen wel eens onoverbrugbaar groot kunnen blijken. Wie weet klapte het kabinet wel!

Eind januari werd al duidelijk dat het met de kosten wel eens mee zou kunnen vallen. De doorgaans goed ingevoerde NRC-journalist Tom-Jan Meeus had de hand weten te leggen op een intern memo van het Ministerie van Sociale Zaken waarin met enige terughoudendheid werd geconcludeerd dat het met de inkomenseffecten nog wel eens mee zou kunnen vallen. Het lawaai over het akkoord was daardoor al enigszins verstomd toen afgelopen weekend de Klimaatmars plaatsvond. Die mars had daardoor eerder een vrolijk dan een grimmig karakter, en vormde een mooie opmaat voor de presentatie van de opvallend positieve cijfers in de doorrekening.

Positief is uiteraard een relatief begrip hier, er zullen nog steeds kosten zijn en die lijken vooral bij lagere inkomensgroepen terecht te komen. Maar we mogen om te beginnen vaststellen dat de horrorverhalen van eind vorig jaar gewoon niet klopten. En dat het kabinet ook maatregelen presenteert om die effecten volledig te compenseren via een verlaging van de energiebelasting. Verder probeert het kabinet ook qua kosten de balans tussen burgers en bedrijven te bevorderen door een extra CO2-belasting te introduceren. Dat de opbrengst van deze kosten wordt gebruikt om een verduurzaming van de economie te subsidieren is logisch, al zal het kabinet wel moeten opletten dat ook op het punt van de subsidies de balans tussen burgers en bedrijfsleven niet wordt verstoord.

Overigens is het ook met deze berekeningen in de hand een open vraag of het gestelde doel van 49% reductie CO2-uitstoot ivm basisjaar 1990 wel gaat worden gehaald – gezien het dwingend karakter van de Urgenda-uitspraak zal de oppositie daarover vast nog aanvullende zekerheden eisen van het kabinet. Toch kon oppositieleider Klaver kon dan ook niet anders dan de uitgestoken hand van het kabinet met een sierlijk gebaar aanvaarden. Dat hij daarbij de inhoudelijke overwinning claimde voor zijn eigen partij is zijn goed recht – zonder linkse druk zouden deze maatregelen immers nooit zijn genomen.

Al met al een mooi staaltje politieke stuurmanskunst. Nadat het kabinet eerder al de angel wist te halen uit het Kinderpardon-dossier, heeft het met deze doorrekening en de voorgestelde maatregelen opnieuw een politiek probleem van de buitencategorie weten op te lossen. Voor een regeringsploeg met zo’n wankele basis is dat een opvallend knappe prestatie.