We moeten een heikel punt aankaarten, mensen. Dit gaat zo niet langer. De sluipende doch virulente kittenhaat in deze maatschappij neemt toe, en iedereen staat erbij en kijkt ernaar. Kittens worden uitgesloten en gedemoniseerd. Ze eten gek, met alle vier hun pootjes IN de etensbak. Ze hebben raar pluishaar. Ze zitten nooit stil of vallen juist zomaar in slaap, enfin, u kent de vuige vooroordelen wel die breed leven in onze samenleving jegens babypoesjes. Kittenfobie MOET stoppen.

Niet? Nee natuurlijk niet, want iedereen houdt van kittens. Zelfs de enkele heikneuter die weleens een nestje verzuipt in de sloot achter zijn erf wegens feliene overpopulatie doet dit niet met plezier. Kittenfobie bestaat niet, want kittens doen tamelijk weinig verkeerd, vormen geen gevaar en vrijwel iedereen vindt ze superschattig.

“Huidskleurfobie”

Het feit dat ‘islamofobie’ als term wel bestaat, zegt dan ook meer over islam in Nederland dan over de vermeende islamofoben. Voor de wijsneuzen die nu ‘homofobie’ noemen als voorbeeld van wel degelijk bestaande doch onterechte haatdragendheid jegens een bevolkingsgroep: homofobie is de verkeerde term, het zou homohaat moeten heten. Racisme noemt men immers ook geen huidskleurfobie. Tot zo ver de semantiek, terug naar islamofobie. Dat bestaat, is heel erg, en moet bestreden worden, volgens anti-racismeclub Radar en Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR).

Bestaat islamofobie? Neen, natuurlijk niet. Zoals ik eerder betoogde, suggereert ‘fobie’ een irrationele angst voor iets. Spinnen, drukke straten, dat zijn zaken waarvoor sommige mensen een ongegronde angst koesteren. Een zekere angst voor het mohammedanisme is allesbehalve irrationeel te noemen, dat zal iedereen die de afgelopen jaren niet onder een media-proof burka heeft geleefd kunnen bevestigen. Ook in Nederland is de invloed van de religie van de vrede voornamelijk negatief te noemen. Radicalisering is een groot en reëel gevaar. En ons recht om te demonstreren wordt in handen van islamitische groeperingen maar al te vaak misbruikt voor manifestaties van onversneden jodenhaat. Afgelopen weekend nog was te zien hoe de moslimbroeders hun vrijheid van meningsuiting op de Amsterdamse Dam benutten voor intimiderend vlagvertoon en anti-Israël haatpropaganda. En voor het slaan en bij de media weghouden van een mijnheer die er kennelijk een andere mening op nahield. Een incident, misschien, maar het toont wel aan dat deze beweging de vrijheid van meningsuiting met voeten treedt, als zij daartoe de kans krijgt.

Meer islam tegen radicalisering

Politiek Den Haag werd opgeschrikt door het vertrek van Öztürk en Kuzu bij de PvdA, de heren weigerden de harde lijn die Asscher inzet tegen ondoorzichtige Turks-islamitische verenigingen te onderschrijven. Zij toonden daarmee opzichtig hun loyaliteit aan Ankara en Allah. Van de wederomstuit vergaloppeerde Ahmed Marcouch zich om de gunst van de islamitische achterban te verherwinnen: hij stelde voor om kinderen op scholen te laten onderwijzen door imams om aldus radicalisering te voorkomen. Wordt de jeugd ideologisch weerbaar van! Snaaks meer, meer, meer islam invoeren met het dreigement ‘anders radicaliseren we’. Wie, zij het subtiel, dreigt moet niet piepen als mensen zich vervolgens bedreigd voelen. Alsof men in de strijd tegen kindermisbruik door priesters om meer katholicisme gaat roepen. En waar de katholieke kerk zich overwegend schuldbewust opstelt, is van zulke introspectie en boetedoening binnen de islam weinig tot niets te bespeuren.

Maar los van de angst voor de negatieve invloed van de islam in deze maatschappij, is angst niet (de enige) drijfveer van veel islamcritici. Hoezo ‘angst’? Zou het misschien kunnen zijn dat mensen een diepe afkeer hebben tegen deze ideologie die zo slecht compatibel is met mensenrechten, vrijheid en gelijkheid? We hebben toch ook geen ‘angst’ voor het communisme? We vinden het gewoon een bar slecht idee. Zolang er geen meerderheid is van moslims in Nederland ben ik niet bang voor de islam. Ik heb er een hekel aan. Ik heb een hekel aan de hypocrisie van mannen die hun moeders, dochters en zussen kort houden en zelf alles doen wat Allah verboden heeft. Ik heb een hekel aan belangenclubjes die zich hebben ingevreten in politiek, hulpverlening en subsidieruif, en ondertussen maar al te vaak financiële en ideologische banden hebben met Midden-Oosterse regimes en radicale bewegingen. Ik heb een hekel aan godsdienstfanatici met niets anders dan Grote Verongelijktheid als argument. En ik heb al helemaal een bloedhekel aan betuttelracistische do-gooders van clubs als Radar, die er brood in zien om namens een ideologie die spuugt op andersdenkenden de verdediging te voeren tegen de meer dan terechte kritiek op de islam. Zij beschermen de kat tegen de muizen.

Slachtofferrol

Is een afkeer van de islam erg? Niet zolang het zich richt op het geloof. Met personen en gebouwen gaan wij beschaafd om, types die menen geweld te moeten gebruiken of brand te moeten stichten, zijn geen haar beter dan de religie waar zij tegen zeggen te strijden. Maar een afkeer van het gedachtengoed en de manifestaties daarvan in deze maatschappij lijkt mij meer dan terecht. Beter bestrijden goedwillende moslims de oorzaken van die afkeer, en wijzen zij met een beschuldigende vinger naar hun geloofsgenoten die zich, wentelend in hun slachtofferrol, luidkeels beklagen over al die nare islamofobie.

Er is geen storm van kittenhaat die onschuldige poezenbeesten doet sidderen op hun pootjes. Want niemand vindt ze eng of stom. Dat de mensen van Radar en SPIOR, moslimorganisaties uit de regio Rotterdam waar gesproken wordt van een “Turkse coup”, constateren dat er wel sprake is van een tamelijk diepe afkeer van de islam, zou ze aan het denken moeten zetten. Niet over De Ander, maar over zichzelf. Ik zou graag over een paar jaar schrijven dat niemand een hekel heeft aan moslims. Betrokken, opbouwende types zijn het, die het tij van islamofobie wisten te keren door tijdig de normen en waarden van onze rechtsstaat te onderschrijven, en de gewelddadige en kwaadwillende elementen in hun midden effectief hebben veroordeeld en geïsoleerd. En tot de dag dat dat het geval is, blijft ‘islamofobie’ niets anders dan een holle jij-bak.