FvD kan de onrust over de eigen extreme standpunten niet makkelijk wegnemen. Maar de partij kan wel beloven de vrijheden van Nederlanders nu en in de toekomst te beschermen – alle Nederlanders, dus ook de nieuwe.

De klassieke lijstjes met de criteria waaraan je het ‘eeuwig terugkerend fascisme’ kunt herkennen spreken tot de
verbeelding. Wanneer we Baudet en de zijnen hieraan toetsen, slagen zij met glans; achter vrijwel alle punten
kunnen we een vinkje zetten. Vol ongeloof blijven we naar het lijstje staren; ergens in de theorie moet zich een
weeffout bevinden. Of kan iemand ook per ongeluk een fascist zijn, zonder dat hij het kwaad bedoelt? En er mag
dan misschien wel geen fundamenteel verschil te vinden zijn, de graduele verschillen zijn zo groot, dat ze het
gemis van een fundamenteel verschil compenseren. Een fascisme-light, als het ware. En misschien kan het land
een schop onder zijn kont best gebruiken.

Het intellectuele midden twijfelt. De rechterhelft kiest voor een pragmatische benadering en laat de fascismevraag derhalve links liggen; zij beschouwt één en ander als een bruikbare correctie op een vastgelopen systeem
dat vlotgetrokken dient te worden, en gaat er vanuit dat de soep niet zo heet gegeten zal worden als opgediend.
Politiek is immers theater, dus laat hem voor nu even lekker fascistje spelen; het baasje is bezig de wereld te
ontdekken, en is gewoon nog wat zoekende. Het is het uiteindelijke beleid dat telt. Een gevalletje cognitieve
dissonantie, of voor nu de meest verstandige zienswijze?

De linkerhelft ziet een ontsnappingsmogelijkheid in een herconceptualisering van het begrip, enerzijds uit angst
om te demoniseren, anderzijds omdat men, meer dan de vraag zelf, waarschijnlijk vooral een bevestigend
antwoord vreest. Want wat dan? Oftewel, we passen het lijstje net zo lang aan totdat we een punt vinden waarop
de vergelijking mank gaat, zodat we weer opgelucht adem kunnen halen. Zo las ik ergens dat het belangrijkste
verschil tussen toen en nu is, dat het grootkapitaal zich nog niet achter Baudet geschaard heeft.

Rechts van dit brede intellectuele midden is er een bont gezelschap van academici, journalisten, filosofen, oudpolitici en opiniemakers actief, dat het Forum voor Democratie steunt en, min of meer, strijdt voor dezelfde
idealen als Thierry Baudet en de zijnen doen. Hun reactie bestaat er vooral uit dat je één en ander geen fascisme
mag noemen, omdat dat gevaarlijk is, of onfatsoenlijk. Zelden echter luidt de reactie: je mag het geen fascisme
noemen, want het heeft er niets mee te maken. Laat staan dat men uitvoerig uitlegt waaróm het met fascisme
niks te maken heeft. Dat laatste is jammer, want ik ben vooral benieuwd naar de inhoudelijke argumenten uit dit
kamp.

Ook teneinde de grond voor demonisering weg te halen, zou het misschien zinvol zijn als de denkers en duiders
rondom Baudet uitleggen wat volgens hen het bewijs is dat Baudet geen potentiële fascist is met
doorgroeimogelijkheden. Door het vraagstuk onbeantwoord onder het tapijt te schuiven, maak je een en ander
juist verdacht. Zodra de intellectuele basis voor de verdenking van fascisme is weggeslagen, zal dat op termijn
zijn weerslag hebben op de doorsnee bezorgde burger; de redelijke meerderheid is op termijn altijd te overtuigen,
ook al zal niet iedereen zijn ongelijk direct toe willen geven. En wie weet wordt zelfs de extreem-linkse
aanslagbereidheid zo verminderd.

Maar misschien zwijgen zij hierover, aangezien zij weten, of er van uitgaan, dat de grote gebaren en ronkende
retoriek van Baudet niet veel meer zijn dan electorale strategie, waarbij bepaalde sentimenten in de samenleving
handig uitgespeeld worden. Bijkomend voordeel is dat deze strategie tevens de aandacht afleidt van die punten
op hun agenda, die indruisen tegen de belangen van een groot deel van hun electoraat. Het aan het licht brengen
van dit alles zou hun campagne natuurlijk aanzienlijk verzwakken. Een spelletje dus, alleen jammer dat niet alleen
de linksgekkies, maar ook een groeiend leger van rechstgekkies dat niet doorheeft, en ervan overtuigd is dat de
krijgstaal van Baudet serieus bedoeld is.

Maar uiteindelijk is de definitiekwestie van secundair belang. Want als we de woorden van Baudet niet letterlijk
moeten nemen, waarom die van zijn tegenstanders dan wel? Van belang is de vraag waaróm men terugvalt op
deze emotioneel zo beladen term. De fascismevraag gaat helemaal niet over fascisme. Bij gebrek aan beter
wordt de term vooral gebruikt om uitdrukking te geven aan wat men van een autoritaire en anti-liberale politiek ten
diepste vreest, namelijk geweld en onderdrukking.

Straatgeweld bijvoorbeeld, tegen minderheden of andersdenkenden, geïnitieerd door burgers die zich
organiseren in knokploegen en zich politiek-ideologisch in de rug gedekt voelen. Een stap verder vreest men
staatsgeweld, in de vorm van repressie van academici, leraren, journalisten en al die anderen die volgens het
Forum meewerken aan het kapot maken van het land. Wat sommigen zelfs vrezen, ver aan de horizon, zijn
gedwongen deportaties van bepaalde etnische minderheden.

Het zal de bezorgde burger uiteindelijk worst wezen welk ‘ideologisch etiket’ het juiste is voor het Forum; hij wil
domweg gerust gesteld worden voor het moment dat haar ideologie de dominante kracht wordt in de Nederlandse
politiek.

Desalniettemin, terug naar de fascismevraag zelf. Laten we voor de aardigheid de punten afhandelen waarover
nog twijfel bestaat. Aan één van Baudets opmerkelijkste uitlatingen is nauwelijks aandacht besteed. In een
uitzending van publieke omroep PowNed veroordeelde hij het geweld van een door het volk opgerichte knokploeg
niet, maar legitimeerde hij het in plaats daarvan als ‘noodweer’, oftewel als een gerechtvaardigde en niet
strafbare vorm van geweld. Nu ben ik geen expert, maar legitimatie van geweld tegen de ‘vijanden van het volk’,
lijkt mij bij uitstek een wezenskenmerk van fascisme in-de-dop. Maar misschien zie ik spoken.

Uit het tegenkamp worden overigens wel pogingen gedaan om aan te tonen waarom het begrip ‘fascisme’ niet op
Baudet van toepassing zou zijn, bijvoorbeeld door fascismekenner Robin te Slaa. Ten eerste ontbreekt volgens
hem de noodzakelijke utopische dimensie. Echter is het einddoel van Baudet niets minder dan het doen
herontwaken van de Europese ziel, teneinde de wedergeboorte van het glorieuze Europa van weleer mogelijk te
maken. Hiertoe dienen zowel het liberalisme als het socialisme, principieel en in al hun facetten, afgewezen te
worden, en vervangen door een fundamenteel ander type ideologie. Hieruit volgt noodzakelijkerwijs dat de
individuele vrijheid als hoogste waarde vervangen gaat worden door iets anders. Hij schat in dat het twee
generaties zal duren voordat de westerse wereld een fundamenteel andere richting ingeslagen is. Kortom,
Baudets inzet is niets minder dan een volledige paradigma-verschuiving in het denken van de mens van de
eenentwintigste eeuw. Als uit dit alles geen utopisch verlangen uitspreekt, dan vraag ik mij af, waaruit wel?

Het tweede argument bestaat eruit dat Te Slaa in Baudet een voorstander ziet van meer democratie, in
tegenstelling tot de afwijzing hiervan door het fascisme. Zo zijn er meer mensen die in Baudets pleidooi voor
meer referenda een bewijs zien van zijn onvoorwaardelijke trouw aan de parlementaire democratie. Nu is het
tegendeel natuurlijk onbewijsbaar, maar mij lijkt het referendum, in combinatie met sociale media, vooral een
uitermate handig gereedschap voor het verder ontwrichten van de ideologische status quo; niet voor niets zijn het
vooral de anti-liberalen die razend enthousiast zijn over deze vorm van volksraadpleging. Sowieso lijken antiliberaal en democratisch mij een contradictie in termen. Tel hier bij op Baudets voorliefde voor de aristocratie van
weleer, en zijn overtuiging dat het volk instinctief weet dat hij gelijk heeft, en ik ben nog niet voor de volle honderd
procent overtuigd. Denkt u trouwens dat een politicus die heimelijk de democratie probeert te verzwakken, dit in
zijn verkiezingsprogramma zou zetten?

Nota bene Baudet zelf maakt nog het sterkste punt, door te stellen dat het fascisme in wezen een modernistische
beweging was, en het is natuurlijk het modernisme bij uitstek wat hij op principiële gronden afwijst. Een zin later
zegt hij overigens dat één en ander best onderdeel van een gesprek zou kunnen zijn; helaas vraagt de journalist
hier niet door.

Maar vergeet de lijstjes, en het theoretisch geneuzel over wel of geen fascisme, en over doorslaggevend kenmerk
zus of zo. Een twintigste-eeuws begrippenkader volstaat niet langer om de eenentwintigste eeuw te begrijpen.
We hebben sowieso geen ingewikkeld begrippenkader nodig, want de vraag waar het uiteindelijk om draait is vrij
simpel.

Want wat ik mij op zwakke momenten afvraag, is niet of Thierry Baudet een fascist is, maar of het Forum voor
Democratie en al haar Europese geestverwanten, genoegen zullen nemen met de zo gewenste immigratiestop. Is
het demografische probleem daarmee opgelost? Want wanneer we de netto-immigratie van moslims en
Afrikanen, want om hen gaat het, afzetten tegen het aantal van hen dat reeds Europeaan is, gaat het om een
relatief kleine groep mensen. Anders gezegd: de meeste ‘indringers’ zijn hier al lang, en hun aantal zal groeien,
ook zonder verdere immigratie. Wat gaat er met hen, en met alle andere vijanden van het volk, gebeuren, op het
moment dat de Europese ziel daadwerkelijk ontwaakt is, en de liberale consensus vervangen door een andere?

Is het Forum bereid om, teneinde de angst en de haat te bezweren, onomwonden te garanderen dat, ondanks
haar militante pleidooi tegen de multiculturele samenleving en haar droom van een fundamenteel ander Europa,
zij wel degelijk pal zal blijven staan voor de grondrechten van bijvoorbeeld de moslims in Nederland? En dat zij
hier tot in lengte van dagen onbezorgd en in vrijheid kunnen blijven leven, wonen en werken, hun gezinnen
kunnen blijven stichten en rekenen op de onvoorwaardelijke bescherming van de staat, ongeacht welke crisissen
of onverwachte gebeurtenissen ons nog te wachten staan? En niet alleen nu, maar ook als we twee generaties,
of meer, verder zijn?

Dat is de, al dan niet hypothetische vraag die niemand durft te stellen, maar die, als we de fascismevraag
werkelijk achter ons willen laten, wel ondubbelzinnig beantwoord dient te worden. De rest is bijzaak, en kan aan
de borreltafel afgehandeld worden.

Paul Verhoeff is publicist. Hij is werkzaam in de muziekindustrie.