De Saoedische studente Alya trouwde in Nederland met Pim en kreeg daarmee een stortvloed aan problemen over zich heen. Nu vraagt zij Nederland ervoor te zorgen dat zij niet juridisch tussen wal en schip valt. Of erger…

De Volkskrant schreef een groot artikel over haar, Nieuwsuur besteedde aandacht aan haar zaak en SP-kamerlid Sadet Karabulut stelde vragen aan minister Lodewijk Asscher. Tot nu toe hield “Alya” (een pseudoniem, haar werkelijke naam is bekend bij de redactie) angstvallig haar nationaliteit verborgen, maar nu vertelt zij voor het eerst uit welk land zij afkomstig is: Saoedi-Arabië. De reden van deze onthulling is haar verbijstering over het feit dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zich wel “in EU-verband” inzet voor het lot van de Saoedische mensenrechtenactiviste Souad al-Shammary, maar geen gehoor gaf toen Alya om hulp vroeg het land te ontvluchten waar zij tegen haar wil en ondanks haar huwelijk met een Nederlander, gevangen werd gehouden.

In dezelfde periode dat de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, bereid was hemel en aarde te bewegen om de door de stickeractie van Geert Wilders verstoorde relatie tussen ons land en de Saoedi’s te herstellen, weigerde datzelfde ministerie een vinger uit te steken om Alya uit haar gevangenschap te bevrijden. Alya: “Ik begrijp het niet, Nederland wordt geacht zich zo voor vrouwenrechten te interesseren, maar Buitenlandse Zaken deed niets voor mij. De Nederlandse overheid zet zich in voor Souad al-Shammary, de ambassade in Riyad zoekt uit wat er met haar gebeurt, maar het enige advies dat diezelfde ambassade mijn man gaf, was: “Kom niet naar Saoedi-Arabië want hier loop je groot gevaar en wij kunnen je niet helpen.’” En: “Als Alya naar de ambassade komt, sturen wij haar weg. Wij kunnen niets voor haar doen.”

Dubelleven

Toen Alya in 2008 naar Nederland kwam om geneeskunde te studeren, hulde zij zich nog in een abaya, het traditionele zwarte gewaad dat Saoedische vrouwen van top tot teen bedekt – nu noemt Alya het een “vuilniszak”. De regering in Riyad had haar een beurs verstrekt onder de strikte voorwaarde dat een meegereisde voogd – een wali, meestal een vader of broer die daarvoor een salaris ontvangt – in het zondige Groningen een oogje op haar zou houden. Maar vader en broers (Alya heeft er zeven!) moesten regelmatig terug naar hun geboorteland om hun visum te verlengen en in die periodes trok Alya erop uit: met haar vriendinnen naar musea en toeristische bezoekjes aan Amsterdam. “Dat waren de goede tijden, ik kon eindelijk ademhalen,” zegt zij over haar groeiende vrijheid. “Ik vertelde mijn familie dat ik met een groep Saoedische meiden in een huis woonde en dat het dus geen zin had een wali te sturen. Die mocht natuurlijk niet in dat huis komen wonen of het zelfs maar binnentreden.” Nog een geheim uit haar dubbelleven was dat de Saoedische vriendinnen sjiieten waren: “Dat kon ik niet vertellen aan mijn familie, in Riyad is men zo racistisch.”

alya_en_pim

Op een nieuwjaarsfeest in 2012 ontmoette ze “Pim”, wisselde telefoonnummers met hem uit en van het één kwam het ander: in november van datzelfde jaar trouwde het smoorverliefde stel. In de zomer van 2013 besloot Alya niet meer terug te keren naar Saoedi-Arabië, maar zij had haar familie nog niets verteld over haar relatie met Pim, laat staan dat de twee al getrouwd waren. Alya’s moeder besloot haar dochter in Nederland op te zoeken. Alya vertelde haar dat zij interesse had in een man en stelde Pim aan haar voor: “Een paar dagen lang ging het goed, maar daarna zei zij: ‘Nee, nee, nee, je moet deze relatie afbreken.’” Het feit dat Pim zich inmiddels had bekeerd tot de islam, deed niets af aan de afkeuring van Alya’s moeder. “Zij mocht hem op zich best,” vertelt Alya, “maar toen begon ze na te denken over wat men in Saoedi-Arabië ervan zou denken.”

“Vertel hem niets, hij vermoordt je”

Toen Alya’s vader zich bij zijn vrouw en dochter in Nederland voegde, waarschuwde haar moeder: “Vertel hem niets, hij vermoordt je.” Alya twijfelt er niet aan dat dit dreigement serieus was. Nadat de familie terugkeerde naar Riyad, begonnen de problemen pas echt. December vorig jaar belde Alya’s moeder met de onheilstijding dat zij aan kanker leed en niet meer lang te leven had. Alya spoedde zich naar Saoedi-Arabië om afscheid te nemen. Eenmaal aangekomen in Riyad vertelde haar moeder dat zij niet ziek was en dat de familie niet van plan was haar naar Nederland terug te laten keren. “Mijn moeder zei: ‘je gaat daar nooit meer naartoe, je hebt ons te schande gemaakt,’” vertelt Alya, en: “hoe moeten we de mensen nu onder ogen komen?”

De familie had ook al een Saoedische echtgenoot voor Alya op het oog: “Ik dacht: als ik hier niet wegkom, pleeg ik zelfmoord.” De uitdrukking op haar gezicht verraadt dat dit geen loze woorden zijn. Ook werd er een operatie voor maagdelijkheidreconstructie gepland. Maar voor het zover kwam, bedacht Alya een list om haar familie te ontvluchten. Om vertrouwen te winnen, speelde zij geduldig het spelletje mee, hielp haar moeder zelfs de aanstaande bruiloft te plannen. Alya stelde voor haar in Nederland begonnen studie geneeskunde in Riyad voort te zetten, maar om niet helemaal opnieuw te moeten beginnen, had zij papieren uit Groningen nodig en die kon zij alleen persoonlijk ophalen.

Haar familie trapte in de val, zoals Alya dat zelf eerder had gedaan, de leugen werkte. “Liegen heb ik geleerd van de besten,” glimlacht Alya, op haar familie duidend. Zij kreeg toestemming om onder begeleiding van één van haar broers naar Nederland te reizen om hier haar zaken af te handelen. Eenmaal terug op Schiphol vertelde Alya haar broer dat zij niet van plan was met hem naar Saoedi-Arabië terug te keren. Alya deed dit in een restaurant, omringd door mensen, opdat broerlief het niet in zijn hoofd zou halen gewelddadig te worden. “Hij was te geschokt om iets te doen,” herinnert zij zich. Haar broer keerde niet terug naar Saoedi-Arabië, maar begon inlichtingen over haar in te winnen. Alya besloot hem te confronteren en te vertellen dat zij getrouwd was, iets dat zelfs haar moeders de broers niet had durven vertellen. Ditmaal vond het gesprek plaats op het politiebureau van Schiphol terwijl twee in eerwraak gespecialiseerde agenten een oogje in het zeil hielden. “Ik was zo bang,” vertelt Alya. Het was de laatste keer dat zij een lid van haar familie zag.

Deze oproep schreef “Alya” aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken:

“Oh Buza, Bevecht de situatie van Souad al-Shammary. Maar ik vraag jullie, vergeet mij niet! Afgelopen augustus ben ik gevlucht uit Saoedi-Arabië. Mijn leven loopt gevaar, omdat ik koos voor mijn geluk en trouwde met een Nederlandse man. De Nederlandse overheid kan mij veiligstellen door mij de Nederlandse nationaliteit, waar ik officieel vanaf 2016 recht op heb, eerder te verlenen. Het bericht dat de Nederlandse overheid zich inzet voor de bevrijding van Souad al-Shammary wekt bij mij dubbele gevoelens op. Enerzijds verheugt het me dat de Nederlandse overheid bewust is van en begaan is met de absurde praktijken van de Saoedische overheid, maar anderzijds vraag ik me af waarom er maar geen actie wordt ondernomen in mijn geval. Mijn situatie is kritiek, iedere dag kijk ik achterom, iedere dag leef ik in onzekerheid. Zolang ik de Saoedische nationaliteit heb, loopt mijn leven gevaar. Oh BuZa, ik vraag jullie… vergeet mij niet! En gun mij mijn rechten als vrouw, echtgenote en staatsburger van het land waar ik al zes jaar verblijf.”

“Maak een uitzondering voor mij”

Nu leeft Alya met haar Pim in Nederland, vastbesloten nooit meer naar Saoedi-Arabië te gaan. Toch waant zij zich nog niet helemaal veilig, dat gevoel komt pas als zij een Nederlands paspoort in haar zak heeft. Maar dat zou wel eens lastiger kunnen worden dan gehoopt. Hoewel Alya aan alle voorwaarden voor het staatsburgerschap voldoet, komt zij er in principe niet voor in aanmerking vóór 2016. Tegen die tijd is haar geldige Saoedische paspoort – een voorwaarde voor het verkrijgen van het Nederlanderschap – verlopen en Alya piekert er niet over verlenging te vragen. Als zij daarvoor naar haar geboorteland moet reizen, weet Alya zeker dat zij nooit terug zal komen. Daar wacht haar op zijn best huiselijke gevangenschap in een gedwongen huwelijk, maar nog veel waarschijnlijker de dood. Ook wil zij geen contact met de Saoedische ambassade uit angst dat deze haar gegevens zal doorspelen aan haar familie en Alya maakt zich weinig illusies over de acties die haar broers dan zullen ondernemen.

Dus vraagt zij om een versnelde afhandeling van haar nationaliteitsaanvraag. “Het is prachtig dat Nederland zich zo inzet voor mensenrechten en vrouwenrechten in het buitenland, maar er zijn er zoveel hier die net zo goed hulp nodig hebben. Doe iets goeds voor een vrouw die hier in nood is, maak een uitzondering voor mij,” smeekt Alya bijna. Toen zij het ministerie van Buitenlandse Zaken om hulp vroeg tijdens haar gevangenschap in Saoedi-Arabië gaf deze niet thuis met het argument dat de ambassade niets voor haar kon doen. Nu heeft de Nederlandse overheid de kans haar te laten zien dat het inderdaad een kwestie van niet kunnen en niet van niet willen was. “Ik wil niet meer dan veilig kunnen leven met de man van wie ik houd,” vertelt Alya, om er glimlachend aan toe te voegen: “In het land waarvan ik ook ben gaan houden.”

De komende maanden zal Jalta.nl in een serie artikelen aandacht besteden aan de positie van vrouwen in ons land die door culturele en religieuze misstanden zoals huwelijksdwang, eerwraak en FGM (female genital mutilation) in nood verkeren.