Na de mishandeling van twee homoseksuele mannen in Arnhem afgelopen weekend, barstte er in reguliere en op de sociale media zoals verwacht een hevige discussie los. Helaas nog meer volgens verwachting, ontaardde de discussie in een klassiek loopgravendebat tussen foutrechts en regressief links. 

De daders waren vermoedelijk van Marokkaanse afkomst. Doet dat ter zake? Ja. Het is onmiskenbaar waar dat binnen groepen niet-westerse allochtonen de acceptatie van homoseksualiteit laag ligt. Op ”rechts” wordt echter gedaan alsof dit niet besproken zou mogen worden. Volstrekte lariekoek: we doen, grotendeels terecht, niet anders dan dit probleem bespreken.

Aan de andere kant staat zoals gebruikelijk regressief links. Zij hebben volkomen gelijk wanneer ze zeggen dat bij autochtone groepen de acceptatie van homoseksualiteit óók lang niet altijd zo goed op orde is als wel wordt gedacht. Er is voor degenen die met de beschuldigende vinger naar religieuze en niet-westerse allochtonen wijzen, dan ook geen enkele reden tot moreel verheven borstklopperij.

Maar tegelijkertijd is het onzinnig om daarmee de kous af te  hebben en te denken dat het gebrek aan acceptatie en het geweld jegens homo’s daarom niets te maken heeft met de islam of met de culturele achtergrond van de daders.

Deze tegenstellingen in het publieke debat kun je zowat één op één kopiëren naar ieder incident waarbij allochtonen betrokken zijn. Maar juist hier is het extra jammer dat het onvermijdelijk weer gebeurde. ‘Arnhem’ zou een goede aanleiding geweest kunnen zijn om eens een brede maatschappelijke discussie te voeren over de acceptatie van homoseksualiteit in het algemeen. Want die is, van links tot rechts en van wit tot getint, nog lang niet op orde.