Dennis Abdelkarim Honing bekeerde zich tot de islam, radicaliseerde in een rap tempo maar kwam na verloop van tijd daarop terug. Waarom radicaliseerde hij? Hoe was het onder salafisten? En waarom nam Honing uiteindelijk afscheid van zijn fundamentalistische vrienden en vond hij een nieuwe balans?

 AfbeeldingsresultaatFemke Halsema schreef op De Correspondent ooit dat wij jihadi’s eerst moesten begrijpen en dan pas konden bestrijden. Het was de voormalige GroenLinks-leidster in wezen vooral te doen om de zogenaamd redelijke kritiek van jihadi’s op het Westen, namelijk het o zo verwerpelijke Amerikaanse ingrijpen in Irak en Afghanistan en natuurlijk de steun aan Israël. Echte interesse in wat jihadi’s bewoog had ze niet. De nobele wilde moet in het progressieve wereldbeeld vooral anders blijven. Dat maakt hem zo aantrekkelijk.

Honing begrijpt jihadi’s dus wel. Dat komt omdat hij veel met toekomstige Syriëgangers heeft opgetrokken als een van de oprichters van de salafistische actiegroep Straat Dawah/Behind Bars en hun utopische idealen over een islamitisch kalifaat deelde. Omdat Honing tegelijk insider en outsider was – hij had zich bekeerd tot het salafisme maar bleef al die tijd toch twijfelen – is zijn autobiografie Ongeloofwaardig zo goed. Dankzij  het kundige werk van Elsevier-journalist Nikki Sterkenburg, die de openbaringen die Honing aan haar vertelde heeft opgeschreven, is het bovendien een heel leesbaar verhaal geworden.

 

Radicalisering

Dennis Honing groeide op in een gebroken gezin. Zijn moeder was zwaar alcoholverslaafd en zijn vader ondernam daar eigenlijk niets tegen. Dennis haalde veel kattenkwaad uit en kwam op scholen voor moeilijk opvoedbare kinderen terecht. Hij belandde uiteindelijk zelfs in de jeugdgevangenis, omdat hij het brein was achter het beroven van een oud vrouwtje door twee andere jongens.

Dennis kwam in aanraking met de islam dankzij zijn Turkse en Marokkaanse vrienden, maar ook omdat hij interesse in religie had en de films Ali (over de beroemde bokser Muhammad Ali) en Malcolm X had gezien. De islam gaf de verworpenen der aarde weer grip op hun eigen leven, een betere moraal voor het gezinsleven, zingeving en perspectief op de toekomst. De islam, dat echt een regeltjesreligie is, helpt mensen uit criminele milieus om weer op het rechte pad te komen. Het christendom doet dat in zekere zin ook, maar toch stukken minder omdat christenen hun geloofsregels niet zo streng kunnen afdwingen.  Het christendom is zwak, slap en vrouwelijk, de islam is sterker, stoerder, mannelijker. De zwarte hiphopsubcultuur, waar jonge crimineeltjes vaak aan meedoen, komt juist in deze zaken erg met de islam overeen.

Als moslim radicaliseerde Dennis Honing, vanaf die tijd Abdelkarim Honing, in een rap tempo. De stappen die hij maakte waren echter rationeel in een zeker opzicht en zijn beweegredenen sloegen daarom wel degelijk ergens op. Aanvankelijk bezocht de pasbekeerde Honing de liberale Poldermoskee, maar hij kwam er echter al gauw achter dat de liberale boodschap niet echt was, dat de mensen er niet in geloofden, de imam zelf wellicht ook niet.

De Poldermoskee was een middel van de Nederlandse overheid om de islam te liberaliseren, iets wat niet werkte omdat de gelovigen hier doorheen prikten. Imams die ‘opeens’ homoseksualiteit gingen verdedigen, terwijl ze dit eerder had veroordeeld, waren niet plotseling tot een beter inzicht gekomen. Ze hadden natuurlijk een zak geld van de overheid gekregen. In plaats van dat de Poldermoskee moslims liberaler maakte zorgden subsidie-imams juist voor het tegendeel. Jonge vrome moslims zetten zich af tegen hun onwaarachtige verhaal en gingen zich verdiepen in het salafisme, de orthodoxe islamitische stroming die door de liberale moslims zo stevig werd veroordeeld. Honing wilde authentiek zijn en meende die authenticiteit bij de salafisten te hebben gevonden.

 

Onder wannabe-jihadisten

Salafisten zijn menselijk al te menselijk. Natuurlijk hangen ze een strenge ideologie aan – in tegenstelling tot de ‘gewone’ islam is het salafisme naast een religieuze stroming ook een politieke ideologie – maar dit belet hen niet om zich om achter de vrouwtjes aan te gaan. Dat de islam officieel polygamie toestaat komt salafistische baarddragers goed uit, maar ook zeer vrome moslima’s in boerka vinden het geil om buiten de deur te neuken met zo’n stoere krijger in spé. Honing vertelt met veel smaak het verhaal dat zo’n boerka-dame aanbelde bij een broeder, zogenaamd voor een geestelijk gesprek, maar het was natuurlijk haar bedoeling om met hem van bil te gaan. Vanwege hun stoere mannelijke uitstraling zijn salafistische baardmannen blijkbaar erg aantrekkelijk bij sommige moslima’s, die zich enerzijds gewillig laten onderwerpen maar anderzijds door hun verleidingskunsten de man heel goed kunnen manipuleren. Sommige baardmannen zaten gewoon bij hun vrouw of vriendin onder de plak.

Dit zijn allemaal kanten van de radicale islam die zelden wordt belicht, niet door de salafisten zelf natuurlijk die vooral heel vroom willen lijken, maar ook niet door hun tegenstanders, die salafisten het liefst afschilderen als onmenselijke fanatici. Honing laat echter zien dat salafisten juist heel normaal zijn. Dat maakt hun ‘onmenselijke’ kanten misschien wel des verontrustender.

Afbeeldingsresultaat

Anjam Choudary

De actiegroep Straat Dawah/Behind Bars, die veel contacten had met Sharia4Bulgium en Islam4UK van Anjem Choudary, was geen jihadistische groep in de strikte betekenis van het woord. Het ging deze groep vooral om te provoceren, te demonstreren en de islam (de radicale salafistische variant natuurlijk) te propageren op straat. Dawah is evangeliseren op zijn islamitisch. Net als fundamentalistische christenen die evangeliseren houden fundamentalistische moslims die aan dawah doen van theater. Zo verstoorde Straat Dawah/Behind Bars in 2011 samen met Sharia4Belgium het Baliedebat tussen de toenmalige GroenLinks-parlementariër Tofik Dibi en de lesbische moslima Irshad Manji, omdat beide debaters een vrijzinnige islam aanhingen. Deze actie maakte de salafistische activisten in één klap beroemd, wat natuurlijk ook de bedoeling was.

De ene salafist is de andere niet. In het clubje van Honing had rekkelijken en preciezen. Sommige salafisten waren pragmatisch, anderen heel rigide en principieel. Abou Moussa is, zo legt Honing uit, een professionele provocateur. Hij overlegde altijd met een mensenrechtenadvocaat over hoe ver hij kon gaan. Met deze advocaat had hij ook contacten in verband met het opkomen voor de rechten van moslimterroristen in de gevangenis, zoals bijvoorbeeld Mohammed B. Honing vond dit tactisch opportunisme van Abou Moussa en van de advocaat. Hun idealen verschilden hemelsbreed, maar toch hielpen ze elkaar om de democratische rechtsstaat te ondermijnen.

Een ander sleutelfiguur binnen Straat Dawah/Behind Bars was Soufiane Z., die in 2011 was vrijgelaten uit een Pakistaanse gevangenis. Soufiane was een stuk serieuzer dan Abou Moussa en vertrouwde Honing niet helemaal. Hij was van het principe ‘Gij geheel anders.’ Echte salafisten maakten geen grappen, Honing deed dat wel, hij relativeerde daarmee de waarheid en dat was des duivels. Zal Soufiane De naam van de roos van Umberto Eco ook hebben gelezen? Hij doet mij erg denken aan de blinde monnik Jorge. Soufiane vertrok enkele jaren geleden naar Syrië en is misschien/wellicht omgekomen, maar dat is niet helemaal zeker.

 

Homage to Salafistia

Omdat hij bleef twijfelen voelde Dennis Abdelkarim Honing zich steeds ongemakkelijker bij zijn salafistische vrienden. Het grote verschil was dat Honing vragen bleef stellen, bleef zoeken. Binnen de groep werden zijn vragen natuurlijk niet op prijs gesteld – daarom hield Honing zich vaak in – maar zijn humor verraadde een vrije geest. Een vrije geest die vanwege het lot of zo u wilt Allah voor de islam en het salafisme had gekozen, maar nog steeds rusteloos was. Honing vond de antwoorden van de liberale islam slap – als je uitgaat van de letterlijke interpretatie van de Koran en een traditionele omgang met de Hadith dan heeft het salafisme volgens hem goede papieren – maar vond de fundamentalistische islam dikwijls ook te rigide.

Honing liet het bewust uitlopen op een breuk. Hij bezocht de salafistische bijeenkomsten niet meer, maakte op Facebook een religiekritisch grapje – in het Arabisch bestaat de letter P niet, dus er is ook geen paradijs – en maakte een filmpje voor Youtube waarin hij danste op het liedje Happy van Pharrell Williams. Net als reformatorische christenen houden salafisten er niet van wanneer hun broeders en zusters dansen. Honing werd geëxcommuniceerd. De salafisten spraken takfir over hem uit en verklaarden Honing tot kafir, ongelovige. Een Nederlandse Syriëstrijder zei dat Honing in Syrië voor zijn afvalligheid allang zou zijn onthoofd.

De onthoofdingsfilmpjes – de martelporno waar Mohammed B. zo dol op was – was aan Honing niet besteed. Hij werd er onpasselijk van. Hij vond de executies van gevangenen door ISIS zelfs nog walgelijker dan de martelingen van moslimextremisten door het Amerikaanse leger in Guantanamo Bay. Hoe kon je dit nou goedpraten? Ging het hier niet gewoon om extreme wreedheid, om sadisme? Zou Allah dit wel goedkeuren?

Als ‘ware’ moslim vindt Honing dat het Westen ten aanzien van de mensenrechten een dubbele moraal heeft. Westerse media zouden wel aandacht hebben voor vervolgde christenen in het Midden-Oosten, maar niet voor moslims die worden vermoord. Als ‘ketterse’ moslim veroordeelt Honing echter ook het extreme geweld van jihadisten, maar niet omdat dit ‘onislamitisch’ zou zijn. Honing begrijpt, omdat hij zeer orthodox moslim is geweest, dat er voor geweld argumenten te vinden zijn in de islam. Het feit dat hij deze kant van de islam afwijst betekent echter niet dat hij geen moslim meer is. Net zoals veel orthodoxe christenen – die moeite hebben met de moordpartijen en genocides in het Oude Testament – voelt Honing ten aanzien van zijn eigen geloof een soort van morele ongemakkelijkheid. Hij weigert echter – in tegenstelling tot de zogenaamde liberale moslims en linkse islamapologeten die de hele tijd herhalen dat de islam vrede is – zijn hoofd in het zand te steken. Honings hoofd zit nog op zijn schouders en tot die tijd wil hij zijn hoofd blijven gebruiken.

 

Durf te denken

Ongeloofwaardig is een zeer boeiend relaas. Honing observeert alles scherp, je begrijpt beter waarom sommige islamitische jongeren salafist worden en hoe ze met elkaar omgaan. Toch is dit boek niet de heilige graal om moslimfundamentalisme echt te begrijpen. Honing is daarvoor een te a-typische moslim, vanwege zijn autochtone achtergrond maar vooral omdat hij altijd zijn verstand bleef gebruiken en kritisch bleef nadenken. Ongeloofwaardig is ten slotte het getuigenis van een persoon, het is geen wetenschappelijk onderzoek.

Voor de ware fundamentalist – salafistisch, evangelisch, communistisch, fascistisch of feministisch – is Kants lijfspreuk Sapere aude! (Durf te denken) vloeken in de kerk. Net als humor. Want niets is zo humorloos als een echte fundamentalist.

 

Foto Anjam Choudary: Wikimedia / Wikipedia Commons