Als we het probleem van de ongefundeerde afkeer van afwijkende geloven en culturen werkelijk willen aanpakken, moeten we kinderen al op jonge leeftijd leren omgaan met processen van groepsdynamiek. Een vrije samenleving is niet voor kuddedieren.

Enige tijd geleden kwam er een rapport uit in België, uitgegeven door Jong in Antwerpen en Gent van het JOP, geleid door professor Elchardus. Het rapport toonde cijfers over de denkbeelden van jongeren tussen twaalf en achttien jaar over van alles en nog wat, waaronder vooroordelen ten aanzien van minderheidsgroeperingen. Bijzonder aan het rapport was dat de cijfers ook waren uitgesplitst naar religieuze achtergrond. De leiders van het onderzoek, zeker Elchardus, kregen behoorlijk wat kritiek te verduren. Want uitsplitsen naar religie, dat was not done. En dat is jammer, want het onderzoek, uitgevoerd door diverse Belgische universiteiten, was opzienbarend. Zo waren er grote verschillen in vooroordelen richting LGBT’s en Joden. Het zal niet verbazen dat de vooroordelen vanuit jongeren met een moslimachtergrond schrikbarend veel hoger uitvielen dan die van andere jongeren.

Verzoek genegeerd

Organisaties als Cidi (Centrum Informatie en Documentatie Israel) en het IOT (Inspraak Orgaan Turken) drongen er bij ministers Bussemaker en Asscher diverse keren op aan zo’n zelfde onderzoek uit te voeren in Nederland. Waarom zouden de vooroordelen immers over de bijna niet zichtbare grens veel anders liggen? De ministers negeerden het verzoek. In plaats daarvan werd een onderzoek gestart naar zogeheten triggerfactoren. Een halfhartige poging om de kool en de geit te sparen. We weten inmiddels hoe dat onderzoek eindigde: op het bureau van minister Asscher, die het in eerste instantie niet naar buiten bracht. Toch spraken ook de uitslagen van dit onderzoek boekdelen.

Goed, we hoeven elkaar geen mietje te noemen, we weten allemaal zo langzamerhand wel hoe ook deze, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geflatteerde cijfers, eruit zien. We onderkennen allemaal dat er een groot probleem ligt. Maar de vraag is natuurlijk: wat doen we eraan? Want we kunnen wel allemaal problemen gaan benoemen, de volgende stap is: hoe lossen we het op? En daar gaat het meestal mis.

Wat doe je met een klas waar een groot deel van de leerlingen al doordesemd is van vooroordelen?

Omdat we achter de voordeuren van de huizen waar deze jongeren wonen niet altijd even welkom zijn, kijken we automatisch in eerste instantie naar het onderwijs. Maar wat geven we al die arme juffen en meesters als opdracht mee?
Zelf heb ik jaren voor de klas gestaan. Lesgeven, het overdragen van informatie, vind ik een van de mooiste, dankbaarste taken die er zijn. Maar hoe ga je aan de slag met een klas waar een groot deel van de leerlingen al doordesemd is van vooroordelen richting homo’s, Joden, meisjes en ja, andere groepen in de klas denken dat alle moslims IS-aanhangers zijn?
Sterker nog, wat doe je tegen pesten op school en agressie tussen groepjes leerlingen onderling?

Basiskennis

Hoewel ik diverse opleidingen in het onderwijs heb gevolgd, en zowel op basisscholen als op middelbare scholen voor de klas heb gestaan, leerde ik pas de basisprincipes van groepsdynamica kennen tijdens een opleiding tot counselor. En ik denk dat die bijna ouderwetse groepsdynamica misschien een van de sleutels kan zijn voor bewustwording over hoe we als mens, ook als kind, in elkaar zitten en het kan al vanaf de kleuterschool worden geleerd. Ik weet het, helaas, het zal nooit een verplicht vak worden, maar mijns inziens zouden mensen die voor zichzelf een toekomst voor de klas zien, welke klas dan ook, een absolute basiskennis van dit mechanisme moeten hebben zodat ze die principes kunnen doorgeven aan de volgende generaties.
Hoe eerder kinderen leren wat voor kuddedieren we zijn, hoe eerder we onszelf bij ons eigen nekvel kunnen grijpen en kunnen beslissen om het anders te doen dan in de tijd dat we nog als jagers-verzamelaars rondliepen op de steppen en het behoren tot een groep voor ons van levensbelang was. Letterlijk.

Intergroup warfare

Laten we wel zijn, wij mensen zijn niets meer dan doorontwikkelde ‘domesticated animals’. Onbewust denken we nog altijd dat we leven bij gratie van onze kudde. En in iedere kudde heb je schaapachtige meelopers, die klakkeloos achter de leider aan lopen. Het maakt niet uit wat voor groep je voor je hebt, iedere groep zal uiteenvallen in subgroepjes, in iedere groep zal een leider opstaan, er zal een zwart schaap worden aangewezen (want dat maakt het groepsgevoel onder de anderen sterker) en met een beetje geluk heb je met z’n allen ook nog een gemeenschappelijke vijand. Want die zorgt ervoor dat de leden van jouw groep zich met elkaar gaan identificeren, en loyaal worden aan de groep, waarna je als groep kunt gaan deelnemen aan ‘intergroup warfare’ met een andere groep.

Heeft iemand een beter idee om ervoor te zorgen dat we allemaal nog een beetje met elkaar door een deur kunnen?

Klinkt bekend? Je ziet het op microniveau (in gezinnen), in de klas, in een land, tussen volgelingen van verschillende geloven, en internationaal, op macroniveau. Hoe sneller wij leren dat we zo als kuddedier zijn geprogrammeerd, hoe eerder wij ons gedrag kunnen aanpassen, uit onze eigen ‘comfort zone’ kunnen stappen en ervoor kunnen kiezen het anders te doen. Ik weet het, het is een long shot, maar heeft iemand een beter idee om met z’n allen toch een beetje door een deur te kunnen?

Dit besef kan echt al op een speelse manier in groep 1 worden geïntroduceerd. Tegelijkertijd kan daarmee ook het besef worden gestimuleerd dat we er als mens allemaal, een voor een, toe doen. Of je nou in God gelooft of niet, zit er niet iets aardigs in de uitspraak: “What a great idea it was to make us all different!”

Het wordt hoog tijd dat we ons bewust worden van onze eigen kuddementaliteit. Alleen zo kunnen we kiezen om daaruit te stappen. Het liefst te beginnen achter de voordeur. Maar zeker voor het onderwijs, vanaf groep 1, ligt een schone taak weggelegd.