De strategie van non-confrontatie tov extreemrechts eindigde gisteren in een totale mislukking. Tijd om een streep in het zand te trekken.

In een vorig jaar in NRC gepubliceerd essay, gewijd aan de openlijk racistische uitspraken van minister Blok, legde ik uit waarom de rechtse partijen zich moesten bezinnen op hun non-confrontatie strategie ten opzichte van extreemrechts. In een poging de extreme partijen de wind uit de zeilen te nemen, hadden CDA en VVD gekozen voor een strategie van ‘ideologische samenspanning’. Men nam zowel de analyses als het vocabulaire van extreemrechts over:

De kern van de uitlatingen is steeds dezelfde: de nieuwkomer hoort hier niet, zij of hij is hier maar tijdelijk, zijn of haar aanpassing aan onze maatschappelijke normen lukt ook gewoon niet, hun komst is een probleem, zorgt voor ontwrichting. Het is de agenda van Wilders en Baudet, maar dan niet gepresenteerd als verwijt maar als ‘zorg’. De omstreden uitspraken van minister Blok van Buitenlandse Zaken gaan een stap verder. Blok bediende zich niet alleen van dezelfde retoriek maar ook van dezelfde logica als Wilders en Baudet.

Ik waarschuwde dat de partijen daarmee een gevaarlijke kruising waren genaderd: “In hun ijver om de opkomst van extreemrechts te blokkeren, hebben ze ruim baan gegeven aan een agenda die de vrije samenleving ondermijnt.”

De cynische berekening die aan deze centrumrechtse strategie ten grondslag lag, was dat dit een prijs was die men bereid was te betalen omdat met deze aanpak van non-confrontatie extreemrechts electoraal de wind uit de zeilen zou worden genomen. Extreemrechts had dan misschien wel invloed op de agenda, maar zou nooit in een positie komen om die invloed in bestuursdaden om te zetten.

Het was voor gisteren al niet waar, maar na gisteren al helemaal niet meer. De aanpak van kietelen en kopieren van extreemrechts leidde gisteren tot een electorale deconfiture. Het kon ook niet anders aflopen. De afgelopen jaren hebben VVD en CDA rechtse kiezers geleerd te denken in extreemrechtse analyseschema’s. Ze hebben daarbij de extreemrechtse partijen ook als ‘normale’ gesprekspartners gepresenteerd. Geconfronteerd met de keuze tussen echt en namaak, mag het geen verbazing wekken dat veel rechtse kiezers vervolgens voor het echte verhaal gaan.

Dat wil niet zeggen dat ik de FvD-kiezers daarmee vrijpleit. In tegendeel, wie op een openlijk racistische partij stemt verspeelt alle recht op begrip en respect. Deze partij deugt niet, wie er op stemt deugt dus ook niet, zo simpel is het. Voor VVD en CDA is het zaak dit soort morele helderheid weer leidend te maken in hun aanpak van de FvD. Ideologische samenspanning is mislukt, het is tijd om weer gewoon vanuit de eigen beginselen de confrontatie met extreemrechts aan te gaan.

Bij die confrontatie hoort om te beginnen een principeafspraak over het uitsluiten van elke vorm van samenwerking met de beide extreemrechtse partijen. Wie de grondrechten ter discussie stelt en bevolkingsgroepen tegen elkaar ophitst, hoort geen plek aan de bestuurstafel te krijgen.

Verder zal ook in het politieke debat nadrukkelijker de confrontatie moeten worden gezocht. Niet op elke punt en komma, wel op hoofdlijnen. Baudets pseudo-wetenschappelijk racisme moet benoemd en bestreden worden. Hetzelfde geldt voor de moslimhaat van Wilders.

Alleen confrontatie is uiteraard niet genoeg. Men zal ook moeten werken aan een eigen wervend verhaal dat de wereld – en het Nederland – van vandaag bespreekt vanuit de eigen beginselen. Kiezers moeten niet alleen een reden krijgen om niet op extreemrechts te stemmen, ze moeten ook uitgelegd krijgen waarom de keuze voor andere partijen ook inhoudelijk goed is.

Wat in elk geval duidelijk moet zijn, is dat het zo niet langer gaat. De oude aanpak heeft gefaald, tijd voor een heldere strategie van confrontatie en uitsluiting. Tijd om stelling te nemen voor de verworvenheden van de vrije samenleving. Tijd om een streep te trekken.