De linkse partijen die boos zijn dat de verkiezingsstrijd een rechts onderonsje lijkt te worden moeten zich afvragen hoe ze het zover hebben kunnen laten komen.

Toen bekend werd dat het programma Pauw bereid was om aan de vooravond van de Europese verkiezingen als gastheer op te treden van het door Rutte afgedwongen debat met FvD-voorman Baudet, klonk in politiek Den Haag luid protest. Dit zou een ongekende inmenging in de campagne zijn van de kant van de publieke omroep. De beeldvorming zou er nu een worden van twee partijen die vechten om de status van grootste partij, terwijl de rest om plek drie mag vechten.

Nu is dat laatste zonder meer correct. Dat mag ook geen verrassing zijn. Elke campagne in de laatste twintig jaar is namelijk zo verlopen – partijen gaan als peloton de campagne in en de twee meest kansrijke partijen mogen uiteindelijk in een eindstrijd uitmaken wie de grootste wordt. De belangrijkste uitzondering op deze regel was de Provinciale Statenverkiezingen van twee maanden geleden, toen de VVD de kapitale fout maakte om Baudet na de aanslag in Utrecht het rijk voor zich alleen te geven in de slotdagen van de campagne. Van die fout heeft Rutte overduidelijk geleerd, vandaar zijn harde en gerichte aanval op Baudet, en zijn uitdaging aan diens adres om een debat aan te gaan over de extreem gevaarlijke Europese agenda van FvD.

Is het een schandaal dat de publieke omroep hieraan meewerkt? Nee, in tegendeel zelfs. Of men het ter linkerzijde nu leuk vindt of niet: de twee partijen die in de slotweek het beeld hebben bepaald, zijn VVD en FvD. Een debat tussen de leiders van die twee partijen is sowieso al uitzendwaardig, des te meer als er vervolgens door kiezers ook nog een oordeel over kan worden geveld. Het zou een merkwaardig plichtsverzuim van de kant van de publieke omroep zijn als men niet bereid zou zijn geweest om dat debat uit te zenden.

Natuurlijk weet men dat ook wel ter linkerzijde. De echte boosheid betreft dan ook niet het uitzenden van het debat, maar het eigen onvermogen om een van de twee stoelen aan tafel te claimen. De twee grootste linkse partijen, GroenLinks en PvdA, zijn momenteel gewoon niet groot of creatief genoeg om een plek in de eindsprint af te dwingen. Dat mag gerust opmerkelijk worden genoemd omdat beide partijen met lijsttrekkers van hun Europese partijgroepen beeldbepalende spelers in huis hadden die veel gratis publiciteit voor de eigen partij hebben weten te genereren. De PvdA ontving zelfs wat gratis hulp van de SP in de vorm van een knullige attack ad gericht op lijsttrekker Frans Timmermans – de aanval keerde zich als een boemerang tegen de SP-leiding, en leverde de PvdA een karrenvracht aan gratis positieve publiciteit op. Desondanks wist de partij het gat met de twee koplopers niet te dichten.

Is het gezond dat de twee grootste partijen in ons land respectievelijk rechts en extreemrechts zijn? Nee. Zou het voor de balans beter zijn als in de slotfase een van de twee plekken aan de debattafel kon worden geclaimd door links? Ja. Zou het daarbij wenselijk zijn dat extreemrechts sowieso uit het verhaal van de slotweek van de campagne wordt verdrongen? Absoluut, graag zelfs. Maar dat moet men op links dan wel zelf verdienen. Als een van de partijen een ontstuitbaar momentum had weten te ontwikkelen, zou die daarmee de plek kunnen opeisen die voorheen door de PvdA werd bezet. Maar dat gebeurde niet. En dus zit men ieder voor zich in zijn eigen hokje te mokken, elkaar klein houdend. Dat is vast heel gemeen, maar niet de schuld van rechts. En al helemaal niet van de publieke omroep.

PS: een linkse fusiepartij van GL en PvdA zou met gemak de grootste worden, en in elk geval ongezien een plek aan tafel toebedeeld krijgen. Het is maar een suggestie…