Zowel de verspreiding zelf als de reactie erop laat zien dat er iets fundamenteel is scheefgegroeid in onze res publica.

Een halve eeuw lang hielden wij het rechtsextremisme in ons politieke bestel buiten de deur. Niet volledig uiteraard: in de jaren zestig was er even paniek over een mogelijke extreemrechtse uitbraak via de Boerenpartij van Boer Koekoek, en Hans Janmaat mocht vanaf de vroege jaren tachtig bijna twintig jaar lang in de marge van het parlement van achter een stevig cordon sanitaire zijn racistische zegje doen. Maar zowel de politieke hoofdstroom als de media waren duidelijk in hun veroordeling van elke vorm van rechtsextremisme. Het was ondenkbaar dat het ooit getolereerd zou worden, laat staan dat sommigen binnen het establishment openlijk mee zouden flirten.

Twintig jaar blijkt een lange tijd in de politiek. Inmiddels zijn we zo gewend aan de post-Fortuyn ‘openheid’ tov extreme ideeen dat we er niet meer van opkijken dat een openlijk racistische partij bij verkiezingen meestrijdt om de titel van grootste partij. Zo kon het dus gebeuren dat gisteravond een serieus bedoeld debat plaatsvond tussen de centrumrechtse premier van ons land en de leider van een extreemrechtse partij die bij de meest recente verkiezingen zelfs de grootste werd. En dat die twee inhoudelijk hooguit op punten en komma’s van elkaar verschilden. De extreemrechtse politicus grossierde in leugens en complotverhalen, die allemaal ongefilterd de huiskamer in werden geslingerd.

Meest stuitend was een moment aan het begin. De programmamakers bij Pauw zijn blijkbaar zo geconditioneerd door het Nieuwe Journalistieke Denken (‘openheid’, ‘neutraliteit’) dat ze het bestonden om een expliciet racistische, bovendien door een extreem antisemitische website bewerkte campagnevideo van Baudet zonder enige vorm van commentaar uit te zenden. Het was een absoluut dieptepunt in de naoorlogse politieke geschiedenis van ons land. En de premier stond erbij en keek ernaar. Hij had het kunnen aangrijpen om kritiek te leveren op de programmamakers, of in elk geval op het filmpje zelf. En als hij zelfs dat niet wilde doen, had hij in elk geval Baudet in verlegenheid kunnen brengen door hem te vragen waar het filmpje vandaan kwam, en hem vervolgens te confronteren met het feit dat het was geproduceerd door Oostenrijkse racisten en vervolgens bewerkt door een Nederlandse zwaar antisemitische website. In plaats daarvan deed hij het schouderophalend af als ‘niet slim’ omdat het formatiegesprekken over de vorming van een College van Gedeputeerde Staten in Zuid-Holland verstoorde – een puur procedurele observatie over een extreem ranzig filmpje, nihilistischer kan bijna niet.

Zo werkten gevestigde politiek en media dus samen aan het normaliseren van extreem racistische, door antisemieten geproduceerde boodschappen. De rechtse kijker (want voor hen was dit debat bedoeld) die niet met kennis gewapend naar het filmpje keek, wordt er zo door geconditioneerd om migrantenhaat normaal te vinden. In zekere zin vormde dat moment daarmee het verhaal van deze verkiezingen. Van SP tot FvD waren partijen bezig om kiezers te bestoken met boodschappen van eurofobie en vreemdelingenangst/haat. Het valt te hopen dat we achteraf kunnen vaststellen dat qua extremisme in ons publieke debat in mei 2019 de bodem werd bereikt, en dat het tonen van dit filmpje het absolut dieptepunt vormde. Maar dat zal alleen zo zijn als we vanaf vandaag luid en duidelijk zeggen: dit is totaal onacceptabel, dit nooit meer. Dat kan om te beginnen in het stemhokje. Veel wijsheid gewenst bij het maken van uw keuze.