De beruchte Muur van Mussert, vanaf waar NSB-leider Anton Mussert van 1936 tot 1940 voor tienduizenden Nederlanders zijn Hagespraken hield, verkeert in slechte staat. De meningen over de toekomst van de muur zijn verdeeld: moet het imposante en inmiddels half overwoekerde bouwwerk een Rijksmonument worden? Of mag het worden gesloopt? Jalta reisde af naar het voormalige Nationaal Tehuis in Lunteren voor een tweeluik over een afbrokkelend en omstreden stuk Nederlandse geschiedenis.

Op oude zwartwitbeelden is te zien hoe NSB-leider Anton Mussert enigszins voldaan uitkijkt op de tienduizenden kameraden die zich hebben verzameld in de kuil op de Lunterse Goudsberg, in afwachting van zijn Hagespraak. Achter Mussert is een deel van de muur te zien. Een rond raampje in het bouwwerk achter hem staat opengeklapt.
Dat moet hier zijn geweest.
Met Netty Langeveld van het Museum Oud-Lunteren wurmt de Jalta-verslaggever zich door bosjes en struiken om de deels overwoekerde rechterzijde van de ‘Muur van Mussert’ te bereiken.

De muur verkeert in slechte staat.

De muur verkeert in slechte staat.

Ordedienst

Daar is het raampje anno 2015, met hout dichtgetimmerd. Om de hoek een ingevallen, bruine houten deur. Wie de hekken die eromheen staan omzeilt, komt terecht in een krap gangetje met een openstaande witte deur die leidt naar een kleine, vierkante ruimte, de grond bezaaid met houten balken en planken. Alleen de vier muren staan nog. Het deel van het dak dat nog niet is ingestort, doet dat vermoedelijk bij de volgende storm.

Volgens het met potlood getekende plattegrondje in een vitrine van het museum moet dit de kamer van de ordedienst zijn geweest. Een plattegrond komt hier sowieso goed van pas, want zoals een oude Lunteraan eens liet optekenen: ‘Het was een heel complexje.’

De kamer van de ordedienst.

De kamer van de ordedienst.

“De muur is historisch erfgoed”

Wie de muur volgt, de hoek omgaat en de begroeide trap afdaalt, komt terecht op de terrassen vóór de muur, waar vlaggendragende troepen zich opstelden tijdens de toespraak van de grote leider: het vaandelpodium. Daarboven, op de muur, het sprekersplateau van ingenieur Anton Mussert.

Kinderen

De historische verenigingen van Ede en Lunteren willen dat de Muur van Mussert de status krijgt van gemeentelijk monument, schreven ze eerder dit jaar in een brief aan het college.
Oud-bestuurslid Langeveld kiest haar woorden zorgvuldig. Het laatste dat ze wil is dat het standpunt van de vereniging verkeerd wordt uitgelegd. “Het is historisch erfgoed. De muur moet behouden worden ter lering voor de jeugd. Het is een van de laatste NSB-bouwwerken in Nederland. Daarnaast is het ook uniek vanwege de bizarre grootte. Het is belangrijk de oorspronkelijke objecten te behouden,” vervolgt ze. “Kinderen moeten kunnen zien wat hier gebeurd is.”

‘Het was een heel complexje.’

‘Het was een heel complexje.’

Boze brieven

Een redelijk klinkend standpunt, maar politici, belangenorganisaties en historische instituten zijn verdeeld over de toekomst van de muur – nog daargelaten dat deze op privéterrein staat. Het Edes college overweegt onderhoud te verrichten aan het NSB-bouwwerk, het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies heeft zich nog geen definitief oordeel gevormd, terwijl Joodse belangenorganisaties als het CIDI niet willen dat de muur monumentstatus krijgt. “Er bestaat een mogelijkheid dat het daarmee een soort gewijde plek wordt voor extreemrechtse mensen, neonazi’s en fascisten,” licht Guy Muller van het CIDI desgevraagd toe. Het CIDI staat daarin niet alleen. Volgens Langeveld zijn er verschillende boze brieven en mailtjes binnengekomen van mensen die het onbestaanbaar vinden dat wordt gestreden voor het behoud van een muur die werd gebouwd ter meerder eer en glorie van de NSB.

“De bouwkundige staat van de muur valt me mee”

Maar volgens de lokale historische verenigingen past een monumentenstatus binnen het rijksbeleid waarin ook ruimte is voor bouwwerken die getuigen van mindere hoofdstukken uit de Nederlandse geschiedenis. Bovendien, stellen zij, is het bouwwerk van fascistische architectuur van grote cultuurhistorische waarde. “Intern bestond daar bij ons geen discussie over,” verduidelijkt Langeveld.

Polen

Aan de achterkant van de muur zijn verschillende kamers te zien, onder meer de ruimte waar Mussert zijn toespraken voorbereidde. Aan het andere uiterste van de ruim honderd meter lange muur ligt het voormalige muziekpodium, inmiddels ook overgroeid met bomen en planten. Wie daar doorheen manoeuvreert, bevindt zich plotseling op het sprekersplateau, met een verroeste, afgebladderde reling over de gehele lengte. Het vermoeden dat wij niet de eersten zijn die stiekem een kijkje nemen achter het hekwerk, wordt snel bevestigd: op de grond ligt een opengescheurd pakje Durex. “Ik moet zeggen dat de bouwkundige staat van de muur me wel meevalt,” zegt Langeveld, terwijl ze richting het midden van het plateau loopt.

Het uitzicht dat Mussert had, maar dan in 2015.

Het uitzicht dat Mussert had, maar dan in 2015.

Dan stopt ze en kijkt ze uit over het campingterrein. “Hier stond ‘ie.”
Daar waar Mussert vroeger veertigduizend Nederlandse NSB’ers eensgezind de Hitlergroet zag brengen, zien wij nu zo’n dertig vaalgele stacaravans, voornamelijk bewoond door Polen – het kan verkeren.

“Als je soms naar de politiek kijkt, oei, oei, oei. Nu loopt men meneer Wilders achterna”

Toerisme

In hun gezamenlijke brief aan het college, spraken de historische verenigingen de hoop uit dat de muur onderdeel wordt van regionaal ‘bevrijdingstoerisme’.
Daarvan lijkt in beperkte mate al sprake: eenmaal beneden komt een golfkarretje met twee aanhangwagens het terrein opgedraaid. Achter het stuur zit Aart Verschoor (68), die het groepje toeristen uit Joure (Friesland) de Muur van Mussert laat zien.

Dagjesmensen bezoeken de muur, als onderdeel van ‘bevrijdingstoerisme’.

Dagjesmensen bezoeken de muur, als onderdeel van ‘bevrijdingstoerisme’.

Verschoor begrijpt de discussie over het bouwwerk, maar vindt dat de muur moet blijven. “De herinnering moet levend blijven, dit mag nooit meer gebeuren,” zegt hij. Maar gerust is hij er niet op. “Als je soms naar de politiek kijkt, oei, oei, oei. Nu loopt men meneer Wilders achterna.”
Op de vraag of ze in Wilders een tweede Mussert zien, volgt eensgezind geknik uit de golfkarretjes. “Ik zie Wilders daar wel staan hoor,” zegt een oudere dame.
“Wilders heeft nog net geen snor!” haast een ander zich te zeggen.
Verschoor: “In het logo van de PVV, die vogel, daar zie ik wel een adelaar in.”

Tand des tijds
Terwijl het groepje senioren bomen opzet over de gelijkenissen tussen de NSB en de PVV, maakt Ukie van der Schaaf (58) foto’s van de muur. Voor in het plakboek. “Natuurlijk moet ‘ie behouden blijven,” zegt ze zonder twijfel. De suggestie dat het een bedevaartsoord kan worden voor extreemrechts, wuift ze weg. “Dat is het nu toch ook niet?”
We moeten zorgen dat de muur niet instort, concludeert Langeveld, terwijl we teruglopen naar de auto. “Maar hij hoeft niet in oorspronkelijke staat worden hersteld. Laat de tand des tijds zijn werk doen. Het Duizendjarige Rijk is niet meer. Die symboliek is belangrijk: ze begonnen groot, maar het eindigt in een ruïne.”

Dit is het slot van een tweeluik over de Muur van Mussert. Het eerste deel is hier terug te lezen.