De beruchte Muur van Mussert, vanaf waar NSB-leider Anton Mussert van 1936 tot 1940 voor tienduizenden Nederlanders zijn Hagespraken hield, verkeert in slechte staat. De meningen over de toekomst van de muur zijn verdeeld: moet het imposante en inmiddels half overwoekerde bouwwerk een Rijksmonument worden? Of mag het worden gesloopt? Jalta reisde af naar het voormalige Nationaal Tehuis in Lunteren voor een tweeluik over een afbrokkelend en omstreden stuk Nederlandse geschiedenis.

‘Beste menschen, heb ’t hier puik en best naar mijn zin. Ontvang plenty geestelijke en lichamelijke trainingen en voedsel. Slapen best. Dit moest Ies eens meemaken! ’t Zou voor niemand beter zijn. Hier worden karakters gebouwd! Tot ziens, Jaap.’

Jaap verstuurde de ansichtkaart op 15 mei 1939 naar familie in het Rotterdamse Hillegersberg. Op de voorzijde staat een zwartwitte afbeelding van het podium op het Hagespraakterrein in Lunteren, waar NSB-leider Anton Mussert enkele dagen later voor de vijfde maal zijn veertigduizend Hitlergroetbrengende Nederlandse kameraden zou toespreken.

De kaart zit nu weggestopt in een fotoboek op de eerste verdieping van het Museum Oud-Lunteren, een hoekpand aan de rustige Dorpsstraat.

“Het waren vaak heel gewone, simpele mensen,” vertelt Netty Langeveld (68), oud-bestuurslid van het museum. “Het waren moeilijke economische tijden en de gedachte was: als de Duitsers winnen, dan zitten wij tenminste aan de goede kant.”

De structuur moest de grootsheid en macht van de NSB illustreren

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Tienduizenden NSB’ers verzamelden zich jaarlijks op de Goudsberg in Lunteren

Middelpunt
Tussen 1936 en 1941 vormde Lunteren het epicentrum van nationaal socialistisch Nederland. Sindsdien staat het Veluwse dorp bij veel mensen bekend als ‘NSB-gat’. Volgens historici is die kwalificatie echter te kort door de bocht. Van de zesduizend inwoners van Lunteren toentertijd waren er slechts zestig lid of sympathisant van de NSB, een lager percentage dan in de rest van Nederland.

Wel waren enkele prominente NSB’ers afkomstig uit of woonachtig in Lunteren, zoals Evert Jan Roskam, de landbouwspecialist van de NSB, Nicolaas Alblas, beheerder van het Nationaal Tehuis, Cornelis van Geelkerken, een van de oprichters van de beweging, en Willem Nieuwenkamp, de directeur van het Nationaal Tehuis die later als NSB-gevangene zou omkomen in kamp Westerbork.

Naast het feit dat er een paar vooraanstaande nationaal socialisten in Lunteren en omgeving woonden, was het vooral de centrale ligging van het dorp die het tot thuishaven maakte van NSB-minnend Nederland; het – overigens betwiste – middelpunt van Nederland ligt op de Lindenboomsberg, op een steenworp afstand van de Goudsberg.

Sportveld
In het voorjaar van 1936 kocht de NSB zestien hectare onbebouwde grond op de Goudsberg. De verkoper was niemand minder dan de lokale NSB’er Willem Nieuwenkamp, de latere directeur van het terrein. Mede dankzij bouwvergunningen van de gemeente Ede, waar Lunteren onder valt, en gulle gaven van de 85.000 NSB-leden die Nederland rond die tijd telde, verrees op de braakliggende grond het Nationaal Tehuis. Dit bestond uit onder meer een kampeerterrein, een sportveld, parkeerplaatsen, gezinshuisjes, een kampgebouw en een vergaderruimte.

De bedoeling was om hier jaarlijks, op Tweede Pinksterdag, grote landelijke bijeenkomsten te houden, Landdagen genaamd. Voor de toespraken van de NSB-leiders, de ‘Hagespraken’ (een naam die Saksische boeren aan grote bijeenkomsten gaven), werd op de Goudsberg een enorme kuil gegraven waar het volk kon plaatsnemen.

Zwerfkeien
In 1939 werd aan de rand van deze kuil door Lunterse aannemers een imposante, honderd meter lange muur gebouwd van onder meer grote bakstenen en zwerfkeien – de structuur moest de grootsheid en macht van de NSB illustreren. Aan de kuilzijde kwamen plateaus waar toespraken konden worden gehouden. Eigenlijk doet het woord ‘muur’ het bouwwerk tekort, want het herbergde ook diverse kamers, waaronder een ontvangstruime, een werkkamer voor Mussert en een zaaltje voor de ordedienst.

“Het was een heel complexje”

‘Zij, die er oog voor hebben hoe het groeit, schreef Mussert in die tijd, ‘zullen er trotsch op zijn, dat als het volgend jaar de nieuwe tienduizenden komen toestroomen, deze verbaasd zullen staan over hetgeen een arme Beweging in saamhoorigheid en eendracht tot stand kon brengen, buiten al het andere om, dat onze dagelijksche zorg vereischt.’

In het boek Lunteren en de Tweede Wereldoorlog van Martijn Stöfsel zegt een Lunteraan die er na de Bevrijding tijdens zondagse wandelingen nog regelmatig kwam: “We gingen dan op onderzoek uit. Je kon overal in. (…) Er waren ook allemaal kamers. Het was een heel complexje.”

Boven op de muur werd een enorme vlaggenmast gezet, opdat, naast de Nederlandse driekleur, de nazivlag fier kon wapperen in de Veluwse wind.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Affiche voor de Hagespraak van 1939

Eerbied
De eerste Landdag had plaats op 1 juni 1936 en trok zo’n 35.000 mensen. Het was een zonder meer indrukwekkend gezicht: een massa degelijk geklede mensen – heren in pak, dames in lange rokken – die als één man tijdens de vlaggenparade de Hitlergroet bracht. Tijdens de toespraken van Mussert en Van Geelkerken was het muisstil; geen jengelende kinderen, onderling gefluister en pingende en trillende smartphones, nee – eerbied voor de preek van de grote leider, die na afloop altijd al wuivend, handenschuddend en Hitlergroetbrengend een defilé afnam.

Andere Hagespraken volgden op 17 mei 1937, 9 oktober 1937, 6 juni 1938, 29 mei 1939 en 22 juni 1940, wat de laatste zou worden. Waarschijnlijk werd het risico van veel doden bij beschietingen van geallieerden door de Duitsers te groot geacht. Toch bleven er verschillende, kleinere evenementen plaatsvinden, zoals NSB-jeugdkampen. In de nadagen van het terrein volgde er zelfs nog een klein hoogtepunt: op 19 mei 1942 bracht Mussert een bezoek aan het Hagespraakterrein en werd daarbij vergezeld door Reichsführer Heinrich Himmler, de rechterhand van Adolf Hitler.

Juliana
Na de Tweede Wereldoorlog werd de Goudsberg gebruikt door scoutinggroepen en opende koningin Juliana – weer veilig teruggekeerd uit Canada – er een jamboree.
In de loop der jaren kreeg de Goudsberg andere bestemmingen – vandaag de dag is het een vakantiepark – en de muur zakte weg in het collectieve geheugen van Lunteren. “Ik woon hier al bijna mijn hele leven,” zegt Netty Langeveld in het museum. “Maar over die muur heb ik nooit wat gehoord. Ik denk dat de meeste Lunteranen niet eens meer wisten dat ‘ie er stond.”

Tot de recente ophef in de media en lokale politiek een einde maakte aan die onwetendheid.

Wat is er anno 2015 nog over van het Nationaal Tehuis? Volgende week bezoekt Jalta de muur en spreken we voor- en tegenstanders van de voorgenomen restauratie van het complex.