De schietpartij bij DNB roept onvermijdelijk vragen op. Opmerkelijk dat de Amsterdamse raad daarvoor wegduikt.

‘Suicide by cop’, zelfmoord door politiekogels, is een tragisch fenomeen. Tragisch vooral voor de suïcidale persoon zelf, en voor zijn of haar nabestaanden (meestal overigens een zijn). Tragisch ook voor de betrokken politieagenten, die immers tegen hun wil bij andermans zelfdoding betrokken zijn geraakt. Deze psychologische gevolgen voor agenten mogen niet worden onderschat: eind vorig jaar pleegde een Amerikaanse politieagent zelfmoord omdat hij niet om kon gaan met het trauma van zijn betrokkenheid bij een vergelijkbaar incident.

De agenten verdienen dus eerst en vooral ons medeleven, en waardering voor het feit dat ze bereid zijn om ook in gevaarlijke omstandigheden hun beroep uit te oefenen. Maar nadat die waardering is uitgesproken, mogen er ook wel degelijk vragen worden gesteld.

Sterker nog: die moéten zelfs worden gesteld, al is het maar omdat overheidsoptreden met dodelijke afloop nooit schouderophalend mag worden afgedaan. Er moet altijd worden bekeken of er niet ergens iets anders had kunnen worden gedaan, of de dodelijke afloop niet had kunnen worden vermeden. Dat geldt al helemaal voor dit geval, een tamelijk wilde schietpartij waarbij niet alleen het slachtoffer stierf maar ook een voorbijganger gewond raakte.

Vragen zijn er vooral over de feitelijke toedracht. Welke agent schoot wanneer, zijn protocollen gevolgd, handelden de betrokken agenten meteen alsof het een noodweersituatie betrof (in zulke gevallen is gericht schieten toegestaan) of is eerst nog een poging gedaan het slachtoffer met bevelen of iig waarschuwingsschoten tot overgave te bewegen? Over het schieten zelf: van de 23(!) geloste schoten bleek niet één afkomstig van het slachtoffer, Michael Fudge – ook al omdat het wapen waarmee hij liep te zwaaien achteraf nep bleek te zijn. Waarom beweerde een politiewoordvoerder in een eerste reactie desondanks dat het slachtoffer “mogelijk [had] geschoten”? Was dat een eigen inschatting of was deze verklaring gebaseerd op getuigenissen van betrokken agenten? Bij deze vragen is nauwkeurigheid belangrijker dan haast, al mag de raad uiteraard wel aan de politie vragen om nu al zoveel mogelijk informatie ter beschikking te stellen.

Er zijn ook vragen die al meteen om een antwoord vragen. Die gaan vooral over de toereikendheid van de training die agenten moet leren hoe te handelen in dit soort crisissituaties. In een gisteren gepubliceerde verklaring wordt gesteld dat de agenten handelden vanuit “doodsangst”. Dat is zonder meer voorstelbaar in deze situatie. Toch wordt de politieleiding geacht agenten via grondige training voor te bereiden op dit soort uitzonderlijke situaties. Hoe cru dit ook lijkt: juist omdat we ze gewapend de straat opsturen en daarbij verwachten dat ze in gevaarlijke situaties handelend optreden, mogen we van politieagenten meer verwachten dan een normale menselijke paniekreactie. Iemand die we toestemming geven om een wapen te trekken en het desnoods ook te gebruiken, moet dat nooit in het wilde weg doen. Het opmerkelijk hoge aantal van 23 schoten en het feit dat bij de schietpartij ook een toevallige voorbijganger gewond is geraakt, doet vermoeden dat op dit cruciale punt de training wellicht tekort heeft geschoten. Korpsleiding en burgemeester zullen hierover duidelijkheid moeten geven.

Nogmaals: dat deze vragen gesteld moeten worden, doet niets af aan de waardering voor de toewijding en moed van de betrokken agenten. Maar het heeft er alle schijn van dat de aan agenten geboden training onvoldoende was. En dat dit in dit geval tragische gevolgen heeft gehad. Dat de Amsterdamse gemeenteraad, op Bij1-politica Sylvana Simons na, dit niet wilde (durfde?) aankaarten, is een ernstig verzuim. Dat zij vervolgens ervoor koos het incident te politiseren door te stellen dat ‘met name jongeren van kleur’ door dit incident ‘terecht angst voelden’ is overigens lamentabel. Het krediet dat ze had kunnen winnen door de zaak te agenderen, verspeelde ze vervolgens met deze poging tot punten scoren voor eigen achterban. Al met al liet zo de hele raad zich van zijn slechtste kant zien. Er is een Amsterdammer doodgegaan. Door mogelijk overheidsfalen. Van de lokale politiek had nadrukkelijk meer mogen worden verwacht.