Ideologie en humor gaan slecht samen. De moraal, de politieke boodschap, is belangrijker geworden dan de grap. Conservatief cabaretier Diederik Smit is inmiddels zo zuur geworden dat hij beter gewoon opiniemaker kan worden. Of politicus.

 

De links-rechts-tegenstelling in Nederland gaat allang niet meer over geld, maar over culturele kwesties. Links staat gelijk aan progressief, aan de culturele elite, aan Amsterdam, aan het opkomen voor vrouwenrechten en LGBTQAI+-rechten, hulp aan vluchtelingen, het tegengaan van discriminatie, kritiek op populisme en het opkomen voor fatsoen en beschaving. Rechts (het dominante rechts in de media in ieder geval) heeft tegenwoordig niks met klassiek conservatisme of met de VVD te maken, maar staat nu voor populisme, voor boosheid, voor de onderbuik, voor het volk, voor angst voor asielzoekers die allemaal verkrachters en criminelen zouden zijn, voor misogynie, voor klimaatscepticisme en eurofobie, voor Israëlliefde en moslimhaat.

Heel vrolijk word je niet van deze tegenstelling. Want je kunt natuurlijk best kritisch zijn op doorgeschoten antiracisme (denk aan Anja Meulenbelt, Anousha Nzume en Arzu Aslan en hun redeloze witte mannenhaat) of wijzen op misstanden in migrantengemeenschappen zonder meteen voor een populist of een racist door te gaan. Maar in het verbale geweld dat polarisatie heet worden genuanceerde stemmen helaas vaak gesmoord. Je bent al heel snel fout.

Het verketteren van andersdenkenden gebeurt niet alleen door links, mocht u dat denken. Diederik Smit bijvoorbeeld houdt ook niet van nuance. Toen er op Jalta nogal wat kritische artikelen verschenen over het Forum voor Democratie en Thierry Baudet beweerde Smit doodleuk dat wij maar met VARA-opiniewebsite Joop moesten fuseren. Het moet voor hem zwart of wit zijn. Als je rechts bent ben je automatisch voor Baudet, ofzo. Dat simpele wereldbeeld is deerniswekkend.

In zijn politiek getinte grappen is Diederik Smit uiterst voorspelbaar. Hij vindt alles wat populistisch rechts vindt. Reviaanse ironie (de specialiteit van Annabel Nanninga en GeenStijl) is aan Smit echter niet besteed. Zijn grappen kenmerken zich door een hoge zuurgraad. Zo zou een criminele asielzoeker afgezien hebben van een moord op een 17-jarig meisje, omdat hij daarmee rechtse partijen in de kaart zou spelen.

Hoe krijg je dit uit je pen? Smit reageerde uiteraard op Duitsland, waar linkse partijen boos waren op Alternative für Deutschland, omdat deze partij een politiek slaatje probeerde te slaan uit het nieuws over de moord op een Duits meisje door een Iraakse asielzoeker. Volgens AfD zijn alle asielzoekers eigenlijk fout, het zijn allemaal verkrachters en moordenaars. Een angstbeeld dat ook door de populistische partijen en media in Nederland verspreid wordt. Tegen deze stigmatisering protesteerden de linkse partijen in Duitsland, maar uiteraard vonden ook zij de moord vreselijk. In het populistische frame wordt die nuance vanzelfsprekend ‘vergeten’, want het gaat er natuurlijk om de linkse tegenstanders te demoniseren als harteloze, hypocriete figuren.

Als conservatief christen betoont Diederik Smit zich verder als een ware leerling van Isaäc da Costa en Guillaume Groen van Prinsterer. Hij heeft bezwaren tegen den geest der eeuw en strijdt tegen ongeloof en revolutie.

Ergens heeft Smit wel een punt, de Nederlandse media zijn dol op de genderdiscussie, die mode is in links Nederland. Niettemin spat de zuurheid en het reactionaire conservatisme (het Jordan Peterson-ideaalbeeld van het heterohuwelijk waar de vrouw haar plek kent) eer weer vanaf.

Minder onschuldig is Smits afkeer van de islam. Er bestaat volgens Smit natuurlijk maar één ware islam, de radicale islam. Die is heel gevaarlijk. Daartegen moeten wij ons geestelijk wapenen. (Met de verzuurde humor van Smit?)

Vanzelfsprekend is Smit ook 100% pro-Israël en 100% anti-Palestina. Gewoon lekker zonder nuance, omdat dat maar ingewikkeld is. Dat Israël enkele weken geleden tientallen Palestijnen vermoordde daar hoor je Smit uiteraard niet over. Het is allemaal de schuld van de Palestijnen. En van links.

Humor, maar dat is mijn subjectieve overtuiging, zou mensen moeten verrassen, moet onvoorspelbaar zijn, overtuigingen en vooroordelen ter discussie stellen. Humor mag ook politiek gekleurd zijn, links of rechts, maar het moet altijd genoeg zelfspot in zich hebben, dat ook de eigen standpunten en de beperktheid daarvan kunnen worden gerelativeerd. Veel linkse humor voldoet hier – uiteraard – niet aan. Maar veel rechtse humor ook niet.

 

Hieronder even wat leuke sketches, hoe het wel kan:

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons