Er wordt weleens gezegd dat een volk de overheid krijgt die het verdient. Als dit klopt, dan vertelt de publieke ruimte ons veel over wie wij als Nederlanders zijn. Immers, stap in een willekeurige Nederlandse woonwijk de voordeur uit en de overheid is alomtegenwoordig om u te begeleiden, te informeren, te waarschuwen of in de gaten te houden.

Ik stap in mijn auto en rijd mijn straat uit. Maar voordat het zover komt, moet ik afremmen voor een verkeersdrempel. Ik sla linksaf en rem meteen weer af voor de volgende drempel. Ik trek weer op, om na amper honderd meter weer te moeten afremmen voor nog een drempel.

Ik sla rechtsaf en rijd over een drempel. En nog een drempel. Optrekken, afremmen, weer een drempel. Linksaf met de bocht mee, een verhoogd kruispunt. Optrekken, afremmen: een verkeersdrempel. En veertig meter verderop: nog een drempel, voordat ik mijn woonwijk eindelijk achter me kan laten.

Zeven stoplichten
Voor het geval u niet hebt meegeteld: dit zijn negen verkeersdrempels. In minder dan achthonderd meter. En dan heb ik de meest gunstige route genomen.

Als ik mijn wijk aan de andere kant verlaat, moet ik in de eerste zevenhonderd meter vanaf mijn huis veertien verkeersdrempels over, gevolgd door elf stoplichten en vier flitspalen in de volgende drie kilometer (en dan heb ik de vier flitspalen die de andere kant op staan niet meegeteld).

In Nederland ziet u op straat overal de staat.

Paaltjes1Neem alleen al mijn directe woonomgeving, in een middelgrote gemeente in het Groene Hart. Aan het eind van mijn straat hangt aan een lantaarnpaal een groene dispenser van hondenpoepzakjes. Omdat het blijkbaar te veel is gevraagd om met torenhoge boetes voor eens en voor altijd einde te maken aan stront op straat en omdat de hondenbezitter te seniel wordt geacht om zelf een zakje van huis mee te nemen (áls ze al van plan waren de stront van de stoep op te ruimen), heeft de gemeente in alle wijken dergelijke groene poepdozen opgehangen om de burger een handje te helpen.

Verantwoordelijkheid
Nader onderzoek leert dat de gemeente in de directe omgeving ervan ook afvalbakken heeft geplaatst om de uitwerpselen te dumpen, maar ook dat – houd u vast – de bewoners ‘zelf de verantwoordelijkheid krijgen voor het vullen van de dispenser’. Voor wie na deze bijna Texaans aandoende blijk van zelfredzaamheid nog twijfelt of hij nog wel in Nederland is, volgt al snel een geruststelling: ‘De gemeente bekostigt de zakjes voor de dispenser.’ Maar natuurlijk.

Als ik me omdraai, zie ik een betaalautomaat met daarop een blauw vierkant met daarin een witte P. Wie hier zijn auto wil parkeren, moet dokken. En niet alleen bezoekers. Ook bewoners in het centrum van deze gemeente moeten jaarlijks een bedrag neertellen om met hun eigen auto voor hun eigen deur te mogen staan. We zijn zo gewend aan dergelijke vormen van belasting dat we er niet eens meer van opkijken.

Herinnering

Om te controleren of iedereen wel een bonnetje achter zijn autoraam heeft liggen, doen overijverige parkeercontroleurs hun rondes in potsierlijke donkerblauwe uniformpjes op even potsierlijke zuinige en geruisloze scootertjes. Als ze tenminste niet lopen te lantefanteren in de winkelstraat, een activiteit die ze weleens willen onderbreken voor een sprintje naar een oud vrouwtje, als ze denken te zien dat ze geen parkeerkaartje heeft gekocht, maar haar auto eerder dreigt te bereiken dan zij.

Je kan in elk geval niet volhouden dat de overheid niet genoeg waarschuwt. Sinds mijn woonwijk de afgelopen maanden op de schop is genomen, zijn er overal borden verrezen die eraan herinneren dat je een P-zone betreedt. Kom je mijn woonwijk binnen vanuit het noorden, staat de eerste ‘Herinnering: P-zone’ op acht meter van het eerste P-bord. Nederland is het land met de meeste verkeersborden per vierkante kilometer en blijkbaar willen we dit graag zo houden. Op de eenrichtingsweg erachter staat natuurlijk ook niet één verboden-in-te-rijdenbord, maar twee: aan elke kant van de weg één.

Nummerborden
De auto’s die passeren, hebben zowel voorop als achterop een geel nummerbord die de VVD u in 2007 al de mogelijkheid wilde geven te ‘personaliseren’, een plan waarover we nadat de liberale partij in het kabinet belandde natuurlijk nooit meer iets vernamen – tot de VVD-fractie het vorig jaar weer uit de mottenballen toverde en het idee werd afgeschoten door hun eigen minister. Met het huidige systeem, zo verklaarde mevrouw Schultz, kunnen voertuigen ‘van de wieg tot het graf’ worden gevolgd. En dat wil ze graag zo houden.

Zo kennen we onze VVD weer.

OpruimplichtAls ik verder door mijn buurt loop, kom ik biggenruggen tegen op stoepranden – soms zelfs drie naast elkaar, opmerkelijk veel lantaarnpalen voor een woonwijk, maar vooral: paaltjes. Overal paaltjes. Twaalf op een afstand van tien meter langs de stoep voor een basisschool, drie voor een glasbak en negen langs een doodgewone bocht. Daarna passeer ik weer een zakjesdispenser aan een lantaarnpaal en tien meter verderop een stoeptegel met daarop een kakkende hond en het woord ‘opruimplicht’.

Ernaast ligt een drol.

Discipline
Ik kan het niet helpen het Nederlandse straatbeeld te vergelijken met dat van de Verenigde Staten. Daar ben ik in woonwijken nooit verkeersdrempels tegengekomen (heerlijk asfalt des te meer), geen flitspalen op county roads, geen hondendrollen of zwerfafval op straat (wel borden die waarschuwen voor boetes tot 25.000 dollar), geen zes aanwijzingen voor elke afrit op de snelweg, geen stoplichten bij elk kruispunt (maar wel beschaafde bestuurders die elkaar voor laten gaan).

Amerikanen zijn in de publieke ruimte dan ook zeer gedisciplineerd. Nederlanders niet. Men hoeft alleen maar te kijken naar hoe de meutes zich staan te verdringen op het perron bij de deuren van de trein. Of hoe asociaal sommige automobilisten in woonwijken het gaspedaal intrappen. Of hoe vaak u op stoep een hondendrol moet ontwijken.

Zolang burgers niet veranderen, doet de staat dat ook niet.

En zolang alles bij hetzelfde blijft, zal elke verkeersdrempel ons eraan herinneren dit de nanny-state is die wij Nederlanders met z’n allen verdienen.