Het leukste zomerfeuilleton sinds tijden is natuurlijk de zaak van de IJmuidense Rennende Rukker. De bronstige IJmuidenaar en zijn Zomerkomkommer beheersen het nieuws, mede doordat hij vrolijk doorgaat met renrukken, ook al zijn er al verschillende kordate IJmuidense vrouwmensen die hem zijn vet hebben gegeven. 

De Rennende Rukker geniet nogal van de reuring die hij al voorhuidjoggend veroorzaakt, schat ik zo in. Dat hij bij zijn dagelijkse rondje lichaamsbeweging weleens klappen krijgt of met een tuinslang wordt besproeid, zal allicht bijdragen aan de vreugde die hij ervaart. Eindelijk wordt hij eens Gezien. Hij en zijn pielemuis zijn een fenomeen, zijn modus operandi draagt bij aan zijn faam en is zelfs verheven tot zijn allitererende alias: De Rennende Rukker.

Bijna iedereen is weleens geconfronteerd met een zogenaamde potloodventer. Meestal zijn dit sneue zielen die geen vlieg kwaad doen, en wekt hun vertoning eerder lachlust op dan vrees. Toch hebben wij het liever niet, mijnheren die zomaar langs ’s Heeren wegen hun vleeswaren vrijelijk laten wapperen. Je kan er lelijk van schrikken, en bovendien is het ongewild betrokken raken bij andermans seksuele handeling, ook al vindt daarbij geen dwang of aanraking plaats, een tamelijk smoezelige aangelegenheid.

De kick van het wildfappen zit deels in de afschuw van de onvrijwillige toeschouwers van het spektakel. Geen idee wat er zo opwindend is aan “ieuwh nee ga weg” horen als je je manaconda aan het uitlaten bent, maar hee, wie ben ik om andermans tussenbeense hobbies te veroordelen, nietwaar. Maar gezien de #ophef en aanstoot moeten we toch er toch iets mee, met de Rennende Rukker. Negeren is de beste optie maar dat is zo vreselijk jammer qua berichtgeving. “Nat pak voor Rennende Rukker”, dat soort krantenkoppen, daar komkommeren we toch de hele Bouwvak mee door met ons allen?

Maargoed, we moeten eerbare IJmuidense deernes beschermen tegen deze sportieve schennispleger, dus ik stel voor dat we alle vrouwen in die regio voorzien van een spuitbus verf. Worden zij tijdens wandeling of fietstocht onverhoopt geconfronteerd met een hardloper die wel erg hard hijgt, dan besproeien zij hem zonder pardon met verf. Op zijn gelaat, he dames, niet op zijn Nordic Walkingstokje want dan heeft het qua herkenning geen nut. Dan hoeft de Rennende Rukker slechts zijn broek op te hijsen en voila, hij is niet meer te onderscheiden van een eerzame recreant.

Na een paar sessies zal de man er bij lopen als een smurf waar een regenboogpony overheen gekotst heeft en is zijn aanhouding een fluitje van een cent. Een voor iedereen ongevaarlijke, pijnloze methode. Want eerlijk gezegd vind ik de Rennende Rukker ook een beetje zielig iemand die ik geen keiharde knietjes in het geëxposeerde kruis zou gunnen, zeker niet van een kortaangebonden IJmuidense staalarbeidster.

Aldus met verf toegetakeld kan de Rennende Rukker mooi meedoen aan een exhibitionistisch ijdel fenomeen dat hem goed zal liggen: de Color Run. Omdat iedereen daar volstrekt narcistisch is en zich dus toch alleen om selfies maken bekommert, heeft niemand er last van als hij daar af en toe zijn kleurpotlood vent.