Buitenland is binnenland geworden, in de Europese Unie.

Het grote verhaal van de Europese parlementsverkiezingen was niet het uitblijven van de verwachte extreemrechtse golf. Het was ook niet de opmars van de Groenen, al is dat voor de toekomst van ons continent behalve in praktische ook in politieke zin zonder twijfel een belangrijke ontwikkeling. Het was niet de winst van liberale partijen, van het VK tot aan het Balticum. Of de onverwacht ruime winst van de EVP, die desondanks niet zal verwachten dat hun Spitzenkandidat Manfred Weber nu wel automatisch tot president van de Europese Commissie zal worden gekozen. Niet voor niets liet gisteravond de liberale kandidate Margrethe Vestager zich opzichtig ontvallen dat ze ook best bereid zou zijn het voorzitterschap van de Commissie te betreden. Zelfs de verslagen sociaaldemocratische kandidaat Frans Timmermans acht zich nog niet kansloos, mede vanwege de veronderstelde steun van de fors gegroeide Groene fractie. Er wordt zelfs gefluisterd dat Macron een sleutelrol zou kunnen spelen bij zijn benoeming (in ruil voor? Niemand weet daar vooralsnog het antwoord op). Interessant om te blijven volgen, dat zonder meer, maar: niet het verhaal.

Het was ook niet de voortgaande politieke versplintering van de nationale electoraten en dus het parlement (of zoals Luuk van Middelaar het terecht noemde, de toenemende “representativiteit, pluraliteit en moderniteit”). Een versplintering die dan weer mede het gevolg was van een andere opmerkelijke ontwikkeling, namelijk het verval van traditionele partijen – althans: in sommige grote lidstaten. In andere was het immers juist de gevestigde orde die met de winst aan de haal ging. Maar ook dat was niet het verhaal.

Het verhaal was zelfs niet de sterk gestegen opkomst. In de overgrote meerderheid van de lidstaten kwamen mensen in groten getale naar de stembus. In ons land was zelfs sprake van de hoogste opkomst in 30 jaar. Indrukwekkende cijfers natuurlijk, maar ook dat was dus niet het belangrijkste verhaal over de verkiezingen.

Het verhaal van deze verkiezingen was namelijk… de verkiezingen zelf. Al deden sommige premiers nog zo hun best om apathie op te wekken onder het electoraat, deze verkiezingen leefden meer dan enige Europese verkiezing in het verleden. En niet alleen de verkiezingen in de eigen lidstaat: alle uitslagen werden van achter naar voren gespeld. De winst van socialisten in Spanje was net zozeer hot nieuws als de prestatie van liberalen in Slowakije, en de winst van Groenen in Dublin net zo betekenisvol als het verlies van de linkse regeringspartij Syriza in Athene. De voorbije crisisperiode heeft ervoor gezorgd dat we opeens alle spelers kennen: de partijen, de personen, zelfs de groepen waarbij ze zich in Europees verband aansluiten. En we begrijpen dankzij het Spitzenkandidatensysteem ook enigszins het belang van winst in Zweden of terugval in Bulgarije.

We moeten het natuurlijk niet romantiseren, een verkiezing maakt nog geen Europees demos. Elke geboorte is langzaam werk, deze wellicht nog meer dan andere. Maar dat er met deze verkiezingen een ontwikkeling in gang is gezet richting de uiteindelijke geboorte van een Europees volk, lijkt wel duidelijk. En dat is met voorsprong het belangrijkste verhaal dat deze verkiezingen hebben voortgebracht.