“De Britse regering zat in de oorlog dringend verlegen om geld. Joodse bankiershuizen zouden tot gunstige leningsvoorwaarden bereid zijn als de regering een gebaar maakte naar het Joodse volk.” (letterlijke tekst uit het geschiedenisschoolboek van ThiemeMeulenhoff ‘Het Midden-Oosten’)

Zowel de auteurs als historicus Jan Tervoort – in een eigen analyse van het schoolboek op website Jalta – erkennen dat dergelijke Joodse bankiers nooit bestaan hebben.

U leest het goed: deze historici weten heel goed dat er niet één Joods bankiershuis heeft bestaan dat met gunstige leningsvoorwaarden de Britse regering wilde chanteren. Volgens Likoed Nederland zullen de meeste schoolkinderen door bovenstaande zin denken dat die chantage er wel geweest is.

Wie internet afspeurt, ziet dat deze bewering alleen op één zwaar-antisemitische site van Holocaust-ontkenners gedaan wordt. Daar wil je toch niet mee geassocieerd worden?

De auteurs en Jan Tervoort weten dus dat die chantage door Joodse bankiers er niet is geweest, maar zij stellen dat sommige Britten toch ‘hoopten’ op meer of gunstiger leningen door de Balfour verklaring. De auteurs van het schoolboek en Jan Tervoort hanteren dit als voorwendsel om een aanpassing van het schoolboek te weigeren. Echter, die stelling kan nauwelijks bewezen worden en is ook moeilijk voor te stellen, als die bankiers dat nooit als conditie gesteld hebben. Bankiers staan ook niet bekend om andere overwegingen voor leningen dan rendement, ook Joodse bankiers niet.

Maar of zo’n ‘ingebeelde’ hoop er wel of niet geweest is, vindt Likoed Nederland niet relevant. De zin wekt een valse indruk en hoort daardoor simpelweg niet thuis in een Nederlands schoolboek. Elke onware suggestie van Joodse chantage is uit den boze. De aantijging dat “Joden met hun geld de wereld chanteren om die in het verderf te storten” was immers een hoofdargument in de antisemitische nazipropaganda, waaronder miljoenen Joden zijn vermoord.

Zeker historici dienen het besef te hebben dat het onbedachtzaam en onverantwoordelijk is om zelfs de suggestie te wekken dat hier toch een grond van waarheid in zou kunnen zitten. Want het is uiterst pijnlijk voor Joden – die daardoor dierbaren hebben verloren – en bevestigt antisemieten in hun denkbeelden.

Waarom moet dit zelfs nog uitgelegd worden – in deze tijd van herlevend antisemitisme?

Een tweede kritiekpunt op het schoolboek is dat het nergens het zelfbeschikkingsrecht van Joden in hun historische thuisland – en dus het bestaansrecht van Israël – noemt. Likoed heeft de auteurs erop gewezen dat deze belangrijkste reden voor de Balfour verklaring opvallend ontbreekt in hun rijtje van vier redenen – waarin dus wel ingebeelde Joodse bankiers staan. Terwijl dit Joodse zelfbeschikkingsrecht werd onderschreven door leiders, van Napoleon tot Churchill, van Sun Yat-sen tot Lincoln en van koning Faisal van Irak tot de grootste vriend van de Arabieren Lawrence of Arabia.

Deze ontkenning blijkt ook uit het feit dat het hoofdstuk over de oprichting van Israël heet: “Geboren uit onrecht, gegrondvest op onrecht”. Een gruwelijke titel. Daarmee geconfronteerd reageerden de auteurs dat die titel op de Holocaust zou slaan. Dat lijkt een gelegenheidsargument (waarin Jan Tervoort mee gaat). Want de Joden worden in dit hoofdstuk de ene na de andere wreedheid valselijk in de schoenen geschoven (zie hiervoor de complete analyse op onze site). Een scholier kan dus moeilijk anders concluderen dan dat met het onrecht in de titel van het hoofdstuk de stichting van Israël bedoeld wordt.

Een derde punt betreft de leugen van wettelijk vastgelegd racisme in Israël. Jan Tervoort erkent dat de auteurs in de fout zijn gegaan door twee ‘voorbeelden’ daarvan te noemen, die allebei onwaar zijn. Mooi dat Jan Tervoort dat doet, zou je zeggen. En belangrijk, want het valselijk beschuldigen van Israël van wettelijk racisme is antisemitisch, volgens de betreffende definitie van de EU.

Maar vervolgens gaat Jan Tervoort volkomen in de fout door ons te beschuldigen dat wij het vermelden van niet-wettelijke discriminatie ook antisemitisme noemen. Dat is een verzinsel van de heer Tervoort.

Wij hebben slechts onze verbazing erover uitgesproken dat in een schoolboek aan Israël coute que coute discriminatie verweten moet worden. Terwijl nota bene 71 procent van de Arabieren Israël een goede plek om te wonen noemt en 60 procent Israël als ‘vaderland’ omschreef. Dat is een veel hoger percentage dan dat we zien bij de Marokkanen in Nederland, daarvan voelt slechts 48 procent zich Nederlander. Terwijl Nederland niet al haar hele geschiedenis oorlog heeft moet voeren tegen de Marokkanen…

Het schoolboek noemt daarentegen niet de alom tegenwoordige, wel wettelijk vastgelegde discriminatie in de Arabische landen. Zo mogen Joden niet in Jordanië of de Palestijnse gebieden wonen. Christenen mogen hun godsdienst niet belijden in Saoedi-Arabië. In Iran staat de doodstraf op homoseksualiteit. Koerden hebben minder rechten in Turkije dan Turken. Atheïsten worden overal in de islamitische wereld vervolgd. Vrouwen kennen vrijwel overal in het Midden-Oosten minder rechten (nergens hebben Arabische vrouwen zo veel burgerrechten als in Israël!). Boven worden vrouwen in islamitische landen vaak besneden en zijn zij doelwit van eerwraak. Slavernij komt nog veelvuldig voor. Maar dat valt voor de auteurs blijkbaar allemaal in het niets bij wat Israël doet.

Maar om positief te eindigen: Jan Tervoort schrijft zelf dat hij niets opheeft met de Israëlische Likoed (“totaal onbetrouwbaar”). Dan is het mooi om te constateren dat hij ons niettemin in twintig kritiekpunten op het boek geheel of gedeeltelijk gelijk geeft. Dat is toch al vijf keer zo veel als uitgever ThiemeMeulenhoff ….

Tom Struick van Bemmelen is voorzitter van Likoed Nederland en oud-lid van de Eerste Kamer