Maarten Zeegers kreeg deze week veel publiciteit voor zijn boek ‘Ik was een van hen’, een verhaal over zijn infiltratie in een hechte islamitische gemeenschap in Den Haag. Door veel media wordt  klakkeloos overgenomen dat het ‘onethisch’ en ‘onnodig’ is wat hij heeft gedaan.

Drie jaar lang ’liegen’ tegenover nietsvermoedende ‘vrienden’ in de Transvaalwijk zou schadelijk zijn voor de integratie van moslims, hun vertrouwen beschamen en de journalistiek beschadigen. Zoals met veel zaken wordt deze kwestie gereduceerd tot een oppervlakkig ‘liegen is slecht’ en ‘bedriegen nog slechter’, zoals schieten in oorlogen slecht is. Overigens is liegen in de islamitische gemeenschap geen zonde en gewoon geoorloofd, maar dat terzijde.

Dat het bijzondere verhalen heeft opgeleverd kan bijna niet anders. Waar gemeenschappen gesloten zijn is het namelijk bijna onmogelijk om er iets wezenlijks over te zeggen dat niet door anderen -terecht- als ‘vooroordelen’ of halve waarheden zal worden bestempeld. Dat wilde Zeegers doorbreken. En waarom? Omdat we de afgelopen jaren alleen maar wegkijken hoe het er daar aan toe gaat, en omdat alleen een optimistisch integratieverhaal een ingang vindt naar  kranten en tv. Alleen al om die reden was zijn actie meer dan gerechtvaardigd, maatschappelijk relevant en -dus- zeker niet onethisch. De Raad voor de Journalistiek kan daar moeilijk anders over denken.

Los daarvan zou je het nog maatschappelijk onethisch kunnen noemen. Dat het de tweedeling vergroot. Maar dat het succes of mislukken van de integratie niet afhangt van een journalist mag toch duidelijk zijn. Daarover klagen is nog meer reden tot zorg.

Er is eigenlijk maar een gedachte die overeind blijft: prima! Prima als er het gevoel bestaat dat er wordt meegekeken. Niets mis met een beetje Big Brother (uit ongewapende, journalistieke hoek) in buurten die zich juist zo graag onbespied wanen en verschoond blijven van het ‘weten van de ander’. Want je hoeft niet te infiltreren om te weten dat deze gemeenschap geen pottenkijkers wil.

Het ‘weten van de ander’ is een principe uit Michel Foucaults ‘Panopticon’, een makkelijk en effectief in de praktijk te brengen methode die de maatschappij ordent en beheerst. Dat er controle en macht ontstaat door een individu zichtbaar te maken zonder dat hij dat zelf helemaal doorheeft of zelf kan communiceren is onomstotelijk bewezen en in het geval van een ondoordringbare islamitische gemeenschap een te rechtvaardigen middel (als waarheidsvinding en veiligheid je doel is). Cameratoezicht heeft bijvoorbeeld een enorm effect op het gedrag van mensen, zonder dat het heel onderdrukkend aanvoelt. Je hoeft hem niet eens aan te zetten. Zeegers heeft dus gedaan wat juist wel ethisch en nodig was.

Wat pas echt onethisch is, is de infiltratie van de groeiende salafistische geloofsgemeenschap in de Nederlandse (en Belgische) samenleving, die jihadisten kweken en dus verder ook weinig goeds beloven. In wijken als Molenbeek en Transvaal wordt onder het genot van vrijheid van godsdienst en meningsuiting onder moslimjongeren en nieuwe vluchtelingen haat gepredikt tegen de Westerse samenleving en daarover gelogen tegen de Nederlandse bevolking. Om te beginnen over de aanslagen die ze doodleuk goedpraten als niemand kijkt.

En echt journalistiek onethisch is het wanneer verstandige imams, zoals Yassin Elforkani, die wel durven te spreken over de gevaren die dreigen, niet serieus genomen worden door de media, zoals eerder deze maand gebeurde. En dus de geloofsgemeenschap moedwillig verder verdichten en uitsluiten. Laten we het daar eens over hebben.