De discussie over de dodenherdenking doet een hoop stof opwaaien. Het debat gaat over wie we moeten herdenken op 4 mei, en of de beperking tot Tweede Wereldoorlog slachtoffers niet een te nauw beeld van dodenherdenking is.

Daar valt wat voor te zeggen. Oorspronkelijk is de herdenking ontstaan als moment om stil te staan bij de gevallen Nederlandse soldaten, pas later werden de holocaustslachtoffers deel van de herdenkingsdienst. Als deze lijn doorgetrokken wordt, is het niet vreemd om een breder beeld van de 4 mei herdenking te krijgen.

Tegelijkertijd valt er wat voor te zeggen dat 4 mei zijn waarde verliest wanneer de herdenking niet meer niche is. Wanneer men juist de aandacht aan een beperkte groep mensen geeft, is de kracht daarvoor juist sterk.

Wat in elk geval niet de bedoeling kan zijn is de discussie winnen of verliezen door een hoop stennis te schoppen. De mogelijke lawaaimakers van morgenavond proberen hun verlies te verwerken en de aandacht op te eisen door de gevoelige dienst te verpesten. Dat kan en mag niet de bedoeling zijn, en het is te hopen dat de rechter vandaag ook zo oordeelt over het besluit van burgemeester van Aartsen om het lawaai maken te verbieden.

En toch hebben ze het voor elkaar gekregen om de discussie op gang te brengen. Dat had op een andere manier gemoeten, maar ze hebben het voor elkaar. Een discussie over dit soort landelijke evenementen is goed, er mogen geen heilige huisjes zijn, alles moet bevraagd kunnen worden. Volgende keer op een andere wijze.

Afbeelding: Pixabay