De Pupillenbuurt in het Rotterdamse Delfshaven is al decennia een kwakkelende buurt waar beleidsnota en goede bedoelingen vooral dat blijven: beleidsnota en goede bedoelingen. Het ‘Opzoomeren’, dat ruim 25 jaar geleden begon, dankt zijn naam aan de Opzoomerstraat, op een steenworp afstand van de Heemraadstraat – epicentrum van Jalta’s Bijstandsstraatproject. Nog altijd is de Pupillenbuurt een grauwe wijk met veel overlast, sociale onbalans, weinig groen en veel bijstandsuitkeringen. Gaat daar nog eens verandering in komen?

Enkele jaren geleden was dat nog nadrukkelijk de bedoeling.

In oktober 2010 werd in opdracht van de voormalige deelgemeente Delfshaven en woningcorporatie Woonbron een nota van vijftig pagina’s opgesteld: De Netwerkbuurt. Visie Pupillenbuurt 2010-2020. Het moest het fundament worden op basis waarvan dit decennium zou worden gebouwd aan verbetering van de levensomstandigheden in deze wijk.

Levendige randen
De Pupillenbuurt werd in het rapport “een van de zwakkere buurten” van het Nieuwe Westen genoemd. Onder meer de hoge uitkeringsafhankelijkheid, overbewoning, sociale achterstand, burenruzies, diverse opvangcentra, schooluitval, een ‘stenige buitenruimte’ en overlast van jongeren waren hier debet aan.

In 2020 moest dit allemaal anders zijn. Tegen die tijd zou de Pupillenbuurt moeten zijn veranderd in “De Netwerkbuurt”. In de woorden van de opstellers van de nota: “Een echte stadsbuurt met een bonte mix van bewoners, voorzieningen en stedelijke uitdagingen.” Een buurt met “levendige randen” en een “dorps karakter” binnenin. “Een open buurt waar mensen makkelijk met elkaar in contact komen. Men werkt slim samen in het voordeel van de buurt en haar bewoners.” En: “Bewoners nemen vaak het initiatief en de verantwoordelijkheid. Pupillenbuurt, zo werkt het!”

Dit bleek zelfs voor de door linkse partijen gedomineerde deelgemeente meer ambtelijke luchtfietserij dan ze kon verdragen. Ze stemde de visienota weg wegens niet ambitieus genoeg.

En daar bleef het ook bij.

Aandachtswijk
De deelgemeentes werden in heel Rotterdam vervangen door gebiedscommissies en een ambitieuzere visie op de Pupillenbuurt in het Nieuwe Westen is er nooit meer gekomen – terwijl de problemen onverminderd voortduren. Dit tot onbegrip van zowel autochtone als allochtone inwoners, die graag meer investeringen in de buurt zouden zien.
“De Pupillenbuurt is een aandachtswijk die geen aandacht krijgt,” vindt bewoner Eppo König uit de Heemraadsstraat.

Andere welwillende bewoners zijn in de loop der jaren ontmoedigd geraakt, weer anderen – laagopgeleide autochtonen die dieper in de wijk wonen – vinden het “een klotebuurt” en geloven helemaal niet meer in ommekeer ten goede en bellen al niet eens meer de politie als ze dealertjes voor hun huis bezig zien.

De initiatiefnemers van de eerste nota – de gebiedscommissie en woningcorporatie Woonbron – zien geen heil in het opstellen van een nieuw en beter beleidsplan.

Ideale mix
Karin Schrederhof, vestigingsdirecteur van Woonbron Delfshaven, was niet betrokken bij de totstandkoming van het verworpen eerste rapport en voelt momenteel niets voor een vernieuwde visie op de geplaagde buurt. Schrederhof wil door op de ingeslagen weg: het renoveren van panden, gemengde Verenigingen van Eigenaars, het aanbieden van kluspanden en een goede samenwerking met politie en gemeente.Dat ruim 80 procent van de woningen in de Pupillenbuurt sociale huur is, ziet Schrederhof niet als onbalans.

“Ik geloof niet dat er een ideale mix bestaat. Het mooie van Delfshaven is juist de mix tussen weerbare, hoogopgeleide mensen en de meer kwetsbare lageropgeleide mensen. Natuurlijk is er altijd de zoektocht naar balans, maar dat moet je niet forceren. Dat gaat geleidelijk.”

Om eraan toe te voegen: “Ik heb er nooit onderzoek naar gedaan hoor, maar ik vraag me af of het burencontact in het Gooi zoveel beter is dan hier in Delfshaven.”

Tippelaars
Leuk en aardig, zullen oudere autochtone bewoners van de Pupillenbuurt zeggen, maar dat verandert niets aan de problemen die wij elke dag zien in deze wijk – een wijk die volgens hen de afgelopen decennia alleen maar is verslechterd: dealers en tippelaars zijn hier ’s avonds geen zeldzaam verschijnsel.

Het Gebiedsplan Delfshaven 2014-2018 constateert met betrekking tot de Pupillenbuurt slechts dat de revitalisering van winkelstraat de Nieuwe Binnenweg (de zuidgrens van de buurt, red.) “dreigt af te glijden” en dat hier “aandacht voor nodig” is, maar laat de kern van de buurt – en daarmee de kern van de sociale problemen – links liggen.

Desalniettemin kunnen in de wijk diverse concrete slagen worden gemaakt om overlast terug te dringen. De voorzitter van de gebiedscommissie Delfshaven, Tom Harreman, is voorstander van het sluiten van de opvang van ex-prostituees aan de Korenaarstraat, zegt hij tegen Jalta. Dit zou de buurt “rust” geven, aldus Harreman.

Bewoners zouden daarnaast nog graag zien dat de coffeeshops in de buurt zouden verdwijnen.

Immigranten
“Investeren in jongeren” ziet Harreman op lange termijn als enige uitweg uit de problematiek van uitkeringen en werkloosheid, maar hij tekent daarbij aan: “We moeten ons wel realiseren dat wijken als deze altijd in trek zullen blijven lageropgeleiden en minder kapitaalkrachtige mensen.”

Oudere autochtone bewoners – die in veel gevallen een of meerdere uitkeringen ontvangen, werkloos zijn en daarmee zelf hun aandeel hebben in de problematiek – wijten de problemen van de buurt veelal aan de instroom van immigranten. Nog maar iets meer dan 20 procent van de Pupillenbuurt bestaat uit autochtonen.

Schrederhof begrijpt de frustraties die er onder hen leven, maar wijst er tegelijkertijd op dat tijden zijn veranderd. Deze mensen, zegt ze voorzichtig, “hebben misschien ook wel een referentiekader dat anno 2015 niet meer realistisch is”.

Nostalgie
“Alle verhoudingen zijn verscherpt. We doen gewoon minder dingen samen dan vroeger. Dat is een algemene maatschappelijke verschuiving. Niet specifiek voor deze buurt.”

Als vestigingsdirecteur van de woningcorporatie streeft Schrederhof naar “ongestoord woongenot”, maar dat zullen sommige bewoners van de Pupillenbuurt wel nooit meer ervaren.

“Aan concrete problemen kunnen we werken. Maar gaat het om terugkeren naar een tijd die niet meer bestaat, dan houdt het op. Voor nostalgie hebben we geen oplossing.”