Gisteren was minister Schippers te gast in het programma Radar, om daar verantwoording af te leggen over het gebrek aan vergoedingen voor cosmetische chirurgie in het basispakket. Het televisieprogramma was er enkele weken geleden in geslaagd schrijnende gevallen op te trommelen waar Nederland wel medelijden mee moest krijgen zodat de politiek in de houding kon springen. Zo gaat het immers bijna altijd in ons polderlandje. Schippers ging overstag: als er een goed voorstel zou komen vanuit de sector, zou het basispakket weer een uitbreiding tegemoet kunnen zien.

Ook zonder verder in te gaan op de specifieke discussie rondom cosmetische chirurgie, valt er wel het één en ander te zeggen over deze gang van zaken. Het basispakket in de zorg is hier, maar ook in het algemeen, een uitgesproken voorbeeld van Haagse politiek. Iedere beperking van het pakket wordt met hand en tand bestreden door belangengroeperingen. Omdat het om zorg gaat, is het niet zo heel moeilijk om met voorbeelden van schrijnende gevallen te komen, al dan niet uit de praktijk. Het lijkt onmogelijk de discussie zuiver te houden en de inhoud van het basispakket te baseren op overwegingen over wie welke verantwoordelijkheid zou moeten dragen bij iets wat in de kern een verzekering is, maar dan wel één waarbij de afnemer niet zelf kan bepalen wat hij wel of niet wil verzekeren. Met de afnemer wordt in de discussies helaas weinig rekening gehouden; meer betalen wordt niet als schrijnend beschouwd, ondanks de grote aanslag die de zorgpremie op kleine beurzen doet.

Het uiteindelijke doel is voor iedereen hetzelfde: er zorg voor dragen dat Nederlanders voorzien zijn van de voor hen noodzakelijke zorg. Het uitgangspunt is echter vaak verkeerd. Er wordt telkens weer naar de overheid, collectiviteit, en verplichtingen gegrepen als bijna heilige oplossing; het is ook zo gemakkelijk. Over de kosten van collectiviteit mag bijna niet gesproken worden. Waarom zou een enorm basispakket eigenlijk een goede zaak zijn? Het is niet de enige manier om een goede zorgvoorziening te hebben, en zeker niet de goedkoopste. Vooral zaken die eigenlijk niet verzekerd hoeven te worden omdat het niet gaat om bedragen die normaal gesproken niet gedragen kunnen worden, zoals anticonceptie of routine huisartsbezoek, horen helemaal niet in het pakket thuis. Als mensen dat soort dingen zelf betalen, zullen ze ten eerste beter overwegen of ze het wel echt nodig hebben en ten tweede beter op de kosten letten als ze het nodig hebben.

Het is belangrijk dat we daarbij in ogenschouw nemen dat schrijnende gevallen er altijd zullen zijn. Dat geldt niet alleen in de zorg, maar ook in tal van andere sectoren waar politieke beslissingen ook op deze manier worden genomen – ik noem bijvoorbeeld een Mauro. Er zijn altijd voorbeelden te vinden van mensen die tussen de wal en het schip vallen. Meer overheidsingrijpen is bijna een Pavlov-reactie geworden. Laten we het eens omkeren en de oplossing zoeken in minder overheid.

Het is veel te gemakkelijk om naar de portemonnee van een ander te grijpen wanneer men met leed geconfronteerd wordt. We willen het leed eigenlijk niet zien, we willen er niet mee geconfronteerd worden, en iemand anders moet het voor ons oplossen want zo mag het niet zijn in onze leefomgeving. Is dat menslievendheid? Is dat mededogen? Natuurlijk niet: het is socialisme. Er zijn echter ook praktijkvoorbeelden te vinden van hoe het anders kan. Eind vorig jaar konden we bijvoorbeeld lezen over de driejarige Fabe die een dure operatie nodig had waarvoor vanuit de gemeenschap een benefietavond georganiseerd werd. Dat is een samenleving die het waard is voor te strijden: echte zorg voor een ander. Zulke decentrale initiatieven zijn niet alleen veel mooier, ze zijn ook efficienter dan de massale one-size-fits-all oplossingen van een centrale overheid.

Het uitdijen van de overheid is een probleem van alle tijden. Juist in de huidige tijd waarin we eigenlijk geen enkele politieke partij meer over hebben die echt staat voor het terugbrengen van vrijheid en verantwoordelijkheid naar de burger, is het echter van groot belang hiertegen in opstand te komen en de discussie terug te brengen bij de kern: wat zijn de taken van de overheid, en – vooral – wat zijn ze niet? Het basispakket lijkt me een prima plek om daarmee te beginnen.