Afgelopen week werd bekend dat de hoofdredacteur van de BNNVARA-website Joop.nl, Francisco van Jole, enkele jaren geleden een jonge vrouw heeft aangerand. Op opnames is te horen hoe de dame in kwestie verhaal komt halen bij Van Jole. Later bevestigde hij dat de opnames authentiek waren.

De voormalige presentator van DWDD kwam hiermee ernstig in verlegenheid. Het verhaal kent ongetwijfeld allerlei nuances, maar het is juist zijn Joop.nl dat andere mannen die in het kader van #metoo door de mand vielen, keihard aanpakte. Van Jole heeft zichzelf wat dit betreft nogal op een moreel verheven hoogte geplaatst. Het kwam als een boemerang terug.

Ook televisieprogramma’s van BNNVARA hebben in de afgelopen weken onnoemelijk veel aandacht besteed aan #metoo. Zo mocht Jelle Brandt Corstius in DWDD uitgebreid zijn verhaal doen over een vermeende verkrachting in 2002. Dit terwijl de verdachte hiervan in alle toonaarden ontkent. Er lijkt soms, ondanks de goede bedoelingen achter de hype, een heksenjacht te zijn ontstaan.

Maar wat gebeurde er toen Van Jole, iemand uit eigen gelederen, werd genoemd in een seksschandaal? BNNVARA bracht een bericht naar buiten waarin stond dat dit een persoonlijke kwestie was die maar met de politie moest worden afgehandeld. Dat haalt je de koekoek, maar dat gold niet toen de omroep de kans kreeg om andere mensen zwart te maken. Mensen die bovendien wellicht helemaal niets te maken hebben dergelijke vergrijpen.

Enkele dagen later ging het in DWDD opnieuw over #metoo, ditmaal over enkele Amerikaanse onthullingen. Maar de naam Van Jole viel niet één keer. Dat hoeft ook helemaal niet, want trial by media is zeer kwalijk. Maar eerder ging men aan dezelfde tafel juist vol op het orgel.

Blijkbaar is #metoo voor de omroep vooral een stok om anderen mee te slaan. Zodra iemand uit het eigen personeelsbestand wordt genoemd, treedt de omerta in werking. Dat moet BNNVARA vooral zelf weten, maar het komt de geloofwaardigheid niet ten goede.

 

 

Afbeelding: Wikimedia Commons