Het is opvallend dat het Vredespaleis in Den Haag een geschenk aanvaardt van het ayatollah-regime in Teheran. Nog vreemder is de geheimzinnigheid waarmee dit wordt omgeven – met hulp van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken!

Er is something rotten in ‘s-Gravenhage, de zelfbenoemde “internationale stad van vrede en recht”. Meer specifiek in het Vredespaleis, zetel van onder andere het Internationale Gerechtshof van de Verenigde Naties en het Permanent Hof van Arbitrage. Het paleis, in 1903 door de Amerikaanse filantroop Andrew Carnegie aan Den Haag geschonken, huisvest een van de belangrijkste bibliotheken op het gebied van internationaal recht, vrede en mensenrechten. De collectie wordt beheerd door de  – mede door het ministerie van Buitenlandse Zaken gefinancierde – Carnegie Stichting en telt onder andere zeldzame vroege uitgaven van Hugo de Groots De iure belli ac pacis en Erasmus’ Querela pacis.

In zo’n fraaie collectie past zeker ook de ‘Cyrus-cilinder’, een soort regeringsverklaring van de gelijknamige Perzische koning uit 569 v.Chr., die wel wordt gezien als het eerste mensenrechtendocument. Dat moet men ook in Teheran, hoofdstad van de Islamitische Republiek Iran hebben gedacht, en zo ontstond het idee de Cyrus-cilinder (uiteraard slechts een replica en niet het origineel, dat is in bezit van het British Museum in London) aan het de bibliotheek van het Vredespaleis te schenken. En als met de overhandiging van de cilinder goede sier kan worden gemaakt, is dat mooi meegenomen, zullen de Iraniërs hebben gedacht. Het blazoen van de Islamitische Republiek is, als het om mensenrechten gaat , immers niet bepaald blank te noemen. Integendeel.

International_Court_of_Justice (Wikipedia)

Homoseksuelen geëxecuteerd

Shirin Ebadi, de Iraanse Nobelprijswinnaar voor de Vrede in 2003, was juist afgelopen woensdag in de Tweede Kamer om te vertellen dat de mensenrechtensituatie in haar geboorteland sinds het aantreden van de “progressieve” president Hassan Rohani allesbehalve is verbeterd. Alleen al in de eerste helft van dit jaar vonden in Iran meer dan 400 executies plaats, waaronder die van homoseksuelen om geen andere reden dan hun geaardheid en die van Reynahey Jebbari, de 26-jarige vrouw die haar verkrachter zou hebben gedood. Het vasthouden, martelen en verkrachten van politieke gevangenen is er aan de orde van de dag. Ebadi vertelde Nederlandse parlementariërs dat ondanks protesten vanuit de internationale gemeenschap van een verbetering van de Iraanse mensenrechtensituatie geen sprake is.

Nog geen week na Ebadi’s aanklacht in de Tweede Kamer, komt de Iraanse onderminister van Buitenlandse Zaken in dezelfde stad de Cyrus-cilinder aanbieden. Het Vredespaleis wilde blijkbaar Iran niet schofferen met een weigering van de gift, maar lijkt toch met de situatie in de maag te zitten, gezien de opvallende stilte die over het paleis aan de Carnegielaan is gevallen. Op de website van het paleis is geen woord over gift en ceremonie te vinden. Navraag levert slechts geheimzinnigheid op: de secretaresse van de directeur van de Carnegie Stichting weet eigenlijk van niets, behalve dat er “vanmorgen iemand van de Iraanse ambassade is langsgekomen met een vlag.” Stefan van Hoogstraten zelf wil wel bevestigen dat de cilinder vandaag (maandag) zal worden aangeboden, maar wil niet zeggen door wie. Pas wanneer Haagse bronnen bevestigen dat het gaat om een hoge vertegenwoordiger van het regime in Teheran, de onderminister van Buitenlandse Zaken, geeft de baas van het Vredespaleis toe dat het inderdaad om Morteza Sarmadi gaat.

Charmeoffensief en olietankers

Van Hoogstraten wil niet ingaan op de vraag of een instituut als het Vredespaleis wel in zee zou moeten gaan met het mensenrechtenschendende regime van de ayatollahs: “Dat is een politieke vraag.” De directeur van het paleis wil ook geen commentaar geven op de mensenrechtensituatie in Iran, maar wil nog wel kwijt dat “internationale samenwerking is gebaseerd op de principiële grondslag dat staten een onaantastbare nationale soevereiniteit bezitten  en dat zij onderling gelijkwaardig zijn.” Akkoord, maar te betwijfelen valt of het Vredespaleis een historisch mensenrechtendocument uit bijvoorbeeld Noord-Korea ook had geaccepteerd. Tegelijkertijd is het ondenkbaar dat wanneer de Amerikaanse onderminister een replica van de Bill of Rights had aangeboden, het Vredespaleis daar zo geheimzinnig over had gedaan.

Damon Golriz, politiek analist van Iraanse afkomst en zelf vluchteling uit de Islamitische Republiek, is trots dat een zo belangrijk mensenrechtendocument uit de Perzische cultuur een plaats krijgt in de bibliotheek van het Vredespaleis, maar vermoedt tegelijkertijd dat de motieven voor de gift van politieke aard zijn: “Het past binnen een Iraans charmeoffensief naar Nederland toe. Goede betrekkingen zijn handig nu Nederland vanaf 1 januari drie jaar lang lid is van de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties.” Ook zou Iran zijn olietankers bij Nederlandse maatschappijen willen verzekeren wanneer de sancties tegen het land worden opgeheven. Golriz wijst erop dat premier Mark Rutte één van de weinige regeringsleiders was die in januari tijdens het World Economic Forum in Davos een één-op-één-gesprek had met de Iraanse president Rohani. “Iran heeft Nederland nu nodig: in de gezamenlijke strijd tegen ISIS, om handel te drijven en in de VN-mensenrechtencommissie,” meent de analist.

 Ministerie op de hoogte

Het lijkt erop dat het Vredespaleis het te grof vond de Iraanse schenking te weigeren, maar tegelijkertijd zo weinig mogelijk licht wil laten schijnen op de ceremonie die daarmee gepaard gaat. Een nogal vreemde spagaat, maar niet half zo vreemd als de reactie van een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Deze laat desgevraagd weten dat er “geen ministeriële delegatie” naar het Vredespaleis gaat, hoewel dat wel degelijk zo blijkt te zijn. Sterker nog, het ministerie is volledig op de hoogte van het bezoek van onderminister Sarmadi, zo blijkt uit een stuk dat naar de leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken is gezonden. Minister Koenders kondigt hierin aan vanmiddag tussen vijf en zes een gesprek met Sarmadi te zullen voeren en de leden van de Kamercommissie wordt gevraagd of zij misschien ook behoefte hebben aan een ontmoeting met de Iraanse minister.

Eén van de leden van die commissie, CDA-buitenlandwoordvoerder Raymond Knops, verbaast zich over de opstelling van het Vredespaleis: “Iran bungelt ergens onderaan als het gaat om mensenrechten, dus dat is wel een heel bijzondere combinatie. Vertegenwoordigers van de Islamitische Republiek die de mensenrechten met voeten treden en in ‘the city of justice’ iets komen aanbieden.” Knops vermoedt dat de Iraanse delegatie een “wit voetje” wil halen in het Vredespaleis. Een propagandastunt dus. Dat daar zo geheimzinnig over wordt gedaan noemt het Tweede Kamerlid “bizar”. Knops: “Blijkbaar wil het ministerie van Buitenlandse Zaken in het openbaar niet worden geassocieerd met Iran. Dat zie je nu ook met Turkije, “ voegt Knops eraan toe, “waarmee Nederland ook zo’n moeizame relatie onderhoudt en tegelijkertijd papt, nat houdt en niet openlijk afstand durft te nemen.” De CDA’er overweegt Kamervragen over de zaak te stellen aan minister Bert Koenders.

 “Bizar”

Van vreemd, naar bizar, naar surrealistisch: gisteravond laat ontvingen de leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken een brief van de griffie waarin werd gemeld dat onderminister Sarmadi zijn bezoek “om gezondheidsredenen” heeft moeten afzeggen. Gezondheidsredenen? Is dat niet de reden die dictaturen traditioneel gebruiken wanneer er eigenlijk iets anders aan de hand is? Het maakt het bizarre spel dat de Iraniërs in Den Haag spelen er niet bepaald doorzichtiger op, maar misschien geeft dit het Vredespaleis de mogelijkheid alsnog te besluiten niet mee te werken aan een propagandastunt van een staat die goede sier probeert te maken met historische documenten uit zijn roemrijke verleden, maar zelf de mensenrechten voortdurend met voeten treedt.

Instant update: De Cyrus-cilinder is inmiddels door de Iraanse ambassadeur in Den Haag aan het Vredespaleis overhandigd. De vraag is hoeveel propagandawaarde de Islamitische Republiek hier nog uit weet te melken.