Uit een onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel blijkt dat Nederland weinig moeite heeft met het behoud van ‘koloniale’ straat- en schoolnamen. De ondervraagden vinden dat de Admiraal de Ruyterlaan (92%), de Piet Heinstraat (90%), de Van Heutszstraat (74%) en de J.P. Coenschool (73%) mogen blijven.

Zoals veel kwesties is de vraag of de straat- en schoolnamen mogen blijven niet te beantwoorden met een ‘ja’ of een ‘nee’. Juist in gevoelige vraagstukken als deze is nuance en dialoog erg belangrijk. Zo’n 52% vindt daarom dat de straatnamen wel mogen blijven, maar er tegelijk uitleg bij de naambordjes mag komen om de een genuanceerde waarheid over de historische figuren te vertellen.

Dat is een goede keuze. Je kan er niet omheen dat de figuren niet voor niets genoemd worden in straatnamen, ze hebben wel degelijk in het verleden iets goeds gedaan voor Nederland. Michiel de Ruyter was immers in de 17e eeuw Nederland haar grootste verdediger tegen de Engelsen, bijvoorbeeld.

Tegelijkertijd mag het koloniaal verleden niet vergeten worden. Nederland zat daar goed fout, als je met de normen en waarden van deze tijd meet. Hoewel slavenhandel in de tijdsgeest normaal was en het leed van slaven niet vergeten mag worden, moet dat geen reden zijn om de geschiedenis te begraven. Juist beide kanten moeten laten zien worden. Dat is anders bij de Tweede Wereldoorlog, of katholieke priesters die een kind misbruikt hebben: het psychische leed van slachtoffers is nog zeer vers en levend.

De straatnaambordjes met context en uitleg is de perfecte compromis: enerzijds wordt onze geschiedenis niet vergeten en mogen we trots zijn op onze historie, anderzijds moeten we diezelfde geschiedenis met een kritisch oog bekijken.

Afbeelding: Wikimedia, Wikipedia Commons