De antiracisten van vandaag praten in een eigen UvA-taaltje waar de witte man geen touw aan vastknopen kan. Wellicht omdat hij wit privilege geniet en in zijn institutioneel racistische bubbel zit, ofzo?

Eerder vandaag vergeleek ik de Social Justice Warriors met vrijgemaakt-gereformeerden, omdat ik hier toevallig veel over heb gelezen. Maar ze doen natuurlijk ook heel erg denken aan de radicale linkse groepjes van weleer, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw revolutie poogden te maken. Een tijdje geleden las ik ik het geniale boek Links! van wijlen Boudewijn Büch, waarin hij verhaalde over zijn belevenissen bij een maoïstische splinterpartij. Het ging om idealen maar ook en vooral om ingewikkelde principiële debatten, waar een buitenstaander helemaal niets van begreep. En seks met katholieke priesters die met hun tijd wilden meegaan trouwens, maar ik moet niet te veel van dit prachtige boek verklappen.

Het vraagstuk van het reëel bestaande socialisme en of dit nu in de Sovjet-Unie, in China, in Cuba of Chili te vinden was, daarover sloegen de linksradicalen van toen elkaar de hersenen in. Tegenwoordig voeren antiracisten soortgelijke debatten, maar nu over de vraag of de ene onderdrukte minderheid wel mag spreken voor de andere onderdrukte minderheid. Dat witte mannen (en soms ook vrouwen) geen recht van spreken hebben staat natuurlijk buiten kijf, maar mag je als Marokkaanse man wel iets zeggen over de positie van Afro-Nederlanders? Hierover ontspon zich vandaag een zeer vermakelijke discussie, die door de deelnemers van kleur aan de discussie trouwens zelf ook niet helemaal goed begrepen werd. Hoe ironisch.

Antiracismedialoog

 

 

Ten slotte, laat ik ook eens UvA doen.

 

Ik ben een WASPHCMwWP.

 

White Anglo Saxon Protestant Heterosexual Cisgender Male with White Privilege.