Het huidige pensioensysteem is een enorme herverdelingsoperatie van jong naar oud. Gaat het pensioenakkoord daar verandering in brengen?

De komende dagen wordt er in Den Haag opnieuw een poging gedaan een doorbraak te bereiken op het lastige dossier van de pensioenhervorming. Dat is bittere noodzaak omdat het systeem volledig lijkt te zijn vastgelopen. Ruimte voor verhogingen van de pensioenuitkeringen is er al jaren niet meer. De verhouding tussen het aantal werkenden en gepensioneerden is ook steeds verder uit het lood geslagen. Inmiddels dreigt de vroeger ondenkbare situatie dat pensioenfondsen structureel te weinig middelen in kas hebben om alle toekomstige uitgaven te dekken. Er moet dus wel degelijk iets gebeuren. Ook bij het uit algemene middelen gefinancierde staatspensioen (AOW) overigens: de aanhoudende stijging van het aantal gepensioneerden, in combinatie met de aanhoudende stijging van de levensverwachting, heeft daar omwille van de houdbaarheid al geleid tot geleidelijke aanpassing van de pensioengerechtigde leeftijd.

Dit laatste willen de vakbonden (pleitbezorgers van oudere werknemers en gepensioneerden) nu deels terugdraaien. De bonden willen de stijging van de pensioengerechtigde leeftijd het liefst aftoppen op 67. Als dat financieel niet haalbaar is, wil men in ieder geval verdere stijging veel langzamer laten verlopen dan nu voorzien. Verder wil men voor zware beroepen een vervroegde pensioenregeling mogelijk maken. Nu worden werkgevers die dergelijke werknemers met vervroegd pensioen sturen nog zwaar beboet, de bonden willen die boete het liefst volledig afschaffen. Het kabinet is vooralsnog niet geneigd dat geheel te accepteren, maar heeft al wel een stap in de richting van de bonden gezet door een forse verlaging van de boete te accepteren.

Om de bonden te paaien heeft het kabinet bovendien besloten bepaalde reserves die normaal zouden zijn gebruikt om jongere werkenden te compenseren voor een eerdere herverdeling van jong naar oud nu ook in te zetten om voor al gepensioneerden enige vorm van koppeling tussen pensioenuitkering en loonontwikkeling te herstellen. Normaal gesproken zou dit tot politieke rellen leiden, maar niets is minder waar. Dat ligt vooral aan het feit dat de pleitbezorgers van de status quo, de 65-plussers en de bijna gepensioneerden, extreem goed georganiseerd zijn, terwijl degenen die belang zouden hebben bij een hervorming van het stelsel, de Millennials en Generatie Z, pas in de verre toekomst daarvan de voordelen zouden zien en er momenteel dus nauwelijks oog ervoor hebben.

En dus zal ook deze hervormingsronde weer uitlopen op een graai uit de kas van de jongeren om zo de boosheid van de ouderen af te kopen. Gaat dit dan nooit stoppen? Een Duits commentator voorspelde ooit dat het pas zou stoppen ‘als de jongeren de wapens opnemen tegen de ouderen’. Voorlopig niet dus.