De Tweede Kamer besloot deze week dat het woord ‘allochtoon’ niet meer mag voorkomen in overheidsdocumenten. Het initiatief van SP’er Sadet Karabulut en PvdA’er Ahmed Marcouch werd met een krappe Kamermeerderheid (PvdA, SP, D66, CU, GL, Denk, PvdD en 50Plus) aangenomen. Het woord ‘allochtoon’ zou een negatieve lading hebben gekregen. Dus in plaats van ons druk te maken over deze lading en de inhoud en in te zetten op echte veranderingen, schrappen we gewoon het woord.

Weg probleem. Ook weer opgelost. Althans, dat lijkt hier de linkse gedachtegang.

Dit is niet de eerste keer dat er stemmen opgaan om het woord ‘allochtoon’ te schrappen uit beleidsstukken. In 2008 riep toenmalig minister van Justitie, Ernst Hirsch Balin op het woord niet meer te gebruiken. Het zou valse tegenstellingen creëren.

De Gemeente Amsterdam besloot al in 2013 dat dit woord niet meer gebruikt mag worden in de gemeentelijke stukken. Historicus Zihni Ozdil betoogt in het NRC Handelsblad zelfs dat het woord ‘allochtoon’ ronduit racistisch is.

En dus heten we nu naar Amerikaans voorbeeld Turkse -of Marokkaanse- Nederlanders. De zogenaamde ‘streepjes-Nederlanders’. Een stuk neutraler en minder stigmatiserend volgens links Nederland. Benauwend en kortzichtig als u het mij vraagt.

Immers, categorisering blijft en onderscheid met de ‘autochtoon’ blijft.

Zoals ik ook in 2013 naar aanleiding van het Amsterdamse besluit op de weblog Republiek Allochtonie schreef:

Het is natuurlijk onzin dat de nieuwe bewoording naar Amerikaans voorbeeld geknipt en geplakt kan worden in onze Nederlandse samenleving. Om te beginnen is een immigrant in Amerika op de eerste plaats een Amerikaan, daarna komt de rest pas. Zo kijken niet alleen immigranten naar zichzelf, maar de ontvangende maatschappij kijkt ook zo naar de nieuwkomer. Dit is simpelweg niet hoe de werkelijkheid in Nederland is. Een allochtoon is een allochtoon is een allochtoon. Afkomst telt. Punt.

Daarnaast gaat het in Amerika om een bredere benaming, zoals ‘Afro-American’ ipv South-African-American. Het biedt enige ruimte.

Feit is dat het bedachte hokje van mij een nog grotere allochtoon maakt dan dat ik al was. Het woord ‘allochtoon’ gaf mij tenminste nog enige ruimte. Ik kon dit hokje invullen zoals ik zelf wilde. De ene keer was ik mediterraan, dan weer een Turkse vluchteling of Amsterdamse Koerd. Nu ben ik in het kleinste hokje geplaatst dat ik me maar kan bedenken: Turkse Nederlander. Het is er benauwd, ik kan geen kant op. Dat is wat het is, een andere optie heb ik niet.

Natuurlijk laat ik niet een woord of beleid bepalen wie ik ben. Ik heb mijn eigen identiteit en ik kan nog steeds elke dag zijn wie ik wil zijn. En toch vind ik het nieuw verzonnen hokje uitermate vervelend en beklemmend. Ik had graag gehad dat het ons met elkaar was gelukt om van ‘allochtoon’ een geuzennaam te maken. De negatieve associatie te vervangen door iets waar we trots op konden zijn. Maar verzin geen nieuwe hokjes die doordrenkt zijn met politieke correctheid en die mijn alleen maar ruimte beperken.

Bevalt het woord niet; verander de definitie. In elk geval totdat we hebben besloten dat ik maar een gewone Amsterdammer ben.