In het kader van dialoog sprak Ewout Klei met dominee Rikko Voorberg, die trouwens ooit zijn klasgenoot was op het VWO. Ewout Klei sprak met de ‘hipsterdominee’ over de rechtszaak die het actiecomité ‘We Gaan Ze Halen’ aanspande tegen de Nederlandse overheid. En verloor.

 

Het Haagse Gerechtshof heeft besloten dat Nederland niet gedwongen hoeft te worden om extra asielzoekers op te nemen. Wat vind jij van deze uitspraak? Gaat ‘We Gaan Ze Halen’ opnieuw in hoger beroep?

 Allereest: het gaat hier niet om ‘extra asielzoekers’, maar het Hof heeft uitgesproken dat de Staat niet het vaste aantal vluchtelingen hoeft over te nemen van Griekenland en Italië dat hij toegezegd heeft in september 2015 samen met de andere lidstaten van Europa. En daarover zijn we nogal teleurgesteld. Er is ruimte en geld gereserveerd in 2015, omdat Griekenland en Italië de toestroom niet aankonden en het eerlijk was om dit fair over Europa te verdelen. De schatting toen was dat er 160.000 kansrijke asielzoekers verdeeld zouden worden over de lidstaten om daar hun procedure af te maken. Op die schatting zijn volgens ons harde cijfers gebaseerd, waar landen zich aan moesten houden. Als elk land op eigen houtje iets ging doen, werd het natuurlijk niets.

De schatting is dat er momenteel minder reloceerbare vluchtelingen zijn in Griekenland (en Italië) dan gedacht en het Hof oordeelt dat Nederland de vrijheid heeft om de toezeggingen (pledges) naar beneden bij te stellen op grond van de huidige inschatting. Wij betwisten die vrijheid, die mogen slechts in Europees verband gemaakt worden, niet individueel. Er is geen definitief aantal vastgesteld, anderen landen reloceren helemaal niet waardoor er méér mensen in nood zijn en er zijn inderdaad mogelijk minder mensen: als je lang genoeg wacht met reloceren en toezeggen worden de mensen vanzelf wanhopig en verdwijnen in illegaliteit of laten ze zich smokkelen. En dat is voor niemand goed.

Het Hof neemt aan niemand zich meer aan de oorspronkelijke belofte van 2015 hoeft te houden, maar dan is het bijzonder vreemd dat zij enkel van Finland en Malta zegt dat ze goed op weg zijn. Deze landen stevenen nu af op de invulling van het totale aantal plaatsen zoals beloofd. Kortom; wij zijn geen open-grenzen activisten, maar vinden dat als je aan een kwetsbare groep en aan kwetsbare landen (Griekenland en Italië) een belofte hebt gedaan, dat je je daaraan moet houden – ook als andere landen nog minder doen dan jij doet. Als Nederland gewoon ruimte zou maken zoals beloofd, zouden mensen die nu gescreend zijn als zeer waarschijnlijk wérkelijke oorlogsvluchtelingen door kunnen stromen. Ook kunnen Italië en Griekenland dan werk maken van het afhandelen van de zaken van mensen die niet in aanmerking komen voor bescherming volgens het vluchtelingenverdrag. We beraden ons op wat te doen, maar wij schatten in dat de juridische afdwingbaarheid (na eerst natuurlijk alle politieke wegen te hebben bewandeld) onhaalbaar is.

 

In september 2015 spraken de EU-landen met elkaar af dat er over twee jaar, in september 2017 dus, 160.000 asielzoekers moesten worden opgevangen. Waarom wordt er niet gewoon gewacht op deze datum? Maakt dat je punt niet veel sterker?

Eind september 2017 zijn er geen structuren meer om alsnog te reloceren. Dan is de deal voorbij en kun je hoogstens constateren dat het niet gebeurd is. Als nu duidelijk is dat Nederland niet voornemens is zich aan zijn belofte te houden, kan er nú nog wat aan gedaan worden. In alle publieke uitingen en antwoorden op onze brieven en ons aanbod om zelf te gaan rijden, heeft staatssecretaris Dijkhoff duidelijk gemaakt dat hij niet van zins is zich aan de oorspronkelijke cijfers in de afspraak te houden.

We kunnen niet wachten omdat het uiteindelijk gaat om het lot van mensen, niet om een moreel gelijk. De 300 Yezidi’s in Hotel Assembly op de heuvel vlak voor Thessaloniki wachten al meer dan een jaar na hun laatste gesprek waarin duidelijk werd dat ze in aanmerking kwamen voor relocatie (met andere woorden:  ‘echte’ vluchtelingen). Zij moeten dat telefoontje zo snel mogelijk krijgen. Zij zullen uiteindelijk vast een keer een plek krijgen uiteindelijk in Europa, maar het lange wachten maakt mannen, vrouwen en kinderen met hun eigen kwaliteiten van docent tot IT-professional tot studenten biologie, psychologie of wat dan ook mentaal kapot.

 

Je strijd voor vluchtelingen roept veel sympathie, maar ook veel kritiek op. Je wordt er nogal vaak van beschuldigd vooral uit te zijn op aandacht, om een ‘Gutmensch’ (ik zet dit woord bewust even tussen aanhalingstekens) te kunnen spelen. Dit was vooral zo na je actie om op 4 mei de vluchtelingen te herdenken. Wat zeg jij tegen deze critici? En hoe kun je deze mensen overtuigen van de ‘juistheid’ van jouw strijd? (Even van de premisse uitgaande dat jij gelijk hebt.)

 Tegen mensen die twijfelen aan je intenties is niet zoveel kruid gewassen. Ik heb wel begrip voor mensen die het inhoudelijk met me oneens zijn, die vinden dat relocatie een slecht idee is of dat opvang in de regio (en ik hoop dan maar dat ze ook zelf een aandeel willen leveren in kosten, opvang en meer) een veel beter plan is. Waarom de aandacht zoeken? Omdat de media en het publieke debat zoeken de plek is van de machteloze. We Gaan Ze Halen is geen politieke partij, heeft geen macht dan het verheffen van de stem. Zo proberen we duidelijk te maken aan Den Haag dat er heel veel mensen zijn die de uitvoering van de relocatie-beloftes niet kunnen aanzien – en dat dit mensen uit alle lagen en politieke hoeken van de Nederlandse bevolking zijn. Dat maken we zichtbaar.

Het beeld dat wij hadden uitgewerkt voor tijden de Dodenherdenking (net als vorig jaar en in goed overleg met comité van 4 en 5 mei) is mikpunt geworden van een hard debat in onze samenleving. Dat had niet gehoeven. Er zijn allerlei burgemeesters geweest die de dodenherdenking in hun speeches gekoppeld hebben aan de vluchtelingenproblematiek, er waren vluchtelingen die gedichten voordroegen. Dit werk was niet wezenlijk anders. Het publieke domein is een plek voor veel meningen, niemand hoeft aandacht te besteden aan de onze. Als je dat wel doet, dan liefst op inhoud en feiten – maar ook dat kan niemand een ander verplichten. Wij doen wat we kunnen op basis van wat we gezien en ervaren hebben aan onze grenzen – laat een ander iets goeds proberen te bewerkstelligen voor een andere groep op zijn of haar manier.

Waarom ik de media ook niet mijd en de dingen in het verborgene doe? Omdat een positief gevolg van berichtgeving kan zijn dat mensen die dezelfde mening zijn toegedaan wat ruimhartige opvang betreft elkaar kunnen vinden. Dat is niet alleen prettig voor hen, maar door meer vertrouwen neemt ook werkelijk de draagkracht toe en kunnen we als land daadwerkelijk meer betekenen.

 

Je bent theoloog van calvinistische huize die het pad van de politiek en de media is opgegaan. Heb je nog politieke ambities? Of speel je liever ‘het geweten’ vanaf de zijlijn? En, meer theologisch, is het wel verstandig om je als theoloog wel zo te ‘verliezen’ in de politiek. Harry Kuitert merkte ooit, mijns inziens terecht, op ‘Alles is politiek, maar de politiek is niet alles.’ Is politieke theologie niet juist een risico voor theologie, omdat het eeuwige door die nadruk op het tijdelijke uit beeld dreigt te verdwijnen?

Aan de Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) werd de mogelijkheid gegeven om af te studeren op het onderwerp Politieke Religie. Omdat theologie altijd aan de samenleving moet raken, wil het geen luchtfietserij zijn. En ik bestrijd dat ik ‘de weg van politiek en media’ ben opgegaan. Ik ben gaan werken aan een nieuwe vorm van kerk, conform mijn opdracht en de media besteedt inderdaad soms aandacht aan enkele van onze intiatieven. Ook wordt ik soms uitgenodigd om ergens commentaar op te geven op de radio. Meer is het niet.

Ik heb geen partijpolitieke aspiraties, ik ben theoloog en initiatiefnemer van een kerkje. En zo’n kerkje is een ‘politieke daad’ want zo’n club beweegt zich in het publieke domein. Nogmaals, niet partijpolitiek, maar wel politiek. Geloof en wat je opstelling is in de samenleving hebben alles met elkaar te maken. Dat kan weleens botsingen opleveren, ook met landelijke politiek. We prijzen ons gelukkig dat sommige dominees, van wie ik niet in de schaduw kan staan, zich met politiek hebben benoemd, neem bijvoorbeeld Martin Luther King. Dat is niet onlogisch want de term die Jezus van Nazareth gebruikt om zijn werk te duiden is dat hij een nieuw ‘koninkrijk’ aankondigt en dat is hoe je het ook wendt of keert een politieke term. Dat hoeft niet te raken aan landspolitiek, maar het kan wel. Ik opereer vanuit dat kerkje, dat is mijn hoofdlijn. Soms raakt dat aan een andere lijn, die van de landspolitiek, bijvoorbeeeld met We Gaan Ze Halen. Ik had dat het liefst niet gehad, maar zonder toestemming van politici is het zelf proberen iets op te lossen door vluchtelingen in eigen huis onderdak te bieden (vanuit Italië of Griekenland) gevaarlijk voor vluchtelingen en chauffeur.