In het debat over vluchtelingen is sprake van een zekere mate van verblinding, die het zicht op een aantal inconsistenties ontneemt.

Er zijn ten minste drie inconsistenties aan te wijzen:

1. Alle vluchtelingen hebben onze hulp nodig. Toch is die ongelijk verdeeld. Zo bevindt b.v. negentig procent van de vluchtelingen uit Syrië zich in vaak provisorische kampen in omliggende landen in armoedige omstandigheden. Toch gaat het grootste deel van de middelen naar de mensen die West-Europa weten te bereiken. Een reden te meer om dat dan ook te proberen. Ook de persoonlijke inzet van mensen concentreert zich op de vluchteling voor onze neus en niet die ver weg in een vluchtelingenkamp zit.

2. De hulp bereikt vooral de mensen die geld hebben. Het zijn de mensen die mensensmokkelaars kunnen betalen die er in slagen West-Europa te bereiken. Waar we in onze eigen maatschappij niet accepteren dat mensen de toegang kopen tot publiek gefinancierde overheidszorg, vinden we het als mensen op de vlucht zijn of op zoek naar een beter leven blijkbaar heel normaal.

3. Vluchtelingen die integreren hebben ruimte nodig. De vluchteling met een status moet zo snel mogelijk integreren door de taal te leren en aan het werk te gaan. Door alle regels rond werk, de hoogte van minimumloon, cao-lonen en minimumuitkeringen etc. vergt dit een productiviteit die de betrokkene (nog) niet kan leveren. Vluchtelingen zijn zo veroordeeld tot een langdurig verblijf in een uitkeringssituatie. Laagbetaald werk is in onze samenleving weggesaneerd, doordat we de beloning te laag vinden om van te kunnen leven en die daarom onmogelijk hebben gemaakt. Willen we vluchtelingen via werk integreren, dan zullen we echter ruimte moeten maken op de arbeidsmarkt. En niet alleen daar. Het opnemen van vluchtelingen leidt tot bevolkingsgroei, die zich vertaalt in behoefte aan woningen, vervoer, energie e.d. Dat maakt het in ieder geval op de korte termijn lastig om krampachtig vast te houden aan een uitgebreide set milieudoelstellingen. Ook hier zullen we letterlijk en figuurlijk ruimte moeten maken, terwijl de grondhouding, ook bij het progressieve deel van de bevolking, is “not in my backyard”

De onderliggende kernvraag bij dit alles is tot hoe ver onze solidariteit reikt. Met het optuigen van de moderne verzorgingsstaat hield deze op bij de landsgrenzen. En ook nu lijkt te gelden, dat alleen als je eenmaal in Nederland bent, je mag profiteren van de bescherming die wordt geboden. Dat gaat zelfs zover dat mensen die helemaal niet op de vlucht zijn en hier illegaal verblijven vaak niet mogen worden uitgezet. Leg de aaneenrijging van hele en halve leugens van deze migranten om hun verblijf zeker te stellen eens naast de vluchtverhalen van mensen in opvangkampen in b.v. het Midden-Oosten. Waar de eerste groep een onnodig beslag legt op middelen en menselijke inzet, zou de tweede maar wat blij zijn met een bed-bad-en-broodregeling. Dat neemt niet weg dat ook de nood in b.v. “de jungle van Calais” hoog was. Deze werd in verschillende media breed uitgemeten. Het gaat hier echter om migranten die van het ene veilige land naar het andere willen, n.l. van Frankrijk naar Engeland. Als zij de normale procedure voor asiel succesvol zouden doorlopen, dan zou niemand hun overtocht meer een strobreed in de weg kunnen leggen. Zie de cijfers over de vele erkende vluchtelingen die vanuit Nederland de Noordzee oversteken naar het VK om zich daar te vestigen. Dat hun verblijf daar vrijwillig was en dat het VK helemaal niet zit te wachten op meer van dergelijke migranten bleef in de verschillende reportages vaak onderbelicht. Dit soort ongecontroleerde migratie heeft sterk bijgedragen aan de uitslag van het Brexit-referendum.

Ruimte maken door privileges in te leveren, is het devies als we echt miljoenen vluchtelingen willen opvangen in West-Europa. Velen zullen niet terugkeren naar het land van herkomst, zo leert de ervaring. Vervolgmigratie in de vorm van gezinsvorming en -hereniging zal het aantal migranten verder doen toenemen. Het doet me verwijzen naar nog een laatste inconsistentie. Waar de grenzen van de EU poreus zijn als het gaat om het doorlaten van mensen, zitten zij potdicht als het gaat om goederen en diensten uit arme landen. Als het gaat om olijfolie, tabak, rijst en tal van andere (met

name landbouw-)producten beschermen we liever een beperkt aantal boeren en werknemers in de EU dan dat we ruimte maken voor producten uit arme landen. Handelsbelemmeringen brengen meer schade toe dan door ontwikkelingshulp wordt goedgemaakt. Liever ‘free trade’ dan ‘fair trade’ zou dan ook het devies moeten zijn. Ook hier houdt de solidariteit op bij, in dit geval, de EU-grens en zijn we blijkbaar niet bereid om een beetje ruimte te maken.

 

Afbeelding: De Westenberg Kazerne, een asielzoekerscentrum in Schalkhaar (Wikimedia Commons).