Islamisten en Turkse nationalisten willen graag dat wij de Turken haten. Dan kunnen ze namelijk terechte kritiek op Erdogan afdoen als islamofobie en racisme. 

 

Ons koude kikkerlandje is verschrikkelijk provinciaal. In plaats van dat de discussie over Turkije gaat en of het nog een keer goed komt met dat land, nu Erdogan dankzij het referendum haast onbeperkte macht heeft gekregen, hebben we het hier weer over integratie en islam en de vraag of Turkse Nederlanders op moeten pleuren. Klein vaderlands gedoe. Te achterlijk voor woorden.

 

Het domme nationalisme begint mij echt de keel uit te hangen. Ik ben er trots op Europeaan te zijn. Trots op Nederland ben ik met enige terughoudendheid. Er zijn dingen om trots op te zijn, maar er zijn ook een heleboel dingen waar we ons voor moeten schamen.

Een van de minder glorierijke episodes uit onze geschiedenis is de Socratische Oorlog. In de achttiende eeuw, terwijl Voltaire en Rousseau meesterwerk na meesterwerk schreven, discussieerden we hier over de vraag of Socrates wel in de hemel mocht komen. Aanleiding van deze discussie was de tweederangs roman Bélisaire (1767) van de Franse schrijver Marmontel, waarin terloops op deze vraag werd ingegaan. De calvinistische predikant Petrus Hofstede schreef het pamflet De Belisarius van den heer Marmontel beoordeeld (1769). Hierop publiceerde de remonstrantse dominee Cornelis Nozeman Socrates eere gehandhaafd (1769/70). Daarna volgde een jarenlange polemiek, waar veel pamfletschrijvers (de columnisten van toen) aan meededen. Het ging al gauw niet meer over Socrates en de hemel, maar over de plaats van de positie van de Gereformeerde Kerk als Vaderlandse Kerk.

Ergo: grote, belangrijke onderwerpen werden tot Nederlandse proporties teruggebracht. Het ging niet over de vrijheid van meningsuiting, drukpers en het geweten, maar over de predestinatieleer van Calvijn en de Gereformeerde Kerk. Klein vaderlands gedoe. Verschrikkelijk.

Kunnen we het, lieve opiniemakers en journalisten en politici in Nederland, een keer over echt belangrijke dingen hebben, in plaats van over eeuwig terugkerende discussies waar we toch niet uitkomen? Deze keer was het ‘rechts’ dat naar aanleiding van het Turkse referendum de integratiediscussie er meteen weer bijhaalde, maar in plaats van dat ‘links’ dit negeerde deden onze progressieve vrienden er uiteraard weer lustig aan mee, omdat ze niet half zo kosmopolitisch en vooruitstrevend (in de positieve zin van het woord) zijn als ze denken. Zij zijn als de remonstranten van de achttiende eeuw. Zogenaamd heel tolerant en verlicht, maar in feite bijna net zo bekrompen als de conservatieven die ze menen te bestrijden.

Ten slotte zit er nog een morele kant aan de zaak, die we snel dreigen te vergeten. Door het de hele tijd te hebben over integratie en islam spelen we Erdogan, de islamisten en de Turkse nationalisten in de kaart. Onze rechtse vrienden doen dat door veel te gemakkelijk alle Turken op één hoop te gooien, met als gevolg een defensie reactie. Onze linkse vrienden doen echter precies hetzelfde, door juist vooral heel erg verontwaardigd te zijn over rechts, met als gevolg dat de onderdrukking van het Turkse volk door Erdogan naar de achtergrond verdwijnt. Deels is dit misschien ook wel bewust, want misdaden zijn pas echt misdadig als witte mensen zich hieraan schuldig maken, als we Noortje Blokhuis van de GroenLinks-jongeren moeten geloven. Maar deels zijn het ook goede bedoelingen waarop de weg naar de hel geplaveid is. Daarom: hou op met dit klein vaderlandse gedoe, de provinciale neiging om discussies tot Nederlandse proporties terug te brengen. Erdogan is een dictator, hij beschouwt niet voor niets Hitler als zijn grote voorbeeld. Daar moet het eens een keertje over gaan, niet over integratie, islam, racisme en andere Nederlandse navelstaaronderwerpen.