Artikel 23 van onze Grondwet garandeert de vrijheid van onderwijs. De vrijheid van het openbare onderwijs, maar ook van het bijzondere onderwijs. En dan niet alleen het bijzondere onderwijs op onderwijskundige grondslag, maar ook het onderwijs op godsdienstige en levensbeschouwelijke grondslag. Zo staat dit artikel aan de wieg van het feit dat in ons land, vrij uniek in Europa, het bijzonder confessioneel onderwijs, scholen op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag, wordt gefinancierd door de staat.

 

Uitzonderingspositie

En dit is iets problematisch. Niet zozeer vanwege de scheiding van kerk en staat, die wordt hier niet door bedreigd, aangezien die puur over de scheiding tussen het instituut Kerk en het instituut Staat gaat, en deze komt door het bijzonder confessioneel onderwijs geenszins onder druk te staan. Maar deze financiering schendt wel een ander belangrijk uitgangspunt van de seculiere staat, namelijk het feit dat een staat geen religie dient te financieren of subsidiëren. En dat is hier indirect wel het geval. Immers, de staat financiert scholen waar een bepaalde religieuze identiteit wordt overgedragen aan toekomstige generaties. Dit gebeurt weliswaar in gelijke mate, in de zin dat alle religies en levensbeschouwingen hier aanspraak op kunnen maken, maar desalniettemin is het iets wat religie en levensbeschouwing in Nederland apart zet van andere overtuigingen, zoals bijvoorbeeld politieke ideologieën of culturen. Er is vanuit het verleden een uitzonderingspositie gecreëerd voor religie en levensbeschouwing, een privilege is verworven, waar velen krampachtig aan vasthouden, vastbesloten als zij zijn om dit privilege niet los te laten.

En in die strijd ter verdediging van dit privilege worden een aantal stromannen aangevoerd. In zowel christelijke als islamitische hoek. In dit stuk zal ik vijf van deze stromannen ontleden, en weerleggen, en daarmee ook duidelijk onderbouwen waarom we er naar zouden moeten streven de financiering van het bijzonder confessioneel onderwijs op te heffen, en de scholen die hier nu onder vallen geleidelijk aan te hervormen tot openbare scholen.

 

Staatsatheïsme

De eerste stroman die je vaak als verweer terughoort is de bewering dat middels het omvormen het  bijzonder confessioneel onderwijs naar openbaar onderwijs er indirect een vorm van staatsatheïsme opgelegd zou worden. Hierbij wordt er gedaan alsof openbare scholen in wezen niet levensbeschouwelijk neutraal onderwijs, maar atheïstisch onderwijs verzorgen. Niets is echter minder waar. Een openbare school is geen atheïstische school. Nederland kent ook geen atheïstische staat, maar een seculiere, levensbeschouwelijke neutrale staat. Op openbare scholen wordt geen atheïsme gedoceerd. In tegenstelling tot de confessionele scholen, waar wel een duidelijke religieuze overtuiging wordt uitgedragen. Daarom zijn openbare scholen ten opzichte van de confessionele scholen ook daadwerkelijk neutraal.

 

Religieuze identiteit

Een tweede stroman die geregeld wordt opgevoerd is de claim dat de afschaffing van de financiering van het bijzonder confessioneel onderwijs door de staat ertoe zou leiden dat religieuze niet langer in staat zouden zijn om hun religieuze identiteit aan hun kinderen uit te dragen. Dit is echter flagrante onzin. Los van het feit dat in principe in dat geval religieuze scholen nog steeds gesticht zouden kunnen worden –ze worden immers alleen niet langer gefinancierd door de staat- is het ook simpelweg onwaar dat je als religieus persoon niet langer je religie mee zou kunnen geven aan je kinderen. Als zelf zijnde een religieus persoon die zijn achtergrond graag over wil dragen aan zijn kinderen zou ik duidelijk willen stellen dat het meegeven van een bepaalde overtuiging aan een kind niet primair de verantwoordelijkheid van de school is, maar van de ouders. Ook zonder confessioneel onderwijs kun je als ouders je kind nog steeds prima religieus opvoeden in de hedendaagse samenleving, daar doet openbaar onderwijs geen enkele afbreuk aan.

Nederland is het enige land in Europa met bijzonder confessioneel onderwijs dat door de staat wordt gefinancierd. Vrijwel nergens in Europa zijn zoveel confessionele scholen. En toch zijn we naar verhouding een van de minst religieuze landen op dit continent.. Je kunt hier nog steeds prima welke identiteit dan ook overbrengen op kinderen, zonder dat het onderwijs dat ook tegelijkertijd doet. Het is daarnaast ook niet de taak van het onderwijs om de identiteit van de ouders over te dragen aan de kinderen. Juist op school zouden kinderen moeten leren over alle verschillende identiteiten die er zijn, en hoe ze kritisch op hun eigen identiteit kunnen reflecteren, en een duidelijke keuze kunnen maken voor hun identiteit van de toekomst. Het ten slotte in wezen een teken van zwakte van religieuzen die het onderwijs in willen zetten voor t overdragen van hun identiteit. Alsof zij zelf daar onvoldoende toe in staat toe denken te zijn.

 

Discriminatie van religieuzen

Een derde argument dat geregeld wordt opgevoerd is de aantijging dat het afschaffen van de financiering voor confessionele scholen een vorm van discriminatie van religieuzen door niet-religieuzen zou zijn. Niets is echter minder waar, want juist het omgekeerde is het geval. Juist de huidige constructie waarbij confessioneel onderwijs wordt gefinancierd door de staat is een vorm van discriminatie, namelijk positieve discriminatie van religieuzen.

Discriminatie van religieuzen. Wanneer je ernaar streeft om de afschaffing van de financiering van het bijzonder confessioneel onderwijs te bewerkstelligen dan gaat het dus niet zozeer om he uitsluiten of discrimineren van religieuzen m.b.t. het onderwijs dat zij wensen, maar om het feit dat diegene die per se willen dat ook de staat hen helpt om hun religieuze overtuiging over te dragen aan hun kinderen, middels het onderwijs, niet langer een uitzonderingspositie mogen genieten. Hun privilege wordt hiermee weliswaar van hen afgenomen, maar privileges afnemen is totaal iets anders dan discriminatie. Daarnaast is er ook een hele groep religieuzen, inclusief ondergetekende, die niet per se confessioneel onderwijs iets wenselijks vind in onze samenleving. Het gaat hier dus geenszins over religieuzen als groep in geheel, maar over slechts een deel daarvan dat krampachtig vasthoudt aan verworvenheden uit het verleden.

 

De keuzevrijheid van de ouders

Weer een ander stroman is dat de afschaffing van de financiering de keuzevrijheid van religieuze ouders zou beperken, omdat alleen openbaar onderwijs over zou leven. Los van het feit dat het stichten van confessionele privéscholen nog steeds mogelijk blijft is ook dit pertinent onwaar. Want die keuzevrijheid is immers al beperkt. Politieke ideologieën of culturen kunnen bijvoorbeeld niet zomaar een school op eigen grondslag stichten in Nederland. We hebben hier geen door de staat gefinancierde socialistische of populistische scholen, of Turkse of Surinaamse, of pacifistische of veganistische. De keuzevrijheid voor ouders is dus in de huidige situatie al beperkt. En alleen religie of levensbeschouwing geniet hierbij een voorrecht dat anderen niet hebben. En dit voorrecht wegnemen is dus allesbehalve het afschaffen van keuzevrijheid. Het is eerder het rechtvaardig handelen ten opzichte van andere overtuigingen dan religie of levensbeschouwing.

 

Belastingbetalers

Tot slot is een laatste stroman die we geregeld terug zien de bewering van diegene die confessioneel onderwijs wensen dat zij, op grond van het feit dat zij belasting betalen, op enige wijze aanspraak kunnen maken op confessioneel onderwijs. Het eigen onderwijs voor de eigen groep als recht dus. Ook dit is simpelweg niet waar. We betalen in Nederland gezamenlijk als burgers belasting, en besluiten ook gezamenlijk middels de democratie waar dat geld naartoe gaat. Indien een democratisch verkozen parlement besluit om de Grondwet aan te passen is dat rechtvaardig. Er bestaat geen recht op eigen onderwijs gefinancierd door de staat. Indien men toch het eigen religieus onderwijs wenst, dan kan men ook besluiten dat met eigen middelen op te brengen.

Uiteindelijk is dat ook de plek die het confessionele onderwijs zou moeten krijgen in onze samenleving: als een vorm van onderwijs die door diegene die het wenselijk vinden zelf betaald zou moeten worden, in plaats van door de staat. Immers, het dient primair het doel van groepen die middels deze vorm van onderwijs een bepaalde groepsidentiteit aan de volgende generatie wensen over te dragen. En dat is prima in een open, vrije, seculiere samenleving. Dat recht heb je. Maar niet met financiering door de staat erbij. Dat is geen recht dat je kunt claimen. Dat is een privilege. En een privilege waar diegene die het bijzonder confessionele onderwijs een warm hart toedragen prima afstand van kunnen doen, zonder dat hun rechten of vrijheden ook maar in enige mate worden ingeperkt.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons