Zo kennen we Nederland weer. De ‘liberale’ minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) onderzoekt een verbod op motorclubs. Wanneer de Russische president Vladimir Poetin een verbod wil op organisaties die een bedreiging vormen voor ‘de Russische constitutionele orde, defensie en veiligheid’, staan de media en mensenrechtenactivisten op hun achterste poten. Morrelen onze liberalen weer eens aan grondwettelijke vrijheden, dan halen we onze schouders op of knikken we instemmend.

Minister Van der Steur moet drie maanden geleden jaloers hebben toegekeken hoe de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Lothar de Maizière, een verbod afkondigde op motorclub Satudarah. In de media lazen we: ‘De club vormt een gevaar voor de maatschappij, vinden de Duitse autoriteiten, en daarom is tot een verbod besloten.’ Bij huiszoekingen waren wapens aangetroffen en volgens de Duitse politie ‘zijn meerdere leden van Satudarah gevaarlijk’.

Angst
Ik ken nog wel een religie waarvoor hetzelfde geldt. Toch is een verbod daarop onbespreekbaar. Terecht – we hebben het hier immers over grondrechten. Zorgelijk is wel dat diezelfde principes blijkbaar achteloos terzijde worden geschoven wanneer het gaat om de vrijheid van vereniging van een relatief kleine motorclub. Dan opeens zijn de misdragingen van een deel van de groep opeens wél afdoende reden om de hele club maar in de ban te doen. En nergens linkse dominees te bekennen die waarschuwen dat we niet alle leden over één kam moeten scheren.

In zijn toelichting op zijn onderzoek naar een verbod wees Van der Steur op het wapenbezit, het geld verdienen uit criminele activiteiten, het bedreigen van mensen en het creëren van angst. Ja, heel erg allemaal, maar grond voor een verbod op bepaalde motorclubs?

Eigen falen
Naast dat ‘angst creëren’ natuurlijk subjectief is en daarom nooit een verbod kan rechtvaardigen, biedt de wet al genoeg mogelijkheden om wapenbezit, criminele activiteiten en het bedreigen van mensen aan te pakken. Als de staat tekortschiet in de handhaving, zoals bij motorclubs blijkbaar het geval is, moet de overheid naar zichzelf kijken in plaats van grijpen naar een paardenmiddel dat slechts dient ter maskering van het eigen falen.

Dat leden van motorclubs vaker criminele activiteiten ontplooien of betrokken zijn bij illegale activiteiten dan leden van de lokale badminton- of brigdevereniging, dat zal best. Maar als dit gegeven betekent dat burgers niet langer als groep in leren Satudarah- of Hells Angels-jacks mogen rondtoeren op hun motor en na afloop bier mogen drinken in hun met logo versierde clubhuis, scheppen we een gevaarlijk precedent.

En al is de meerderheid inderdaad crimineel, pak ze aan, sluit ze op. Maar blijf weg van een verbod op een hele vereniging.

Vrijheid
Het gebrek aan ophef over het voorstel van de VVD-minister is typerend voor de Nederlandse gelatenheid als het gaat om grondwettelijke vrijheden. Dat er af en toe wat excentrieke groeperingen of meningen worden aangepakt – soit, dat raakt niet aan het veilige, risicomijdende middle-of-the-road-leventje van de grote, grijze massa waar de meeste Nederlanders deel van uitmaken.

Maar met elke inperking van overheidswege die de massa toelaat, verdwijnt er een stukje vrijheid uit onze samenleving om nooit meer terug te keren, en wint de staat weer een stukje macht dat hij nooit meer zal opgeven.

En de motorclubs? Misschien kunnen ze beter een god verzinnen en zich de status van religie toe-eigenen.