Ophef in opinieland. Dyab Abou Jahjah had een boekencontract bij De Bezige Bij getekend. Een schande volgens rechtse columnisten, want Abou Jahah was een antisemiet. Heel goed volgens linkse opiniemakers, want deze nobele wilde geeft diversiteit een stem en heeft terechte kritiek op ons aangeboren witte racisme. En volgens VARA-blog de Joop is rechts tegen de vrijheid van meningsuiting, omdat de bezige Belg geen boek zou mogen schrijven bij een gerenommeerde uitgever.

 

‘Constructieve radicalen’

Ophef verkoopt goed. Promtheus/Bert Bakker publiceert daarom de boeken van Martin Bosma en Thierry Baudet. Inhoudelijk rammelt het, maar omdat tegenstanders zo fel reageren kunnen medestanders zeggen dat hun held de waarheid spreekt. Abou Jahjah is een soort van linkse, multiculturele kruising tussen Bosma en Baudet. Het ophefboek Pleidooi voor radicalisering is, ondanks de titel, geen ronkend pamflet, maar een pedante uiteenzetting van marxistisch denken, met een vleugje verborgen islamisme hier en daar. Sunny Bergman, Anja Meulenbelt en de lipstickfeministen van Stellingdames krijgen daar ongetwijfeld een natte kut van, maar ik vond het een nogal droog verhaal.

Abou Jahjah zegt dat radicalisering goed is. Hij bedoelt hiermee echter niet bomgordels en genocide op andersdenkenden (hier kregen we afgelopen vrijdag op Twitters weer een heleboel van mee), maar een radicaal veranderingsgezinde ideologie. Abou Jahjah spreekt in dit verband over constructieve radicalen, die radicaal naar revolutie streven, maar niet naar een onhaalbaar Utopia zoals de Rode Khmer en ISIS. Een beetje nuance heeft Abou Jahjah dus wel, hoewel hij ‘vergeet’ te melden dat de Franse en Russische Revolutie, die hij allebei toejuicht, tienduizenden respectievelijk miljoenen slachtoffers hebben geëist.

Een blik in de literatuurlijst laat zien welke denkers Abou Jahjah hebben geïnspireerd. Uiteraard zitten Noam Chomsky, Karl Marx, Thomas Piketty en Edward Saïd hiertussen, wat het boek Correspondentfähig maakt. Abou Jahjah houdt zich een beetje in ten aanzien van Israël. Natuurlijk is het ontstaan van deze staat verkeerd en is het een klap in het gezicht van elke moslim en misschien wel de belangrijkste oorzaak dat zij radicaliseren, maar hij pleit niet voor het wegvagen van de kaart van Israël of een vierde intifada. Het boek moet wel een beetje leuk blijven voor de Grachtengordel nietwaar?

De opvatting van Gloria Wekker – dat de Holocaust niet zo veel aandacht moet krijgen omdat dit zou afleiden van het ware leed, de onderdrukking van moslims en van Afrika – zien we gelukkig wel terug in het boek. Abou Jahjah keert zich tegen het unieke van de Holocaust en noemt daarom een heleboel genocides die ook heel erg waren, bijvoorbeeld de massamoorden in Congo door de Belgen en de onderdrukking van de Algerijnen door de Fransen. Abou Jahjah is van mening dat wij – de witten natuurlijk – hiervoor herstelbetalingen moeten doen. De Armeense Genocide noemt Abou Jahjah niet – dit past immers niet in het linkse, islamistische frame waarin de moslims altijd slachtoffers zijn – hoewel de Turken volgens zijn redenering wel met de erfenis zitten. Het Ottomaanse Rijk is namelijk de voorloper van de Turkse Republiek. En Abou Jahjah wil ook dat de Duitsers herstelbetalingen moeten doen voor wat de nazi’s hebben gedaan. Hoewel hij in dit verband uiteraard niet Israël noemt, omdat dit in niet in zijn straatje past.

 

Radicaal links

bezige-belg

Pleidooi voor radicalisering is een interessant boek, omdat Abou Jahjah laat zien dat er tussen radicaal links en fundamentalistische moslims veel ideologische overeenkomsten bestaan. Ze haten allemaal Amerika, het Westen, het kapitalisme en Israël en vinden het Westen verderfelijk en door en door racistisch. Radicaal links en islamisten zijn ook voorstander van positieve discriminatie. Alle mensen zijn gelijk, maar sommige mensen zijn meer gelijk dan andere.

Abou Jahjah is goed in het linkse denken thuis en geeft, net als Piketty en Rutger Bregman, een zeer gekleurde meta-analyse van de samenleving, die natuurlijk allesbehalve neutraal en vooral heel ideologisch is. Misschien is dat ook wel typisch voor links, die grote woorden over abstracte zaken en theorieën, terwijl dit nergens met veldonderzoek wordt onderbouwd. Rutger Bregman heeft ooit wereldgeschiedenis, global history, gedaan. Daarom is hij zo gevoelig voor verklaringsmodellen die alles proberen te verklaren, terwijl de historische werkelijkheid veel complexer is. Abou Jahjah studeerde politicologie, een sociale wetenschap, en heeft het daarom ook vooral over de grote lijnen en niet over de details.

Radicaal links houdt van de mensheid, niet van mensen. De individuele mens komt er altijd bekaaid vanaf. Radicaal links komt alleen op voor groepen. Daarom zijn radicaal linkse opiniemakers ook zo dol op identity politics, terwijl de individuen die slecht binnen de minderheden vallen dikwijls worden genegeerd. Het pleidooi voor radicalisering van Abou Jahjah is een pleidooi voor groepsdenken, voor marxisme, voor crypto-islamisme en voor zwelgen in zelfmedelijden.

 

Horzel

Het boekje van Abou Jahjah is uitgegeven in de serie Horzel, die De Bezige Bij samen met De Correspondent uitgeeft. De auteurs die aan deze serie hebben meegeschreven – naast Abou Jahjah zijn dit onder andere Manon Uphoff, Zihni Özdil en natuurlijk Jesse Klaver – zijn helemaal geen tegendraadse schrijvers, maar allen spreekbuis van de linkse culturele elite. Ze mogen dan wel structurele kritiek hebben op de samenleving, zij zijn hartstikke salonfähig. Dat komt door de publieke omroep die door en door links en elitair is en aan de zelfbenoemde voormannen en -vrouwen van ‘zielige’ minderheden graag een stem geeft, want dan deug je immers.

De constructieve radicalen waar Abou Jahjah het over heeft vallen dus samen met de gevestigde orde.

 

PS

Ook Rutger Bregman, voormalige optimist en columnist bij de Correspondent, is nu flink aan het radicaliseren