Voor de tweede keer in korte tijd kan de Nederlandse kiezer naar de stembus voor een raadgevend referendum. Ditmaal gaat het over de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten; door tegenstanders ook wel sleepwet genoemd. Veel partijen zitten hier om uiteenlopende redenen flink mee in hun maag. 

Opvallend was vooral de aankondiging dat de PvdA geen stelling gaat nemen in het publieke debat erover. De wet kwam nota bene uit de koker van voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk. In de Kamer werd de wet destijds verdedigd door PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt. Maar nu de partij in de oppositie zit, trekt het de handen er vanaf. Een dolksteek van Asscher in de rug van Plasterk.

Het is tekenend voor het opzichtige populisme van de PvdA sinds het weer in de oppositie zit. Asscher is jarenlang vicepremier geweest, maar valt nu beleid aan dat voortbouwt op zijn eigen kabinet. Het is logisch dat de PvdA na het pak slaag van de kiezer op zoek is naar een nieuwe lijn, maar het moet wel geloofwaardig blijven. De PvdA voert oppositie met een fractie die voor een groot gedeelte bestaat uit oud-ministers.

Waarom durft de PvdA niet volledig achter een wet te staan die het zelf heeft voorgesteld? Angst voor de kiezer ongetwijfeld, maar op termijn werkt goedkoop populisme alleen maar tegen een partij. Tijdens het debat over de regeringsverklaring stelde Asscher zich al een stuk constructiever op, maar de sneren en dolkstoten kunnen beter helemaal achterwege blijven.