Waarom hamer ik zo op openheid rond de stukken over naheffing van 647 miljoen vorig jaar? Het geld is toch overgemaakt en de noodzakelijke stukken zijn volgens de regering openbaar? Nou het eerste klopt, maar het tweede zeker niet. De naheffing laat iets heel pijnlijks zien: de regeringspartijen hollen de grondwettelijke plicht om informatie te verschaffen geheel uit.

De grondwet is over informatieplicht heel duidelijk in artikel 68:

“De ministers en de staatssecretarissen geven de Kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.”

Maar in het geval van de naheffing krijg ik, ondanks minstens tien keer vragen, geen inzicht in bijvoorbeeld:

– de originele mededeling van de Commissie van 17 oktober 2014, dat er een naheffing komt. Die mededeling ging onmiddellijk naar zes ministeries, maar tot op heden is zij niet openbaar.

– de brief die de regering schreef aan de Europese Commissie naar aanleiding van het WOB-verzoek van De Telegraaf. Daarin verzocht de regering om alle correspondentie tussen Nederland en de Europese Commissie geheim te houden. Anders zou dat in de ogen van de Nederlandse regering de relatie tussen Nederland en de Europese Commissie schaden.

– Ook kregen we geen inzicht in wat minister Dijsselbloem zelf allemaal wist over de naheffing. Op 24 oktober was hij immers nog zeer verbaasd.

Hoezo verbaasd?

Inmiddels blijken andere instrumenten dan Kamervragen machtiger te zijn.

Het WOB-verzoek van De Telegraaf leidde tot openbaarmaking van de mails van Dijsselbloem. Die toonden klip en klaar aan dat Dijsselbloem zich vanaf 17 oktober zeer goed liet informeren en op 24 oktober dus niet verbaasd kón zijn. Wat hij daarvoor wist? Daarover tasten we nog steeds in het duister.
Pas toen De Telegraaf ze meer dan een half jaar na het WOB-verzoek, na een afwijzing, na een hoorzitting en heel belangrijk, na de betaling aan Brussel kreeg, ontving ook de Tweede Kamer deze mails.

De Telegraaf diende ook een euro WOB-verzoek in om de stukken van de Commissie te krijgen. Het argument van de Commissie dat briefwisselingen tussen de Nederlandse regering en de EU-commissie vertrouwelijk zijn, is zo lek als een mandje, omdat de regering die brieven zeer regelmatig openbaar maakt, wanneer het haar uitkomt. Zie dit ontluisterende lijstje.

Hoe te controleren?

Nu heeft de Europese Commissie zelf een brief aan de Nederlandse regering geschreven waarin zij vraagt om de bezwaren tegen openbaarmaking op te heffen. De Europese Commissie is immers door De Telegraaf voor het Europees Hof gedaagd. Ook hier dreigt de regering dus gewoon de brieven openbaar te moeten maken.

Als Kamerlid is dit allemaal zeer pijnlijk: namens de Nederlandse bevolking dien ik de regering te kunnen controleren in haar handelen. Als ik documenten beter via de WOB en de rechter kan opvragen dan via Kamervragen, dan moet ik me afvragen of ik op de juiste plek zit om die controlefunctie uit te oefenen.

Srebrenica_massacre_memorial_gravestones_2009_1Nu heeft een financiële naheffing uit Brussel helemaal niets met het belang van de Staat te maken, de enige reden in de grondwet waarop stukken geweigerd kunnen worden. Dus geheimhouding is gewoon onzin en politiek gemotiveerd. In andere dossiers ligt dat lastiger. Ik noem er hier twee: de aanslag op de MH17 (die de regering nog steeds geen aanslag noemt), en Srebrenica.

Bij de aanslag op de MH17 vindt nu strafrechtelijk onderzoek plaats en zijn er zeker zaken die vanwege internationale verhoudingen niet openbaar zijn. En bij een militaire actie als in Srebenica is per definitie een grote mate van vertrouwelijkheid.

De regering van Oekraïne had Westerse diplomaten op 14 juli al verteld over een op die dag neergeschoten Antonov op 6,5 kilometer hoogte, waarschijnlijk met raketten

Toch gaat het juist mis als de regering zich daar onnodig achter verschuilt. Bij de MH17 werd langzaam maar zeker duidelijk dat de regering wist van het onveilige luchtruim. Zo bleek pas na maanden, veel journalistiek uitzoekwerk en nog meer Kamervragen, dat de regering van Oekraïne Westerse diplomaten al op 14 juli had verteld over een op die dag neergeschoten Antonov op 6,5 kilometer hoogte, waarschijnlijk met raketten.

Ook al is het verslag van die meeting uitgelekt, de regering houdt tot op de dag van vandaag vol dat verslagen van diplomatieke briefings niet openbaar mogen zijn en daar valt in de regel zeker wat voor te zeggen.

Interventie nodig

Maar die geheimhouding betekende ook dat  de regering dit verslag niet spontaan stuurde naar de Onderzoeksraad voor Veiligheid, die onderzoek doet naar de keuze voor de vluchtroute, en dus de informatie die de Nederlandse regering had over het luchtruim. Voor dat onderzoek lijkt dit stuk toch behoorlijk relevant.

Pas nadat begin januari bekend werd dat er een briefing was geweest, kon de OVV om het verslag vragen. Want ja, als iets geheim is en je weet niet dat het bestaat, kun je er ook niet naar vragen.

Toen dit duidelijk werd, is er een gesprek geweest tussen onderzoekers en de regering om te weten of er meer van dit soort bronnen zouden kunnen zijn. Daarvoor was een interventie van de Tweede Kamer nodig.

Belemmering waarheidsvinding

Bij de val van de enclave van Srebrenica speelt een soortgelijk probleem. Bijna twintig jaar na datum lijkt er een overeenkomst te zijn geweest tussen Frankrijk, de VS en Groot Brittannië om geen luchtsteun te geven aan Srebrenica.

Zelfs het zwaarste parlementaire instrument dat we hebben, de parlementaire enquête, bleek niet in staat om deze informatie boven tafel te krijgen, evenmin overigens als blijkbaar toch beschikbare foto’s.

Zij noopt eigenlijk tot de heropening van een al afgesloten parlementaire enquête

Het geheimhouden – en we weten niet of, en zo ja wanneer de Nederlandse regering van deze deal op de hoogte was – belemmert dus ook de waarheidsvinding achteraf. Zij noopt eigenlijk tot de heropening van een al afgesloten parlementaire enquête.

Alle reden dus voor de regering om de inlichtingenplicht veel serieuzer te nemen. Het is een minderheidsrecht (jawel), maar het kan alleen afgedwongen worden door de meerderheid van de Kamer. En openheid leidt uiteindelijk tot betere afwegingen en betere besluiten. Ik hoop dat mijn collega’s van de regeringspartijen dit het komend jaar serieuzer zullen nemen dan zij in het afgelopen jaar hebben gedaan.