Onlangs werd bekend dat de initiatiefnemers voor een referendum over de vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten het voor elkaar hebben gekregen om genoeg handtekeningen te verzamelen voor een tweede ronde. Dit betekent dat wanneer zij voor het eind van volgende maand nog eens 300.000 handtekeningen verzamelen, er voor de tweede keer in korte tijd een referendum in Nederland wordt gehouden.

Dit initiatief is natuurlijk het goed recht van de groep die hierachter zit. Overigens hebben zij aangegeven dat zij zelf geen campagne gaan voeren. Men vertrouwt erop dat internet en andere mensen hun werk zullen doen. Het is ontegenzeggelijk waar dat media als Facebook en Twitter veel meer bereiken dan een klassieke campagne. Ook spreekt het thema privacy veel mensen aan. Terecht natuurlijk.

De kans is dus niet gering dat het referendum er daadwerkelijk komt. In dit geval is dat een stuk minder erg dan het vorig jaar gehouden referendum over het Oekraïneverdrag. Dit betrof een internationale afspraak die een en ander behoorlijk gecompliceerd maakte. Nederland stond internationaal voor schut. Dit mogelijke nieuwe referendum gaat over een binnenlandse kwestie dus dit blijft ons deze keer in elk geval bespaard. Ook is een breed maatschappelijk debat over de balans tussen veiligheid en privacy natuurlijk volstrekt legitiem en zelfs nodig.

Toch heeft het er alle schijn van dat het referendum binnenkort alweer definitief verdwijnt: de onderhandelaars voor een nieuw kabinet willen er na het dramatisch verlopen Oekraïne-referendum weer vanaf. Zelfs D66 lijkt door dit debacle in te zien dat een referendum, zeker in deze vorm, geen verrijking van de democratie is.

Als het referendum er inderdaad komt zal ik ditmaal echter niet gaan stemmen. De vorige keer deed ik dat wel. Ik vond dat nu het referendum er eenmaal was, ik de morele plicht had om daar ook iets mee te doen. Maar de nasleep van deze volksraadpleging heeft mij definitief overtuigd van mijn mening dat een referendum per definitie onwenselijk is. Volksverlakkerij, halve waarheden, leugens en ophitsing zijn het onvermijdelijke gevolg. Bovendien zitten verreweg de meeste kiezers er helemaal niet op te wachten dat de regering hen om advies vraagt over zaken waarvoor het parlement al is ingehuurd. Leden van de Tweede Kamer worden geacht in breed verband een besluit te nemen. Zij zijn op hun beurt weer verantwoording schuldig aan de kiezer. Dat laatste is overigens ook een probleem bij referenda: wie is verantwoordelijk wanneer de kiezer bij wijze van referendum achteraf gezien een verkeerd besluit heeft genomen? Een referendum tart alle wetten van de parlementaire democratie. Ook wanneer het adviserend is: het tast alleen maar het vertrouwen in de politiek aan.

En daarom blijf ik thuis op de dag dat dit referendum er mogelijk komt. En daarmee laat ik juist mijn stem horen. Net als miljoenen andere Nederlanders die helemaal niet gediend zijn van volksraadplegingen. Laten we bij het volgende referendum de referendumwet wegstemmen door geen stem uit te brengen. Laat de democratie daar waar hij hoort: in het door het volk gekozen parlement.