Op 17 juli werd de MH17/KL4103 neergehaald boven Oost Oekraïne. Wie heeft het gedaan en wat is er gebeurd? In Nederland lopen nu vijf onderzoeken en je zou het overzicht kunnen kwijtraken. Omdat de onderste steen boven moet komen, volgt hieronder een overzicht.

Hoe helder het overzicht ook is, de regering blijft soms verwarrende antwoorden geven. Een voorbeeld is de vraag of de regering nu wist dat het luchtruim boven Oost Oekraïne onveilig was. Die vraag kwam aan de orde in het debat op 9 februari. Zelfs in één debat gaf de regering volstrekt tegenstrijdige antwoorden, zoals duidelijk is in deze mini-documentaire.

Maar eerst de vijf onderzoeken:

1. Het onderzoek naar de dader(s) en opdrachtgevers.

Verschillende landen doen samen onderzoek in een Joint Investigation Team (JIT). Op 7 augustus ondertekenden Oekraïne, België, Nederland en Australië de overeenkomst. Zeer recentelijk werd Maleisië eindelijk onderdeel van het JIT na veel overleg.  De reden voor de vertraging is onduidelijk.

Zelfs het bestaan van het JIT was oorspronkelijk geheim en werd pas wereldkundig gemaakt in een persbericht van het OM op 29 augustus. Het ondertekenen van de overeenkomst vond plaats met medeweten en instemming van het kabinet. De overeenkomst zelf is geheim en er zijn vooral vragen rondom de vertrouwelijkheid en geheimhouding. Er zit natuurlijk enige spanning op dit onderzoek, want meerdere landen in het onderzoek vrezen een claim voor aansprakelijkheid, die parallel aan de schuldvraag loopt.

Van alle onderzoeken is dit onderzoek uiteraard het gevoeligst en het geheimst. De inzet is enorm en er is ook bewijsmateriaal aanwezig zoals 25 metalen deeltjes, 500 sporen op de slachtoffers en de bagage, 350 miljoen webpagina’s en sociale mediaberichten van rond de aanslag. Er zijn rechtshulpverzoeken gedaan aan Duitsland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Rusland, China, Nieuw-Zeeland, Italië, Indonesië, Finland, de Filippijnen en Canada. Begin februari hadden zowel Rusland als de VS de rechtshulpverzoeken nog in behandeling. Die landen beschikken over satellietbeelden van de tijd rond de aanslag.

Het onderzoek en de vervolging van verdachten zijn losgekoppeld. Dat is begrijpelijk, maar minister Opstelten had in oktober wel beloofd om op 28 november een brief aan de Kamer te sturen over de mogelijkheden tot vervolging. Het is belangrijk tijdig afspraken te maken, omdat ten minste de landen in het JIT allen ook zelfstandig kunnen vervolgen. En het is natuurlijk veel beter als zij samen besluiten wie vervolgt en of zij daarvoor een speciaal tribunaal willen instellen. Want vechten wie een verdachte het eerste oppakt of meerdere parallelle rechtszaken over de MH17 is in niemands belang. Toch is deze brief nu op de zeer lange baan geschoven.

2. De Onderzoeksraad voor de veiligheid (OVV) doet onderzoek naar de toedracht van de ramp.

Onder de ICAO regelgeving doet  het land waar het vliegtuig neerkomt dat onderzoek, maar Oekraïne heeft het onderzoek op 23 juli gedelegeerd aan Nederland middels deze overeenkomst. Nederland wilde namelijk graag de leiding in alle onderzoeken. Het onderzoek vindt plaats onder annex 13 van het ICAO verdrag. Dat schrijft onder andere voor dat het onderzoek in principe na een jaar klaar moet zijn en dat er een tussenrapportage is. Uit de concept-tussenrapportage is de NOTAM (Notice to Airman) verwijderd, die uitgegeven was nadat op 14 juli een militaire Antonov-26 van Oekraïne was neergeschoten van ongeveer 6,5 kilometer hoogte. Dat blijkt uit een erratum op het rapport.

3. Het OVV-onderzoek naar de vliegroute

De OVV doet ook een separaat onderzoek naar de besluitvorming over vliegroutes en de risico-afweging die is gemaakt bij de keuze voor de vliegroute over Oost-Oekraïne; Dit onderzoek is op 18 juli gestart en het is niet duidelijk of de Nederlandse regering erom verzocht heeft. Op 3 februari schreef de regering: “Het onderzoek naar de vliegroute van de MH17 vindt plaats binnen het kader van Annex 13 van het ICAO-verdrag. De raad verwacht het eindrapport in beginsel binnen een jaar na de crash te publiceren. Toen zes Kamerfracties vervolgens vroegen naar de tussenrapportages, die bij een ICAO onderzoek verplicht zijn, bleek het toch een zelfstandig onderzoek van het OVV te zijn zonder tijdslimiet en zonder rapportages.

Juist de keuze voor de vliegroute over een oorlogsgebied is omstreden. Zo vloog bijvoorbeeld British Airways al tijden niet over Oost Oekraïne. Er waren ook aanwijzingen voor onveiligheid: generaal Breedlove (de hoogste NAVO generaal in Europa) had op 30 juni al openbaar gewaarschuwd voor geavanceerde anti-aircraft systemen, waarmee de Russen de rebellen trainden en die in Oekraïne beschikbaar waren. Verder waren er 11 vliegtuigen en 8 helikopters neergehaald, maar kon Nederland dat niet verifiëren. Wat verifiëren door de diensten betekent hier is onduidelijk, zeker nu blijkt dat Nederland na de MH17 hals-over-kop een AIVD’er naar Kiev stuurde, omdat er niemand was.

Ook waarschuwde Oekraïne op 14 juli bevriende diplomaten dat een Antonov was neergehaald door een raket of een vliegtuig. Het verslag van die meeting ging naar 6 ministeries in Nederland, maar de regering weigert het openbaar te maken of zelfs maar vertrouwelijk te verstrekken aan de Kamer. Dat zou de relatie met landen (lees Oekraïne) kunnen schaden. Toch vraagt de regering niet aan Oekraïne of deze Nederlandse memo openbaar mag zijn. Misschien wel omdat Oekraïne er gewoon zelf een persbericht en foto’s over heeft uitgebracht. De Nederlandse regering heeft wel de algemene procedures rondom toestemming voor een vlucht meegedeeld aan de Kamer, maar wil niets vertellen over de specifieke casus MH17, ook niet na aandringen.

Wel houdt staatssecretaris Mansveld een lezing voor een grote ICAO-conferentie en doet daar namens een werkgroep verbetervoorstellen nav de MH17 casus. Via een website moeten landen al hun informatie gaan uitwisselen in de openbaarheid. Hoe dat zich verhoudt tot vertrouwelijke informatie is niet duidelijk. Vlak voor haar spreekbeurt had de staatssecretaris in de Kamer geen overtuigend antwoord op de vraag waarom KLM wel over Noord Korea (dat graag raketten test) vliegt en Amerikaanse maatschappijen niet. De regering doet nu dus wel verbetervoorstellen, maar verschaft geen feitelijke informatie over de casus-MH17. Het is dus onmogelijk om te controleren of de voorgestelde maatregelen effectief zijn en geconstateerde gaten dichten.

4. Het derde OVV onderzoek gaat over de passagierslijsten.

Die lijst lekte op 18 juli uit in de Filipijnen en werd op 19 juli gepubliceerd. De precieze onderzoeksvraag is onduidelijk, net als het tijdspad. Toch lijkt dit op voorhand een relatief eenvoudig onderzoek in vergelijking met de andere onderzoeken

5. Onderzoek naar inzet nationale crisisbeheersingsorganisatie

Na de aanslag gebruikte de regering de nationale crisisbeheersingsorganisatie van 17 juli tot 5 september 2015. Deze inzet wordt geëvalueerd, schreef de regering op 27 oktober. Op 18 december (laatste dag voor het reces) stuurde zij de onderzoeksopzet, die het WODC openbaar zou aanbesteden in januari. Het onderzoek bevindt zich nu in de startfase. Het onderzoek gaat vooral over functioneren en samenwerken en niet of de juiste doelen wel zijn gesteld. RTL, Volkskrant en NOS hebben over dit onderdeel overigens WOB-verzoeken gedaan. Daaruit kwam een groot aantal documenten, maar er is daarin flink gezwart. Zelfs in een memo met de titel ‘fact sheet’  ontbreken vele regels. En besluitenlijsten van departementale commissies worden ongemotiveerd in zijn geheel niet openbaar gemaakt.

Controle is moeilijk

Met vijf lopende onderzoeken is controle voor het parlement lastig. Het strafrechtelijke onderzoek moet ongehinderd plaatsvinden, zodat de daders gevonden worden. Maar zelfs daar zijn vertragingen zichtbaar. Zes maanden na dato is er nog geen antwoord op een aantal rechtshulpverzoeken. Op de andere onderzoeken is meer openheid mogelijk. Die kun je lastig in Kamerdebatten krijgen. Zo mocht elke partij in het algemeen overleg in februari, dat vijf uur duurde, slechts twee vragen stellen (bestaande uit vraag en vervolgvraag). Er ware drie bewindspersonen aanwezig en dus kon je in ieder geval aan één bewindspersoon geen enkele vraag stellen.  Omdat een hoorzitting geweigerd is door een Kamermeerderheid, evenals meerdere aanvragen tot plenaire debatten, wordt er een relatief groot aantal schriftelijke vragen gesteld. Overigens niet alleen in Nederland. Kijk bijvoorbeeld naar deze zeer grondige recente set vragen van Die Linke in Duitsland.