Zondagavond 16 april ging Ewout Klei met opiniemaker Kiza Magendane van One World in debat over Afro-Nederlanders in de politiek.  Twee verschillende visies over democratie botsten met elkaar. Ewout Klei blikt in dit opinieartikel op het debat terug. 

 

Vanaf 15 maart zitten er in de Tweede Kamer geen zwarte Nederlanders meer. Volgens Kiza Magendane is dat een groot probleem. Hij voelt zich, als ‘Afro-Nederlander’, niet meer gepresenteerd. Hij pleit er daarom voor dat politieke partijen meer aandacht schenken aan diversiteit en niet alleen vrouwen en Turkse en Marokkaanse politici hoog op de kandidatenlijst zetten, maar ook Afro-Nederlandse kandidaten.

Hoewel ik meer zwarte of Afro-Nederlandse Kamerleden in principe geen probleem vind, zoals ik ook niet tegen meer vrouwen of meer Turken en Marokkanen in de politiek ben, verzet ik mij tegen diversiteitsquota. Waarom de ene minderheid wel positief discrimineren en de andere niet? GroenLinks bijvoorbeeld had bijvoorbeeld in de top-10 vijf Amsterdamse kandidaten staan, maar daar hoor je de diversiteitsijveraars uiteraard niet over omdat mensen uit de provincie blijkbaar minder gelijk zijn. Het gaat alleen om gender, religie (lees: islam) en kleur. Positieve discriminatie is ontzettend willekeurig.

Maar belangrijker dan mijn bezwaar tegen willekeur, die heel erg van de laatste progressieve mode lijkt af te hangen, is de visie de je op democratie hebt. Magendane gelooft in een afspiegelingsdemocratie. Je voelt je vertegenwoordigd door mensen die op je lijken, die dezelfde huidskleur hebben. Een blanke volksvertegenwoordiger begrijpt volgens Magendane niet wat Afro-Nederlandse kiezers beweegt, maar een Marokkaanse politicus ook niet. Daarom zouden er meer zwarte parlementariërs moeten komen. Ras is voor Magendane een belangrijk criterium om mensen al dan niet hoog op de lijst te zetten. Diversiteit is een politieke keuze. Mijn bezwaar tegen deze opvatting is dat je als Afro-Nederlander of als Turkse of Marokkaanse Nederlander best door een blanke Nederlander vertegenwoordigd kan worden, zoals ik bijvoorbeeld ook door een Turkse Nederlandse vertegenwoordigd kan worden. Sterker nog, mijn voorkeurstem ging naar Dilan Yesilgoz, nummer 19 op de VVD-lijst. Ik stemde op haar omdat ik haar een goede politica vond, en OK, een beetje omdat ze een charmante vrouw is. Maar haar Turkse achtergrond speelt voor mij geen rol. Yesilgoz is iemand die de liberale idealen goed vertegenwoordigt. Daarom heb ik op haar gestemd. Etniciteit is voor mij geen issue. Ik zou ook best op een Afro-Nederlander, een Chinese Nederlander of een Marokkaanse Nederlander kunnen stemmen. Het gaat om de ideeën en om de persoon die deze ideeën uitdraagt, niet om het ras of gender van deze persoon.

Het nadeel van de zelfbenoemde progressieve partijen – GroenLinks, PvdA en in mindere mate D66 – is dat ze diversiteit als een dogma hanteren. Iemand staat hoog op de lijst omdat die persoon vrouw is, moslim of zwart. Hierdoor krijg je hele slechte parlementariërs – denk aan Mohamed RabbaeTara Singh Varma, Tofik Dibi, Katleen Ferrier en natuurlijk John Leerdam –  en politici die de hele tijd moeten bewijzen dat ze ook kwaliteit in huis hebben en geen excuusallochtoon zijn. Bij de VVD (ik wilde ook schrijven ‘en het CDA’, maar dat is dus helaas niet zo) kijken ze alleen naar kwaliteit. ‘Allochtonen’ (ik hou niet van dat woord, maar ach) bij de VVD zijn gewoon altijd goed. Dat komt omdat ze niet worden voorgetrokken. Bij de PvdA en GroenLinks kunnen ze goed zijn, denk aan Nebahat AlbayrakKeklik Yücel en Farah Karimi, maar dat is niet automatisch zo.

Maar toch. Ik kan mij voorstellen dat sommige kiezers wat minder liberaal zijn dan ik en liever stemmen, al dan niet bewust, op iemand waarmee ze zich ook als vrouw, als moslim, christen of als Person of Colour kunnen identificeren. Niet voor niets krijgen allochtone kandidaten vaak heel veel voorkeurstemmen. Hoewel het risico van vriendjespolitiek op de loer ligt – allochtone kiezers kunnen deze kandidaten beschouwen als hun kandidaten die allemaal gunsten en subsidies en dergelijke moeten uitdelen – is het uitbrengen van een voorkeursstem een belangrijk machtsmiddel van de kiezer om de politiek te beïnvloeden. Afro-Nederlandse kiezers hadden gewoon een voorkeurscampagne kunnen starten voor Amma Asante (nummer 36 op de PvdA-lijst) of op Mpanzu Bamenga (nummer 35 van de D66-lijst). Dat hebben ze niet gedaan. Ook Artikel1, de politieke partij die expliciet voor de belangen van Afro-Nederlanders opkwam, haalde bij lange na de kiesdrempel niet.

Blijkbaar vinden Afro-Nederlanders het stemmen op gekleurde kandidaten niet belangrijk genoegen letten ze op andere zaken. Of ze vinden dit wel belangrijk maar hebben deze ‘stem’ nog niet goed weten te organiseren. De meest democratische oplossing is namelijk om via een voorkeurstem te laten blijken wat je echt belangrijk vindt. Daarnaast kun je als Afro-Nederlander, als vrouw of als moslim (of lid van een andere groep) natuurlijk proberen hoog in de partij-hiërarchie te komen, om op die manier het beleid te veranderen in de door jouw gewenste richting. En natuurlijk gewoon een hele goede politicus worden, die op eigen kracht door zijn/haar kwaliteit opvalt en daarom hoog op de lijst komt.

Een voorbeeld ter navolging is daarom Barack Obama. De voormalige Amerikaanse president wist de harten van veel Amerikanen te winnen, ook veel blanke Amerikanen, omdat hij een fantastische redenaar is, maar ook omdat hij de maatschappelijke tegenstellingen tussen blank en zwart probeerde te overbruggen. Hij was geen Malcolm X, Jesse Jackson of Ta-Nehisi Coates. 

Emancipatie bereik je niet alleen door hard te roepen, maar door begrip te kweken en door het goede voorbeeld te geven. Het is tegenwoordig in progressieve kringen bon ton om het tegenovergestelde te beweren: als liberaal ben je in de ogen van de feministen en veel zwarte activisten al gauw een seksist en een white supremacist, omdat je voor gelijke kansen en kleurenblindheid bent. Als je als Nederlander van kleur echter echt invloed wil uitoefenen, samenlevingsbreed dus en niet alleen in je Grachtengordelbubbel waar iedereen het uit modieuze overwegingen met je eens is en niet omdat men oprecht in je geïnteresseerd is, is dit de weg die je moet gaan.