Geert Wilders zegt dat hij naar TK-leden met lef zoekt. Dat is een leugen. De PVV-leider wil makke schapen die in de pas blijven lopen.

Omdat Geert Wilders het in de opiniepeilingen niet onaardig doet, hij staat nu op 39 zetels in de peilingen van Maurice de Hond, besloot de PVV-leider op 7 december een twitterberichtje de wereld in te slingeren:

pvvtklid

Het was een aanbod dat ik niet kon weigeren. Ik doopte mijn pen in vitriool en stuurde een nepsollicitatiebrief naar kandidaat@pvv.nl, die ik meteen daarna ook op mijn website zette.

Geert Wilders

Ergens in Venlo

Onbekende Postcode

Nederland mijn Vaderland

 

Betreft: kandidaat TK-leden

Nederland, 7 december 2015

 

Geachte heer Wilders, beste Geert,

Op twitter las ik dat u kandidaat-leden voor de Tweede Kamerfractie van de PVV zoekt. Ik heb nog nooit gelogen over mijn CV of in een brievenbus gepist. Ook heb ik nog nooit een barman in elkaar geslagen of een kopstoot gegeven en ben ik nooit met drank op achter het stuur gekropen. Verder heb ik een Turkse politicus nog nooit van mijn leven een stuk uitgekotst halalvlees van een varken genoemd, seks gehad met minderjarige meisjes of drugs verkocht aan minderjarige jongens. Bovendien heb ik op sociale media nimmer opgeroepen tot het in brand steken van moskeeën of gejuicht toen er vluchtelingen waren verdronken in de Middellandse Zee. Tevens beheer ik geen websites als kutgeil.com, zaadsnol.com en zwartesletjes.com (die laatste website is trouwens wel interessant voor het stimuleren van integratie), heb ik geen stockfoto’s gebruikt van vrouwen die niet voor dating beschikbaar waren en ben ik hiervoor niet beboet door de Hongaarse mededingingsautoriteit. Last but not least heb ik nooit geweld gebruikt tegen mijn ex vrouw.

Kortom, ik zou voor u de ideale PVV-parlementariër zijn. Toch ga ik het niet doen. Ik haat de islam niet, uw nationalisme komt op mij heel pathetisch over, maar bovenal vind ik u een naargeestige lul. Ik wens u niettemin veel succes met het vinden van geschikte, of moet ik eigenlijk zeggen, volkomen ongeschikte kandidaten.

Hoogachtend,

Ewout Klei

Hoewel mijn nepsollicitatiebrief natuurlijk humoristisch bedoeld was (ik schreef ooit een soortgelijke brief aan de Stichting eMANcipatie, een door ons gesubsidieerde praatgroep die van alle witte mannen verwijfde zitplassers wil maken) wilde ik wel een belangrijk politiek probleem aan de orde stellen. De PVV trekt, net als vroeger de LPF, volkomen incompetente politici aan. Hoe komt dat zo? En in hoeverre is de PVV hierin uniek?

De puinhopen van rechts

In het begin dit jaar verschenen boek De puinhopen van rechts. De partijen van Pim, Geert, Rita en Hero gaan Chris Aalberts en Dirk-Jan Keijser in op deze problematiek. De auteurs hebben voor hun onderzoek de LPF, de PVV, Trots op Nederland en DPK (Democratisch Politiek Keerpunt) bestudeerd. Andere populistische partijen, zoals EénNL van Joost Eerdmans en Marco Pastors, Conservatieven.nl van Winny de Jong, Artikel 50 van Daniël van der Stoep en VNL van Joram van Klaveren en Bram Moszkowicz komen slechts zijdelings aan bod.

Het is een uiterst vermakelijk boek, waarin wordt uitgelegd waarom populistische partijen zo jammerlijk faalden. Aalberts en Keijser spraken 40 mensen die direct betrokken waren bij populistische partijen, vooral spijtoptanten omdat het politici die nog steeds actief zijn bij de PVV verboden was om met de onderzoekers te spreken. Uiteraard weigerde ook Geert Wilders zelf medewerking aan het onderzoek. De puinhopen van rechts biedt dankzij al het nieuwe materiaal een unieke inkijk in het reilen en zeilen van populistische partijen, tien lessen hoe het allemaal niet moet.

Les vijf en zes van Aalberts en Keijser gaan over TK-kandidaten. ‘Train en test kandidaten pas als ze op de lijst zijn’ en ‘Selecteer kandidaten op loyaliteit aan de leider’. PVV-Kamerlid Eric Lucassen (nee, geen familie van) was berucht omdat hij bij zijn buren in de brievenbus zou hebben geplast, wat hem de bijnaam de ‘brievenbuspisser’ opleverde. Ook zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik toen hij als sergeant bij de Landmacht zat. Het verleden van PVV-Kamerleden was tijdens de selectierondes niet goed doorgelicht. De PVV eiste van TK-kandidaten een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), waardoor enkele kandidaten afvielen, maar keek niet verder. Als de PVV de tijd had genomen voor een diepgravender onderzoek dan had de partij veel problemen kunnen voorkomen.

Losers en non-valeurs

Voor de PVV, en in mindere mate voor Trots op Nederland en de andere populistische partijen, is het van cruciaal belang dat TK-kandidaten trouw zijn aan de leider. Ex-PVV’ers Jhim van Bemmel en Marcial Hernandez deden eerder al letterlijk een boekje open over de autoritaire, maar vooral onprofessionele wijze waarop Wilders zijn partij leidde (in respectievelijk Wilders’ ring van discipelen: angst en wantrouwen als bouwstenen van een politieke partij en Geert Wilders ontmaskerd, van messias tot politieke klaploper). De puinhopen van rechts bevestigt hun beeld. Wilders wantrouwt, behalve een kleine kring van vertrouwelingen, iedereen (wat ook wel weer begrijpelijk is omdat hij nu 11 jaar 24 uur per dag beveiligd moet worden). Mensen komen niet in de Tweede Kamer op grond van hun competenties, maar op grond van hun loyaliteit. Ze moeten makke schapen zijn. Competentie wordt zelfs een beetje gewantrouwd. Intelligente en bekwame politici vormen immers concurrenten voor de eigen positie. Zo herinnert een PVV-kandidaat uit 2010 zich dit verhaal over Mellony van Hemert:

‘Fleur Agema was nogal gecharmeerd van Mellony van Hemert, een totaal gestoorde vrouw die een boek bij elkaar had verzonnen. Ze had gezegd dat ze gepromoveerd was maar dat was ze niet. Fleur wist niet wat promoveren was. Ze werd op plek negen gezet. Ze was heel slecht in de klasjes, ze wist niks. De enige reden voor een plek op de lijst die ik kan bedenken is dat Fleur dacht: ‘ze is een vrouw en ze is best wel slecht, ik steek er in ieder geval goed bij af.’

Een ander voorbeeld is Teun van Dijk, Wilders’ overbuurjongen uit Venlo:

‘Die jongen had een restaurant op Curaçao. Hij stond op nummer acht. Er kwamen negen zetels. Die man schrok zich dood dat hij in de Kamer zat. Het eerste wat hij vroeg was: ‘Geert wil dat ik het woord voer over financiën. Weet jij nou het verschil tussen de algemene beschouwingen en de financiële beschouwingen? Of is dat eigenlijk hetzelfde?’ Van hem zou Wilders nooit last krijgen en dat is ook gebleken.’

Lastige kandidaten, die het lef hadden om een eigen mening te ventileren, werden door Wilders echter van de lijst gevoerd. Een veelbelovend iemand was Geert Tomlow, een eigenwijze rechtse intellectueel uit ’t Gooi. Wilders wilde hem in eerste instantie graag in de fractie, maar hij accepteerde zijn kritische vragen niet.

‘In de trainingsgroep ontstond een discussie, aangevoerd door Geert Tomlow, waarin de vraag werd gesteld aan Geert Wilders of hij niet wilde toegeven dat hij een fout had gemaakt met de kopvoddentax. ‘Absoluut niet, ik zou het duizend keer weer doen’, was het antwoord. Geert Tomlow werd later ‘beloond’ voor zijn kritische houding met de mededeling: ‘Helaas, maar je staat niet op de lijst.’ Elke mededeling die maar richting een klein beetje kritiek bewoog, was levensgevaarlijk en onbewust wisten we het allemaal.’

De PVV had in 2010 drie verschillende TK-kandidatenklasjes. Het derde klasje was een noodgreep waarin uitkeringstrekkers en andere types zaten die totaal geen verstand hadden van politiek. Een PVV-kandidaat, die trouwens wél in de Tweede Kamer zou belanden, herinnert zich dit klasje nog als de dag van gisteren:

‘Ik dacht dat ik in het klasje met losers zat. Dat kwam omdat men schoof met mensen. De meeste mensen waren bagger. Men wist niets bij een debat, men had geen maatschappelijke bagage, men kon niet spreken in het openbaar, men ging huilen, en ga zo maar door. Het waren non-valeurs, dus je dacht al snel dat je zelf ook zo werd gezien.’

Maar juist losers en non-valeurs heeft de PVV nodig. Zij bedreigen immers niet de positie van Geert Wilders. En juist zij zijn kneedbaar en laten zich gebruiken.

De PVV uniek?

Nadat ik mijn nepsollicitatiebrief op mijn website had gezet schreef kreeg ik via de sociale media een kleine tsunami aan boze reacties van PVV-aanhangers die van mening waren dat ik leugens verkondigde. Een vreemde stellingname, omdat humor per definitie de werkelijkheid overdrijft. Daarnaast zou ik mij schuldig hebben gemaakt aan selectieve verontwaardiging, omdat ik niet schreef over de problemen bij andere partijen. Wederom een vreemde stellingname, omdat het benoemen van fouten bij de één niet het ontkennen van problemen bij de ander impliceert, dat is alleen zo als je dit structureel doet en alles wat niet in je straatje past negeert of bedekt met de mantel der liefde.

Natuurlijk hebben andere partijen ook zo hun problemen. Alexander Pechtold lijkt zich als D66-leider steeds meer te gedragen als een Geert Wilders light, die vooral jaknikkers om zich heen heeft verzameld. Boris van der Ham, één van de weinige D66’ers met een eigen mening en een eigen profiel, is geen lid van de Tweede Kamer meer (volgens boze tongen is hij eruit gewerkt, Van der Ham ontkent dit, misschien uit loyaliteit aan de partij?) en D66-onderwijswoordvoerder Paul van Meenen heeft zijn Kamerlidmaatschap (mede) te danken aan het feit dat hij de buurman van Pechtold was. Verder zitten bij het CDA, de VVD en de PvdA veel opportunistische baantjesjagers en trok GroenLinks in het verleden enkele extreemlinkse mensen aan met een terroristisch verleden, zoals Sam Pormes en Wijnand Duyvendak. Ook andere partijen hebben dus hun problemen en ik ontken of bagatelliseer dit niet.

Toch denk ik dat PVV uniek is. Het grote verschil is dat gevestigde partijen kunnen buigen op veel meer ervaring en TK-kandidaten kiezen die zich in de partij en/of de maatschappij al bewezen hebben. De PVV trekt, als relatieve nieuwkomer, nog steeds politieke gelukszoekers (nee, geen geluksbrengers) aan. Belangrijk zijn daarnaast de structuur van de PVV en haar positie in het politiek-maatschappelijke krachtenveld. Bij de PVV draait alles om één man, Geert Wilders. Slechts enkele politici – Fleur Agema, Martin Bosma en Dion Graus – hebben een beetje de ruimte gekregen om een eigen profiel te ontwikkelen, maar niet te veel want alles staat in dienst van de grote Geert. Het feit dat de PVV nogal extreme standpunten verkondigt, standpunten die bij de andere partijen not done zijn, heeft als belangrijk gevolg dat er op PVV-politici een ‘smet’ rust. Als je bij de PVV hebt gezeten kun je niet zo snel switchen naar een andere partij of een baan krijgen met enige maatschappelijke status. Je hebt je schepen achter je verbrand, er is geen weg meer terug. Dit is niet misschien niet fair, maar zo werkt het wel.

Alleen die mensen die echt geloven in de extreme standpunten van Geert Wilders en die bovendien niets te verliezen hebben zullen voor een baan bij de PVV kiezen. De PVV is een partij voor politieke desperado’s. Voor D66’ers is er nog een leven na Alexander Pechtold. Maar mensen die zich publiekelijk met Wilders hebben ingelaten komen hier nooit meer van hun leven vanaf.